Genen onder de kurk

Frankrijk is weer eens in rep en roer over voorgenomen veldproeven met genetisch gemanipuleerde wijnstokken...

Door Ben van Raaij

Zo'n vaart loopt het niet. Onderzoek zat, maar niemand durft de angstige consument kopschuw te maken.

Het is een Gallische reflex. Noem de woorden 'genetische manipulatie' en 'wijn' in een en dezelfde zin, en heel Frankrijk valt meteen over je heen.

Dat overkwam afgelopen week het Institut de la Recherche Agronomique (INRA), het landbouwkundig onderzoeksbureau van de Franse overheid, toen bekend werd dat het een nieuwe aanvraag heeft gedaan voor veldproeven met genetisch veranderde wijnstokken. Topwijnhuizen als Chau Latour en Domaine de la RomanConti liepen direct te hoop en riepen weer om een officieel moratorium.

In andere landen is het niet veel anders. Gentechnologie is op voedingsmiddelengebied omstreden, maar al helemaal in de wereld van de wijn, vanouds een bolwerk van emotie, cultuur en traditionele waarden. Consument en milieubeweging moeten niets hebben van het idee van 'genwijn'. En veel producenten daarom evenmin. Gevolg is een impasse die opmerkelijk is als je bedenkt dat de wijnbouw, op zichzelf al een oeroude vorm van biotechnologie, allang hightech-achtige trekjes heeft gekregen.

Van genwijn is echter vooralsnog geen sprake, stelt de Zuid-Afrikaanse wijntechnoloog prof. dr. Sakkie Pretorius, directeur van het Australian Wine Research Institute in Adelaide. 'Gentechnologie wordt alleen gebruikt voor onderzoeksdoeleinden. De resultaten worden vervolgens benut om wijn op conventionele wijze te verbeteren. Gezien het verzet is deze omslachtige methode vooralsnog de enige begaanbare weg', zegt hij met nauw verholen spijt.

Pretorius is pleitbezorger van gentechnologie. 'Het doel is goede, betaalbare, gezonde wijn die duurzaam - met minder kunstmest, bestrijdingsmiddelen en conserveringsmiddelen - kan worden gemaakt. De uitdaging daarbij is om de belofte van de technologie te realiseren zonder de oude kunst van het wijnmaken van haar charme, mystiek en romantiek te beroven.'

Gentechnologen zijn in de wijnwereld op twee fronten actief. Ze sleutelen aan de druivenplant, vooral om de ziekteresistentie van het gewas te verhogen. En ze sleutelen aan de gisten, enzymen en melkzuurbacteridie essentieel zijn bij de wijnproductie, in de hoop slechte wijn op te peppen of de stijl van een wijn naar behoefte te kunnen 'designen' (zie inzet).

De belangrijkste vijanden bij de gewasbescherming zijn de echte (Uncinula necator) en de valse meeldauw (Plasmopara viticola), schimmels die in de 19de eeuw samen met de beruchte druifluis (Phylloxera vastratix) als verstekelingen met Amerikaanse druivenplanten per schip naar Europa zijn gekomen.

Die druifluis verwoestte indertijd de halve Europese wijnbouw, maar kon uiteindelijk worden bestreden door de Europese druivenrassen te enten op resistente Amerikaanse onderstammen. Maar tegen de meeldauwschimmels wordt nog altijd hardnekkig strijd gevoerd met behulp van 'Bordeauxse pap', een giftig mengsel van koper en zwavel. In natte zomers moeten wijnbouwers wel twaalf keer sproeien. En dan zijn er nog plagen als de grijsschimmel Botrytis cinerea en virusoverdragende nematoden (aaltjes).

Decennialang is met traditionele kruisingsmethoden geprobeerd om meeldauwresistente druivenrassen te kweken, legt Jan Oude Voshaar van de Nederlandse wijngaard Wageningse Berg uit. Daarbij werd gebruik gemaakt van de Amerikaanse wilde druif, die van nature resistentie bezit. Jammer genoeg bleek telkens dat de kruising ook de vieze mottenballensmaak van de Amerikaan had overgenomen.

Eind jaren negentig boekte men in Duitsland resultaat, onder meer met de Regent, een resistente blauwe 'Pinot Noir' die toch lekkere - critici meesmuilen: acceptabele - wijn oplevert. En die nen Amerikaanse bonus heeft geerfd: hij wordt drie weken sneller rijp.

'Juist daarom ben ik biologisch wijnbouwer geworden', aldus Oude Voshaar. 'We kunnen nu op steeds noordelijker breedtegraden goede wijn maken zonder te hoeven spuiten. En dat ook nog zonder genetische manipulatie.'

Voor klassieke druivenrassen als Chardonnay of Cabernet Sauvignon is deze aanpak geen optie, want die kun je per definitie niet kruisen, alleen stekken. 'Wil je die resistentie geven zonder ze ingrijpend te veranderen, dan ben je aangewezen op genetische modificatie, waarbij je maar eigenschap verandert', zegt de Duitse expert prof. dr. Reinhard Tr. De kunst daarbij is de toegevoegde resistentie permanent te maken. Zulk onderzoek aan transgene wijnstokken vindt onder meer plaats in de VS, AustraliItaliFrankrijk en Duitsland.

Tr zelf werkt bij zijn Institut fbenzng Geilweilerhof in Siebeldingen, Rheinland-Pfalz, sinds 1999 onder meer aan meeldauwresistente Riesling. Hij heeft een gerst-gen ingebouwd dat de plant enzymen laat aanmaken die de celwand van de schimmel slopen. Nu is het eindeloos testen of de stekken resistent blijven, en de verspreiding van transgeen materiaal kan worden voorkomen. Vorig jaar is geproefd of de wijn een beetje smaakt (ja).

Dit soort gentechnologische resistentie hoeft de kwaliteit en de eigenheid van de druif en daarmee van de wijn niet aan te tasten, zegt Tr. 'In theorie zou je genetisch wel aan smaak, geur of kleur kunnen sleutelen, maar dat is niet realistisch. We wen de kwaliteit van een hooggewaardeerde druif als de Riesling helemaal niet veranderen. Dat is niet ons doel.'

Voor dit soort onderzoek willen wetenschappers ook het complete genoom van Vitis vinifera via DNA-sequencing ontrafelen. Volgens Pretorius wordt internationaal nu geprobeerd de benodigde fondsen bijeen te brengen. 'Zo'n project vergt een budget van vele miljoenen dollars.' Het kan mogelijk leiden tot nieuwe veredelingstechnieken waarbij moleculaire biologie wordt toegepast om na te gaan of bepaalde gewenste eigenschappen echt doorkomen.

Dat is ook de inzet van het nu zo omstreden nieuwe Franse resistentie-onderzoek. 'We willen geen gendruif maken, alleen gentechnologisch onderzoek doen. We denken dat dit onderzoek een deur kan openen naar nieuwe, niet-transgene, manieren om de resistentie van de wijnrank te vergroten', zegt directeur Jean Masson van het wijnstation van INRA in Colmar, die de proeven in de Elzas voorbereidt.

Het INRA-onderzoek is gericht op courtnoude verwoestende virusziekte die wordt veroorzaakt door aaltjes in de bodem van de wijngaard. Eenmaal besmette gaarden kunnen langdurig niet meer worden bebouwd: na zeven jaar braakliggen zijn de aaltjes nog altijd aanwezig. En de gebruikelijke bestrijdingsmethode, met chemicali is sinds 2003 verboden.

INRA heeft het overigens eerder geprobeerd, met steun van het champagnehuis Moet Chandon, vertelt Masson. Al in 1996 zijn in de Champagne enkele tientallen onderstammen aangeplant waarin een weerstandsverhogend gen was ingebouwd. De proeven moesten drie jaar later echter worden afgebroken, hoewel sommige stokken al enige resistentie hadden verworven. Reden was dat Mozich vanwege het aanhoudende maatschappelijk verzet had teruggetrokken.

Sindsdien heeft Masson hard gewerkt aan draagvlak. Een commissie van allerlei betrokkenen, inclusief wijnhuizen en milieugroepen, heeft meegepraat over de nieuwe veldproeven. Dat resulteerde in strikte voorwaarden. Zo mogrote gen op de zestig transgene onderstammen alleen niet-transgene druivenstekken worden ge, mogen de planten niet bloeien en vrucht dragen en moeten de proeven in 2008 worden bedigd. 'We doen die niet eens in een echte wijngaard, maar op een veldje met afgegraven grond uit een besmette wijngaard.'

Eind deze maand hoopt Masson toestemming te krijgen van het ministerie van Landbouw. Maar de tegenstanders hebben opnieuw hun stellingen betrokken. Zo waarschuwen met name Bourgondische wijnhuizen dat gentechnologie de eigenheid en diversiteit van Franse wijnen en druiven onomkeerbaar aantast.

Ook vrezen ze besmetting van hun wijngaarden door kruisbestuiving, en permanent gesleutel aan wat stabiel cultuurgoed zou moeten zijn. 'We zijn allemaal voor vooruitgang. Genetisch veranderde organismen (GMO's) vormen echter een groot gevaar voor een wijncultuur waar de expressie van het terroir voorrang dient te hebben boven de technologie', aldus belangenclub Terre et Vin du Monde in een rapport.

Volgens Masson is de lobby een mengeling van onwetendheid en stemmingmakerij. Hij zag afgevaardigden van de sector en de Groenen opeens terugkrabbelen in zijn commissie. 'Ik begrijp het wel. Ze durven de plannen niet te steunen omdat ze zich dan onmogelijk maken. We zullen onze bedoelingen nog beter moeten uitleggen, hoe we bijvoorbeeld onze stekken niet laten bloeien en er dus geen risico is dat transgeen materiaal zich verspreidt.'

Met zulk verzet hebben veel wijntechnologen ervaring. Pretorius: 'Dit emotionele thema is zo gesensationaliseerd dat het moeilijk is er nog een zakelijk debat over te voeren. Ikzelf ben bijvoorbeeld vaak tendentieus geciteerd. En in Europa zijn valse geruchten verspreid als zouden landen als Australif Zuid-Afrika al GMO's inzetten. Waar komen zulke kwaadaardige fabels vandaan? Is het misschien jaloezie op het succes van de nieuwe wijnlanden?'

'Angst voor aantasting van de wijn is het grote struikelblok', meent Tr. 'Die angst moet je serieus nemen en met openheid en argumenten tegemoet treden. Het probleem is dat het product er nog niet is. Als consument en producent de voordelen zouden kunnen zien, zouden ze wel om gaan, net zoals gentechnologisch gefabriceerde insuline ook breed is geaccepteerd. Je moet angst en vooroordelen wegnemen, dan bouw je consensus. Maar emoties met ratio bestrijden is natuurlijk heel moeilijk.'

Toch bestaat er volgens Cne Fauveau van wijngistproducent DSM Food Specialties in Montpellier allerminst verenigd wijnfront tegen gentechnologie. 'Het is de consument die tegen is, veel wijnproducenten zijn dat niet. De tegenstanders vind je vooral onder de kleinere wijnmakers: de familiebedrijfjes met minder dan duizend kisten wijn per jaar en de topchaux, die een grote naam maar een kleine productie hebben. Die icon wines - niet onze doelgroep - hechten aan hun eigen aanpak.'

Voorlopig kiest de wijnsector wereldwijd het zekere voor het onzekere: g gentechnologie in de commerci wijnproductie tot de consument erom vraagt. Dat moratorium heeft de overkoepelende Internationale Organisatie van Wijn en Wijnstok (OIV) in 2003 afgesproken. Geen enkel wijnland zal trouwens als eerste willen beginnen, want dat is 'commerci zelfmoord', aldus Pretorius. Zo mag in Frankrijk geen enkele Appellation GMO's bevatten.

Genwijn bij de slijter laat nog even op zich wachten, dat is duidelijk. Een marktrijpe variant, zegt Tr, kost jaren van ontwikkeling, moet dan worden aangeplant, kan pas na vier jaar worden geoogst en een jaar later gebotteld. Hij verwacht dan ook geen genwijn op de markt tot na 2025. En intussen moeten consument en detailhandel nog om. 'Mensen zijn bang gemaakt. Als eenmaal bewezen is dat genwijn niet schaadt, verandert dat, en kan de industrie er snel op inspringen', verwacht Fauveau.

Voor wie niettemin bezorgd is over de toekomst van zijn favoriete druivenrassen, heeft Masson toch enige troost. 'Het oorspronkelijke idee van sommige onderzoekers dat je transgene Cabernet Sauvignon of Pinot Noir zou kunnen cren, is achterhaald. Het is inmiddels duidelijk dat je een druif niet genetisch kunt manipuleren zonder zijn identiteit aan te tasten. Je verliest het genotype als je een nieuw gen inbouwt. Dat is de les van afgelopen jaren: kom niet aan me als je me wilt behouden.'

Meer over