Gemeenten vrezen natuurmuseum te worden 'De lynx moet weer terug in Nationaal Park de Veluwe'

De nieuwe staatssecretaris voor Natuurbeheer heeft al een plan op haar bureau gekregen voor de instelling van nationale parken, waaronder de Veluwe....

MAC VAN DINTHER

Van onze verslaggever

Mac van Dinther

ARNHEM

Luc Berris van de Vereniging Natuurmonumenten heeft een droom. Daarin ziet hij de Veluwe als één nationaal park. Een groot natuurgebied zonder hekken, van Harderwijk tot Arnhem, met uitlopers naar het rivierengebied waarin herten en wilde zwijnen vrij rondtrekken, terwijl de lynx zijn prooi besluipt, dassen hun burchten bouwen en wisenten kalm staan te grazen.

Maar als Berris wakker wordt, staat daar H. Bruning, directeur van het Nationale Park Hoge Veluwe, die zegt: 'Als je dat had gewild, had je dat vijftig jaar geleden moeten bedenken, vóór de snelwegen werden aangelegd over de Veluwe en Apeldoorn uitgroeide. Nu is het te laat.'

De discussie is weer eens opgelaaid over de Veluwe, het grootste bos- en natuurgebied van Nederland, maar door wegen, hekken, dorpen en militaire terreinen versnipperd als een kapotte lappendeken. Toch lijkt de droom van een Veluwe zonder barrières een stap dichterbij gekomen.

De nieuwe staatssecretaris van Natuurbeheer, Geke Faber, zal tussen de stapel papieren op haar bureau ook een flinterdun rapport aantreffen van de Voorlopige Commissie Nationale Parken (VCNP).

Daarin wordt onder meer voorgesteld om van de Veluwe een nationaal park te maken.

Het idee van nationale parken in Nederland is van tamelijk recente datum. In 1980 werd een commissie aangesteld om adviezen te geven over de instelling van nationale parken volgens de normen van de International Union for Conservation of Nature and Natural Resources (IUCN).

De VCNP heeft zeventien gebieden aangewezen. Acht nationale parken zijn al officieel ingesteld, negen volgen nog. Om de lijst compleet te maken zouden de Waddenzee, het rivierengebied de Gelderse Poort en de Veluwe er nog aan moeten worden toegevoegd, schrijft de commissie in haar afrondende rapport van 6 juli.

Nationale parken zijn niet echt bekend in Nederland. Het enige park dat bij de meeste mensen spontaan opkomt, is Nationaal Park de Hoge Veluwe. Terwijl dat nu juist het minst nationale park van Nederland is.

De Hoge Veluwe is het oude landgoed van de familie Kröller, dat sinds 1935 wordt beheerd door een particuliere stichting die entree heft en geen stuiver subsidie krijgt.

Wat de VCNP voor ogen heeft, is heel wat anders dan dit 5400 hectare grote, geheel omheinde landgoed. Dat is namelijk de instelling van een nationaal park van honderdduizend hectaren, dat de hele Veluwe beslaat en waarvan de Hoge Veluwe slechts een klein onderdeel is.

Het voorstel is in het provinciehuis in Arnhem met blijdschap ontvangen, zegt G. Laijendecker, hoofd landelijk gebied. De Veluwe als één groot natuurterrein is een oude wens van de provincie. 'Wij hebben er wel animo voor. Het biedt ook veel voordelen voor financiering. Als nationaal park kun je geld uit Brussel krijgen.'

Als niet-grondeigenaar heeft de provincie er echter weinig over te zeggen, voegt Laijendecker eraan toe. Een nationaal park kan immers niets worden opgelegd.

Een organisatie die er wel wat over te zeggen heeft is Natuurmonumenten, dat grote stukken van de Veluwe bezit, zoals de Veluwezoom, Planken Wambuis en het Deelerwoud.

Natuurmonumenten staat te trappelen van enthousiasme, zegt woordvoerder Berris. Wat hem betreft springen vooral de voordelen voor de dieren in het oog. Als het hele gebied wordt opengesteld, krijgen grote dieren als herten en wilde zwijnen een veel groter leefgebied.

'Dat betekent dat je een gezondere populatie krijgt met voldoende genetische variatie. En naarmate het gebied groter is, hoef je ook minder te doen aan bejaging.' Berris heeft visioenen van de terugkeer van de wisent, een grazer, en de lynx, een grote roofkat, die hier oorspronkelijk hebben geleefd.

Het enthousiasme van de provincie en Natuurmonumenten staat in tegenstelling tot de vrees van verschillende Veluwse gemeenten. Zij zijn bang dat ze in een soort natuurmuseum komen te liggen met nog meer beperkingen voor woningbouw en bedrijvigheid. Laijendecker wuift die bezwaren weg. 'Dat staat hier los van.'

Apeldoorn, de grootste gemeente op de Veluwe met een aantal dorpskernen midden in het natuurgebied, zal in ieder geval niet dwarsliggen.

Integendeel, zegt wethouder E. Gutteling. 'Wij zijn tamelijk enthousiast. Ik snap de dilemma's ook wel, maar daar valt toch over te praten. Je krijgt er ook wat voor terug.'

Wat in ieder geval moet verdwijnen, wil de Veluwe een nationaal park worden, zijn de talloze omheiningen waarmee verschillende landeigenaren hun terrein nu hebben afgezet. De Veluwe is nu een soort 'nationaal hekkenmuseum', aldus H. Bonekamp, hoofd bosbeheer van Apeldoorn. Het afbreken van de hekken is een oude discussie die keer op keer opkomt, 'maar telkens heel kort', aldus Berris van Natuurmonumenten. Het weghalen zal niet zonder slag of stoot gaan.

Om de Kroondomeinen bijvoorbeeld, het koninklijk jachtgebied bij Apeldoorn, staan kilometers lange hekken om het wild binnen te houden.

Als die worden weggehaald, kan het wild zich over de hele Veluwe verspreiden, waardoor het koninklijk jachtgezelschap dagen kan zoeken naar een wild zwijn, als het er al een vindt.

Voor de Hoge Veluwe is de omheining van levensbelang, zegt directeur Bruning in de door architect Berlage ontworpen paardenstallen die nu dienst doen als kantoor. Het beheer van het park en het museum wordt betaald uit entreegeld. Zonder hekken geen entree.

'Dit park hecht aan zijn hekken', aldus Bruning die vreest dat de Hoge Veluwe zijn 'unieke' karakter verliest als het opgaat in een groter geheel. Hij ziet geen voordelen, wel veel obstakels. Wat doe je bijvoorbeeld met de militaire terreinen, de wegen en de gemeenten die op de Veluwe liggen? Die zouden eigenlijk weg moeten. 'Maar daarmee ga je voorbij aan de realiteit. De Veluwe is geweldig versnipperd.'

Aan die wegen zal wat moeten gebeuren, beaamt Berris. Je moet ook niet in één keer alle hekken platgooien, benadrukt hij. 'Als je dat doet, worden ontzettend veel dieren het slachtoffer.' Het zal geleidelijk moeten gaan.

Bruning ziet er geen brood in. Dankzij de hekken krijgt de bezoeker nu af en toe een hert of een wild zwijn te zien. Dat kun je vergeten als de dieren over 100 duizend hectare kunnen uitzwermen, zegt hij. 'Weest u blij dat we hekken hebben.'

De lynx had vijftig jaar eerder moeten komen.

Meer over