'Gemeenten melken de kermis uit'

AMSTERDAM - 'Ik ben geboren op de kermis', zegt de 57-jarige Jan Stuy terwijl hij tevreden uitkijkt over de kinderkermis die hij zelf organiseert in Amsterdam-Zuidoost. 'Letterlijk, hè. Ik werd geboren toen mijn ouders met hun attractie op het Malieveld stonden.'

Stuy, met zonnebril en een witte Tommy Hilfigerblouse, wil maar zeggen: de kermis zit in je bloed. En daarom stop je niet zomaar, hoewel veel kermisondernemers tegenwoordig het hoofd maar net boven water kunnen houden.

De afgelopen jaren zijn de kosten voor kermisexploitanten fors gestegen. Niet alleen worden de pachtprijzen steeds hoger, ook rekenen gemeenten steeds meer kosten aan de exploitant door. Na twee slechte zomers - vorig jaar was het WK-voetbal, dit jaar is het slecht weer - hebben de exploitanten nog maar weinig reserves.

'Normaliter sparen kermisondernemers in de zomer om de winter door te komen; dan hebben ze vaak nauwelijks inkomsten hebben. Maar dit jaar hebben ze zo weinig verdiend dat ze nu de rekeningen nog afbetalen', vertelt Nicole Vermolen, voorzitter van kermisbond Bovak. Daarom startte de bond een petitie tegen de maximale ritprijzen die gemeenten steeds vaker vaststellen.

Met die ritprijzen willen gemeenten voorkomen dat exploitanten een hoge toegangsprijs vragen voor hun attractie. Exploitanten klagen op hun beurt dat gemeenten de ritprijzen veel te laag vaststellen, en dat er aan hun vrije ondernemerschap wordt getornd. 'De bemoeienis van gemeenten met de ritprijzen loopt al geruime tijd de spuigaten uit', schrijft de bond in de petitie. 'Voor exploitanten is het niet meer op te brengen dat zij slechts ritprijzen mogen vragen van 80 cent tot 1,20 euro.'

Een maximale ritprijs van minder dan 1 euro is wel erg weinig, vindt ook Ed Mense, voorzitter van de Vereniging van Gemeentelijke Kermisbeheerders (VGK), het samenwerkingsverbond van ambtenaren die de kermissen in hun gemeente organiseren. 'Maar die maximale prijzen zijn, mits redelijk, ook in het voordeel van de exploitant: zijn de prijzen te hoog, dan bloedt zo'n kermis na een paar dagen dood omdat het geld van de bezoekers op is. Er moet dus een goede balans worden gevonden.'

Een ander probleem voor de exploitanten zijn de hoge pachtprijzen. 'Maar daar bieden ze zelf op, dus ze zijn er zelf bij als ze te hoge bedragen betalen', stelt Mense. Kermisondernemers schrijven hun attracties zelf voor een bepaald bedrag in. De hoogte daarvan is afhankelijk van de betreffende kermis en attractie. De lucratieve grijpkranen met knuffelbeesten en horloges betalen vaak de hoogste prijs.

Op de grootste kermis van Nederland, die van Tilburg, kan de pacht voor dit soort attracties oplopen tot 100 duizend euro. De prijzen die ondernemers betalen om in Tilburg te staan zijn zelfs zo hoog dat het nauwelijks rendabel is voor de exploitanten. Ze staan dan ook niet in Tilburg om veel geld te verdienen, maar om zich te tonen aan binnen- en buitenland. De stad is op kermisgebied de showroom van Nederland.

Dat gemeenten steeds vaker gesloten inschrijvingen hanteren, stuit kermisbond Bovak tegen de borst. Nog maar zeven gemeenten, waaronder Tilburg en Leiden, hanteren een open inschrijving. Bij zo'n inschrijving komen alle exploitanten op de dag dat de inschrijvingsperiode eindigt naar het gemeentehuis. De wethouder of marktmeester opent de postbus met daarin de inschrijvingen en leest voor wat iedereen heeft geboden. De exploitanten met het hoogste bod krijgen een plek. Het voordeel voor ondernemers is dat zij weten wat andere exploitanten bieden. Voor een volgende kermis kunnen zij daarmee rekening houden met hun bod.

Gemeenten hebben bij deze methode het nadeel dat ze niet kunnen bepalen hoe hun kermis eruit komt te zien, want de hoogste bieder wint. Daarom stappen steeds meer gemeenten over op een gesloten pachtsysteem. Daarbij is niet bekend wat anderen bieden en vanwege de geslotenheid zijn er mogelijkheden om te onderhandelen.

Door die geslotenheid bieden ondernemers vaak te veel, denkt de Bovak. Bovendien zien gemeenten de kermis volgens de bond steeds vaker als een melkkoe. Ze rekenen per attractie steeds hogere service- en promotiekosten (ongeveer 500 euro). Daarnaast betalen ondernemers ongeveer 350 euro om hun salonwagen, de rijdende woning, te stallen. Ook de energie- en beveiligingskosten worden vaak aan de exploitanten doorberekend. Nicole Vermolen van de Bovak baalt ervan dat de gemeenten steeds meer kosten op de ondernemers verhalen. 'Waarom moet een kermis de gemeente Tilburg 2 miljoen euro opbrengen, terwijl festival Mundial jaarlijks 300 duizend euro kost?', vraagt ze zich af.

'Een kermis hoeft de gemeente helemaal niet 2 miljoen op te leveren', pareert Mense van de VGK haar. 'Als alle exploitanten minder bieden, dan levert dat een stad de helft minder op. Maar daar komen ze niet uit. Ze delen lief en leed met elkaar, komen op elkaars bruiloften en begrafenissen, maar op zakelijk niveau is er weinig contact.'

'We zouden vaker met elkaar om de tafel moeten zitten om problemen op te lossen, maar tot dusver is er nauwelijks contact', zegt Mense.

Ook de twee grote kermisbonden, de Bovak en de Nederlandse Kermisbond, zijn twee eilandjes. Ze geven ieder een eigen vakblad uit waarin gemeenten hun pachtadvertenties plaatsen, en zijn daardoor grote concurrenten. De Amsterdamse kermisorganisator Stuy heeft dan ook maar weinig op met de bonden, vertelt hij terwijl hij tegen de felroze suikerspinkraam van zijn dochter leunt. 'Ik heb er dertig jaar aan meegewerkt, maar ik vind dat ze een veel te grote mond hebben, tegen elkaar en tegen de gemeenten. Ach, als kermisexploitant laat je natuurlijk ook niet graag voor je praten.'

undefined

Meer over