Gemeenten, investeer meer in reïntegratie

Ongeveer 80 procent van de bijstandsgerechtigden krijgt die uitkering langer dan een jaar. Dat is onwenselijk, zegt Jan van Zijl....

Het lijken tegenstrijdige berichten. Twee maanden geleden meldde het CBSdat voor het eerst in tien jaar het aantal mensen met eenbijstandsuitkering is afgenomen. Maar begin vorige week berichtte datzelfdeCBS dat het aantal mensen dat vanuit de bijstand aan het werk komt, delaatste jaren sterk is gedaald. Hoewel deze onheilstijding de periodevóór de invoering van de Wet Werk en Bijstand (2004) betreft, zette dieverminderde uitstroom ook daarna door.

Gemeenten hebben met de WWB meer mogelijkheden gekregen mensen uit debijstand aan het werk te krijgen. Maar ze dragen nu ook meer financiëlerisico's. Gemeenten ontvangen een vast budget voor uitkeringen en een vastbudget voor reïntegratie van uitkeringsgerechtigden. Overschrijdingen ophet uitkeringsbudget komen voor rekening van de gemeente. Het is dus zaakhet aantal mensen dat in de bijstand komt zo laag mogelijk te houden en tezorgen dat wie er al in zit, eruit verdwijnt richting arbeidsmarkt.

De budgetonzekerheid is van invloed op de strategie die gemeentenkiezen: vooral preventie van instroom of juist bevordering van uitstroom?Slimme gemeenten kiezen voor een uitgekiende mix van beide elementen.

Sociale diensten zijn echter bezorgd over het feit dat gemeenten zichvooral inspannen voor de eerste optie. Gemeenten slagen er steeds beter inmensen buiten de bijstand te houden door strengere controles en preventievan misbruik.

Ook blijken gemeenten hun reïntegratiemiddelen bij voorkeur te richtenop de kansrijken, die maar weinig nodig hebben om weer aan de slag tekomen, of op de nieuwe instroom met recente werkervaring.WorkFirst-projecten, waarbij aanvragers van bijstand direct wordendoorgeleid naar werkgelegenheidsprojecten, zijn populair. Veelbijstandsgerechtigden kiezen eieren voor hun geld: het vooruitzicht vandeze gemeentelijke werkactiviteit vinden ze niet bijzonder aantrekkelijk.Gevolg is soms dat ze sneller dan verwacht regulier werk vinden: debijstandsaanvraag kan worden ingetrokken.

Dit verklaart waarom het aantal mensen met een bijstandsuitkering,ondanks de slechte arbeidsmarktsituatie, de laatste jaren zelfs isafgenomen. Maar het verklaart óók waarom vanuit het (langdurig) zittendebestand zo weinig uitstroom is naar werk.

Ongeveer 80 procent van de bijstandsgerechtigden ontvangt die uitkeringlanger dan een jaar. En hoe langer de verblijfsduur, des te kleiner dekansen worden (weer) aan het werk te komen. De begeleiding die mensendaarvoor nodig hebben, zal steeds intensiever en kostbaarder zijn.

Het dilemma voor gemeenten is duidelijk: investeren we in de kansrijkenmet een redelijk zicht op een positief resultaat (en mogelijk een besparingop de uitkeringsmiddelen), of zetten we in op de langdurigbijstandsafhankelijken, waarbij de reïntegratie een langdurigergeschiedenis wordt, met minder zekerheid op een positief resultaat?

Gemeenten hebben door de WWB meer armslag gekregen zelf hun beleid uitte stippelen en ervaren minder bemoeizucht van Den Haag. Ze zijn daarterecht tevreden mee. We moeten wel zorgen dat dit feestje niet van korteduur is. Het reïntegratiebeleid van gemeenten laat nog niet al te besteresultaten zien: tussen de 10 en 20 procent van de reïntegratietrajecteneindigt in (duurzame) uitstroom naar werk. Dat had natuurlijk alles temaken met de arbeidsmarkt. Maar de vooruitzichten zijn relatief gunstig.Daar moeten gemeenten op in spelen door te investeren in de mensen die allangere tijd in de bijstand zitten. Dat kan langs drie sporen gebeuren.

1. Investeer in de relatie met de werkgevers. Te veel gemeenten hebbendaar tot nu toe te weinig aangedaan, al is een kentering waarneembaar. Inwelke sectoren of bedrijven ontstaan door de vergrijzing vacatures? Welkekansen biedt dat voor de mensen die in de bijstand zitten? Welke eisenstellen werkgevers aan toekomstige werknemers? Hoe zorg je ervoor datmensen in de bijstand aan die voorwaarden voldoen?

2. De combinatie van leren en werken is de beste weg waarlangs mensenweer in het arbeidsproces kunnen terugkeren. Via de WWB kunnen gemeententijdelijk met behulp van de uitkering een gewenningsperiode inbouwen,waarin werkgever en werknemer leren wat ze van elkaar en van het werkkunnen verwachten. Benut ook de mogelijkheden om 'leerwerkplekken' tefinancieren via loonkostensubsidies. Dat helpt werkgevers over de drempel.

3. Maak 'werk' van de al eerder voorgestelde 'participatiebanen'. Dezezijn bedoeld voor personen voor wie reïntegratie naar de arbeidsmarkt niet(meer) aan de orde lijkt te zijn. Mensen die hierdoor geheel buiten desamenleving zijn komen te staan, krijgen zo de kans weer actief te zijn eneen bijdrage te leveren aan de samenleving. Dat is meer dan alleen 'werkenmet behoud van uitkering'. Dat mag best worden beloond en ook daar hebbengemeenten mogelijkheden toe.

Meer over