'Generaals beraamden geweld Timor'

De moordpartijen in Oost-Timor, de plunderingen, brandstichtingen en andere verwoestingen zijn in het geheim beraamd door een aantal hoge Indonesische militairen....

De gewezen consul van Australië in Oost-Timor, James Dunn, is ervan overtuigd dat 'het zogenaamde militiegeweld dat Oost-Timor in 1999 overspoelde niet de spontane reactie was van de voorstanders van blijvende aansluiting bij Indonesië, maar het resultaat van een besluit door Indonesische generaals om de aanzwellende steun onder de bevolking voor onafhankelijkheid te bedwingen door middel van intimatie en geweld, en om het verloren gaan van de provincie voor de Republiek Indonesië te verhinderen.'

Op verzoek van het VN-bestuur in Oost-Timor heeft Dunn de afgelopen vijf maanden een onderzoek ingesteld naar het geweld en de verwoestingen die zich niet alleen afspeelden in de aanloop tot het referendum, maar vooral ook erna. Maar de hoofdaanklager van de VN in Oost-Timor, Mohamed Othman, distantieerde zich van Dunns rapport zodra dat vrijdag in Australië bleek te zijn uitgelekt. Volgens Othman bevat Dunns verslag geen harde bewijzen. Ook stemt het niet overeen met de bedoelingen van het onderzoek dat de Verenigde Naties zelf instellen: dat zou niet minder dan vierhonderd verdachten betreffen, onder wie ook enkele hoge Indonesische militairen.

Volgens de Sydney Morning Herald, die het rapport in handen heeft gekregen, noemt Dunn de namen van twee Indonesische generaals die volgens hem een hoofdrol hebben gespeeld in Operatie Wiradharma: Zacky Anwar Makarim en de destijds op Bali zetelende commandant voor Oost-Timor, Adam Damiri. In een door de krant gepubliceerde synopsis schrijft Dunn: 'Het is ondenkbaar dat generaal Wiranto, het toenmalige hoofd van de Indonesische strijdkrachten, zich niet bewust was van de grootscheepse operatie die aan hem ondergeschikte generaals op touw zetten.'

Dunn geeft een opsomming van de verschillende misdaden tegen de menselijkheid die tijdens de geweldscampagne zijn begaan: 'moorden, inclusief massamoorden, marteling, ontvoering, seksueel geweld en geweld tegen kinderen, massale deportaties en gedwongen verhuizingen'.

Bovendien werd 70 procent van de gebouwen beschadigd of verwoest. 'Als gevolg daarvan is Oost-Timor achtergebleven zonder infrastructuur, de steden en dorpen liggen in puin. De ontwikkeling is in wezen meer dan een generatie teruggezet', zegt Dunn.

De Australische diplomaat wijst erop dat één ernstig misdrijf tegen de menselijkheid nog altijd voortduurt. Dat is het gedwongen verblijf van tienduizenden Oost-Timorese vluchtelingen in kampen in het nog altijd Indonesische West-Timor. Volgens journalisten en VN-functionarissen die deze kampen hebben bezocht, wordt daar de dienst uitgemaakt door pro-Indonesische milities, die de Oost-Timorezen beletten naar huis terug te keren.

Meer over