Nieuws

Gemeenten gaan ondanks kritiek door met gebruik nepaccounts

Een aantal gemeenten die nepaccounts gebruiken om online informatie in te winnen over hun burgers, zegt niet te willen stoppen met die omstreden praktijk. Dat blijkt uit een inventarisatie van de Volkskrant.

Rob Bats, burgemeester van Steenwijkerland, meent dat het gebruik van nepprofielen handig kan zijn om incidenten zoals de Project-X-rellen (Haren, 2012, hier op archiefbeeld) te voorkomen. Beeld ANP
Rob Bats, burgemeester van Steenwijkerland, meent dat het gebruik van nepprofielen handig kan zijn om incidenten zoals de Project-X-rellen (Haren, 2012, hier op archiefbeeld) te voorkomen.Beeld ANP

De gemeenten vinden, in tegenstelling tot privacy-experts, dat de wetgeving toestaat dat ambtenaren in sommige gevallen heimelijk online meekijken. Ze gebruiken nepprofielen om criminaliteit, ongeregeldheden als rellen en bijstandsfraude op te sporen op onlineplatforms en sociale media.

Eerder bleek uit onderzoek van de NHL Stenden Hogeschool en de Rijksuniversiteit Groningen dat gemeenten online meekijken met burgers. Bijna één op de zes gemeenten zet ook nepaccounts in. Demissionair minister van Binnenlandse Zaken Ollongren wil opheldering over online-monitoring door gemeenten.

Nepaccounts offline gehaald

Naar aanleiding daarvan hebben meerdere gemeenten nepaccounts offline gehaald. Zo stopt de gemeente Uithoorn per direct met het gebruik van een fictief profiel dat meekeek in besloten Facebookgroepen. Ook Hilversum zet nepaccounts ‘on hold’ tot meer duidelijk is over regelgeving.

Maar zeker negen gemeenten houden vast aan de methode. Dat aantal kan hoger liggen omdat de helft van de gemeenten reageerde op vragen van de Volkskrant. Volgens een woordvoerder van de gemeente Tilburg zijn de nepaccounts ‘noodzakelijk’ om de privacy van ambtenaren te garanderen. ‘Wij doen dat zorgvuldig en integer’. Utrecht gebruikt vanwege de veiligheid van ambtenaren in ‘uitzonderlijke gevallen’ een account met een aliasnaam voor onderzoek naar illegale prostitutie. De gemeente Nijmegen vindt dat het gebruik van nepaccounts niet per se ingaat tegen de regels.

Experts zijn het daar niet mee eens. ‘Het is niet toegestaan zolang er geen wettelijke grondslag is’, zegt Jon Schilder, hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de Vrije Universiteit. Bovendien vindt hij de methode niet transparant en ligt inbreuk van privacy op de loer. ‘Dat iets technisch mogelijk is, betekent nog niet dat je het moet willen.’

Gemeenten mogen geen nepaccounts gebruiken om strafbare feiten te verzamelen, benadrukt Bart Custers, hoogleraar Law and Data Science aan de Universiteit Leiden. Dat mogen alleen politie en inlichtingendiensten onder strikte voorwaarden. Ook Bijzonder Opsporingsambtenaren (Boa’s), mogen er geen gebruik van maken. Custers: ‘Bevoegdheden van Boa’s kunnen nooit die van de politie overschrijden.’

Juridische opvattingen lopen uiteen

Onder gemeenten is veel onduidelijkheid over wat wel en niet mag. Juridische opvattingen lopen flink uiteen, blijkt uit de inventarisatie. Zo schrijven gemeenten die geen nepaccount gebruiken zich bewust te zijn van wet- en regelgeving die de methode verbiedt. Andere halen dezelfde wetgeving juist aan om te benadrukken dat heimelijk meekijken wel is toegestaan.

Sommige gemeenten die nu nog geen nepaccounts inzetten, zouden die mogelijkheid wel willen. Er is behoefte aan meer bevoegdheden, ziet Rob Bats, burgemeester van de gemeente Steenwijkerland. ‘Wij houden ons aan de regels, maar af en toe is het best ingewikkeld, zegt Bats. ‘Ik ben apert tegen inzet van deze methode tegen bijvoorbeeld bijstandsmoeders, maar op het gebied van orde en handhaving kan het heel handig zijn.’

Bats is ervaringsdeskundige. Negen jaar geleden maakte hij als burgemeester van het Groningse Haren de impact van sociale media op de veiligheid mee tijdens de Project-X-rellen. Na een uit de hand gelopen Facebookverjaardag kwamen duizenden rellende jongeren naar Haren. ‘Ik kan me voorstellen dat je incidenteel dieper wilt meekijken. Er is nu veel dat we niet zien’, zegt Bats. ‘Burgemeesters zijn blijven steken in de tijd van Thorbecke, terwijl de digitalisering al richting de volgende eeuw gaat.’

Het is nog te vroeg om te zeggen of het zinnig is als gemeenten meer mogelijkheden krijgen, vindt Willem Bantema, onderzoeker en rechtssocioloog aan de NHL Stenden Hogeschool. ‘Ze moeten eerst nut en noodzaak expliciet maken. De politie mag nu ook in uitzonderlijke gevallen heimelijk meekijken, dus het is de vraag wat je precies oplost.’

De samenleving moet niet willen dat gemeenten ongecontroleerd meekijken, vindt hoogleraar Custers. ‘Zowel opleiding als waarborgen liggen heel anders bij gemeentelijk opsporingsambtenaren dan bij de politie. Het is onwenselijk als zij hetzelfde mogen.’

Uithoorn

‘Wij hadden één fictief account waarmee we in besloten Facebookgroepen zaten. Daar keken we naar heel triviale dingen. Zoals meldingen van hondenpoep en overhangend groen tot geluidsoverlast en hangjongeren. Het is handig om te weten wat er speelt, dan kunnen we er als gemeente wat aan doen. Het hoort ook een beetje bij deze tijd: mensen komen nauwelijks aan de balie, iedereen zit online. Naar aanleiding van de berichtgeving is het account offline gehaald.’

Den Helder

‘De gemeente kijkt incidenteel met nepaccounts op sociale media. We gaan daarmee niet in besloten groepen en versturen geen berichten of vriendschapsverzoeken. Het profiel wordt gebruikt om pagina’s of profielen te bekijken die openbaar zijn, bijvoorbeeld in het kader van aanpak van ondermijnende criminaliteit. Alleen bij een concrete aanleiding benaderen we pagina’s en profielen. Het zou goed zijn als er meer duidelijkheid komt over regelgeving. Voorlopig gaan we behoudend om met gebruik van nepaccounts.’

Deventer

‘De gemeente gebruikt soms gegevens van Facebook en Marktplaats om uitkeringsfraude op te sporen. Dat doen we alleen als daar aanleiding voor is. We hebben daarvoor een account aangemaakt op naam van een medewerker. Diegene werkt hier nu niet meer maar we gebruiken het profiel nog wel. We zoeken alleen naar informatie die mensen zelf openbaar zetten op bijvoorbeeld Facebook, bijvoorbeeld spullen die ze verkopen. Voor ons is dat niet anders dan dat we naar een verkoopadvertentie van iemand in een krantje kijken. We gaan vooralsnog door met het gebruik van deze methode.’