Reportage

Gemeenten vrezen de alleenstaande mannelijke asielzoeker. In Goes zien ze geen problemen

Het aanmeldcentrum voor asielzoekers in Ter Apel stroomt over, maar vrijwel geen enkele gemeente biedt noodopvang aan. Het kabinet overweegt dorpen en steden te gaan dwingen. Goes vangt al acht maanden 320 alleenstaande mannelijke asielzoekers op. Zonder problemen. ‘Ik heb één keer een bezorgd mailtje over de fietstunnel zien langskomen.’

Noël van Bemmel
De noodopvang voor alleenstaande mannelijke asielzoekers in de Zeelandhallen in Goes. De stapelbedden kunnen met een gordijn worden afgesloten. Beeld Marcel van den Bergh
De noodopvang voor alleenstaande mannelijke asielzoekers in de Zeelandhallen in Goes. De stapelbedden kunnen met een gordijn worden afgesloten.Beeld Marcel van den Bergh

Daar zitten ze dan, de ongewenste vreemdelingen: de mannen die hier alleen naartoe zijn gereisd en waar alle gemeenten zo bang voor zijn. Naast de Zeelandhallen aan de rand van Goes drinken asielzoekers thee aan picknicktafels, roken een sigaret in de schaduw of liggen binnen op hun stapelbed tussen honderden lotgenoten. Dresscode: joggingbroek, T-shirt en doucheslippers. Behalve de Colombiaanse buschauffeur die altijd zijn das met een fonkelende speld vastzet. Het gros van de 320 mannen in deze noodopvang bestaat uit twintigers en dertigers die Arabisch spreken, plus hier en daar een grijsaard.

De gemeente Goes stak als eerste haar vinger op, toen het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) acht maanden geleden een oproep deed voor extra opvang. Het Zeeuwse stadje met 38 duizend inwoners blijkt echter een uitzondering. Veel gemeenten vrezen overlast en bezweren dat er geen draagvlak is voor opvang in hun regio. Het kabinet overweegt nu dorpen en steden te dwingen plekken voor noodopvang in te richten, bijvoorbeeld in leegstaande overheidsgebouwen. Van de bijna 40 duizend asielzoekers in Nederland, zitten er momenteel ruim 10 duizend in een noodopvang.

Nul privacy, maar de sfeer is goed

Een van de tijdelijke bewoners van de Zeelandhallen is Hussam Elmoghani, een 37-jarige arts uit de Gazastrook die best even wil praten met een journalist. ‘Ik werkte twee jaar zonder salaris in het grootse ziekenhuis van Gaza-Stad’, vertelt hij terwijl hij een sjekkie rolt. ‘Toen Hamas mij opdroeg aan de Israëlische grens te gaan werken – waar smokkelaars regelmatig worden neergeschoten – weigerde ik.’

Elmoghani vluchtte naar Egypte waar hij een douanier drieduizend dollar (bijna 3.200 euro) betaalde om naar Odesa in Oekraïne te mogen vliegen. Via Lviv, Boedapest, Wenen, Amsterdam en Ter Apel belandde de Palestijnse arts in Goes. ‘Het is best oké hier. Nul privacy, maar de sfeer is goed. Hier zitten veel Syriërs en Jemenieten die hoogopgeleid zijn.’ Heel anders dan in de grote opvangkampen in Ter Apel en in Budel die hij omschrijft als hels.

Elmoghani wijst naar een rondbuikige IT-er uit Damascus die naast hem staat. ‘George is twee keer beroofd in Ter Apel. Als je daar naar de wc gaat, moet je al je spullen meenemen.’ George knikt sip. In Budel was de 20-jarige Mohamad uit Syrië, een kunststudent met jeugdpuistjes, getuige van een steekpartij. ‘Ik zag drie Algerijnen langsrennen met bebloede stokken met scherpe punten. Een mede-Syriër lag op de grond in een plas bloed. Hij was met zo’n speer in zijn rug gestoken.’ Volgens Mohamed duurde het twintig minuten voordat de bewaking durfde te komen. ‘Ter Apel en Budel zitten vol drugs en criminelen.’ Ook andere mannen in de Zeelandhallen omschrijven hun eerste opvang in Nederland als onveilig.

Vooral veiligelanders zorgen voor problemen; die zitten niet in Goes

Niet voor niets stelde Margo Mulder, de burgemeester van Goes, als enige voorwaarde voor een noodopvang: geen veiligelanders. Dat zijn voornamelijk jonge mannen uit Marokko en Algerije die de asielprocedure in Nederland gebruiken om de winter door te komen met een dak boven hun hoofd, wat zakgeld en drie maaltijden per dag. Zij maken geen kans op een verblijfsstatus. Een proef om veiligelanders af te zonderen en een streng regime op te leggen, bleek afgelopen jaar succesvol. Dat model kan echter niet worden ingevoerd omdat geen enkele gemeente deze groep wil.

‘Veiligelanders zorgen voor veel overlast’, zegt Mulder. In Goes bleven incidenten met asielzoekers uit, mede dankzij de afwezigheid van de grootste probleemmakers, vermoedt de burgemeester. ‘Ik heb één keer een bezorgd mailtje zien langskomen over een onveilig gevoel in de fietstunnel bij de Zeelandhallen. Daar hebben we wat aan gedaan.’

In de opvanglocatie is een wasserette ingericht.  Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
In de opvanglocatie is een wasserette ingericht.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Mulder vindt dat iedere gemeente in Nederland een maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft om het COA te helpen. ‘Daarom hebben we ook een noodopvang voor alleengaande mannen ingericht in de Zeelandhallen, vangen we 160 Oekraïense vluchtelingen op en zijn we in gesprek om weer een permanente opvanglocatie te openen.’ Maar Goes, benadrukt ze, is een kleine gemeente. ‘Het houdt een keer op.’

‘Deze asielzoekers hebben nog wat te verliezen’

Op de Grote Markt van Goes speelt brassband Excelsior en tonen jonge streetdancers hun laatste moves. Op de middeleeuwse toren van het stadhuis wappert de Oekraïense vlag. Geen van de marktbezoekers lijkt bezorgd over de asielzoekers. ‘We zien ze nooit’, zegt de moeder van een dansende tiener. ‘Waar zitten die dan?’, wil een man weten. De beheerder van Buurthuis De Pit ziet ze bijna dagelijks. ‘Ze komen hier om rustig online te studeren, of om te chillen in de jongerenruimte.’ Hij wijst op een zaaltje met graffiti, spelcomputer en tafelvoetbal. ‘Gaat altijd goed.’

Op Facebook verschenen waarschuwingen aan inwoners om hun dochters binnen te houden en de fiets op slot te zetten. ‘Dat ben ik gaan uitzoeken’, zegt de beheerder van het buurthuis. Ze bleken te zijn geschreven door mensen die niet eens in Goes wonen. Burgemeester Mulder: ‘Ik moest een inspraakavond met bewoners over de noodopvang weer afzeggen. Daar bleek geen belangstelling voor.’ Goes is volgens Mulder asielzoekers gewend. ‘Dat scheelt enorm voor het draagvlak.’

In de Zeelandhal wil dokter Elmoghani zijn stapelbed wel laten zien: rij G, nummer 8. We lopen langs honderden bedden die ieder met een gordijntje kunnen worden afgesloten; mannen kijken verveeld op hun mobieltje, sloffen met een handdoek richting de douchecabines of steken hun kant-en-klaar maaltijd in een magnetron. Alles open en bloot in een grote hal waar personeel van het COA toezicht houdt vanuit mobiele kantoorunits. ‘De sfeer is hier goed omdat er nog hoop is’, zegt medewerker Roxanne Salome. Ze loopt door een stilteruimte waar een Afghaanse parlementariër en een Turkse politieagent Nederlandse zinnetjes oefenen. ‘Deze mannen zijn nog in afwachting van een beslissing over hun asielaanvraag. Ze hebben veel te verliezen.’

Meer over