Gemeente moet zorg kunnen bieden die burger wil

Gemeenten krijgen straks nieuwe zorgtaken erbij. Dat kan een verbetering zijn voor burgers, mits eerst aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, zo meent Gijp van Soest....

De Tweede Kamer debatteert op 23 januari over de Wet maatschappelijkeondersteuning (Wmo). Met deze wet komen zorgtaken die nu onder de AlgemeneWet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) vallen onder verantwoordelijkheid vande gemeenten. Meer mogelijkheden voor gemeenten om de burger op maat zorgen ondersteuning te verlenen, is een goede zaak. Maar het ontbreekt in ditwetsvoorstel aan voldoende rechtszekerheid voor cliënten. Dat heeftnadelige gevolgen, ook voor ouderen.

Terecht wijst Dik Wolfson (het Betoog, 14 januari) op het feit datgemeenten bij uitstek maatwerk kunnen leveren en daarvoor ruimte moetenhebben. Met decentralisatie is niets mis. In het verleden zijn daarvoor deWet voorzieningen gehandicapten (Wvg) en de Welzijnswet, die straks onderde nieuwe Wmo moeten gaan vallen, al in het leven geroepen. Ook is degemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet werk en bijstand.De crux betreft de rechtszekerheid.

In het wetsvoorstel dat er nu ligt, ontbreekt de balans tussenbeleidsvrijheid voor gemeenten en rechtszekerheid voor cliënten. Daarmeekan de Wmo tot willekeur leiden in de zorg en ondersteuning voor burgersdie dat nodig hebben. Burgers willen niet alleen maar afhankelijk zijn vaneen gemeente die over hen waakt en bepaalt wat goed voor hen is. Zij willengraag weten waar ze aan toe zijn, weten wat hun rechten en plichten zijnen willen bovendien voldoende vrijheid zelf te kunnen kiezen.

Als de nieuwe wet goed werkt, zullen op termijn delen uit de AWBZ wordenovergeheveld naar de Wmo. Dit betekent dat zorgtaken onder het regime vande lokale overheid komen. Nu wordt eerst begonnen met de overheveling vande huishoudelijke verzorging. Voor ons is de angel dat in de Wmo dezorgplicht - zoals gemeenten die nu kennen in de Wvg - een beperktereikwijdte krijgt. Bovendien wordt deze na drie jaar afgebouwd als deeerste evaluatie van de Wmo positief is over de uitvoering door gemeenten.

Datgene waarvoor nu recht op zorg bestaat, houdt op termijn op tebestaan. Het wetsvoorstel mist echter duidelijke ankerpunten voor de burgerom te kunnen toetsen of hem recht wordt gedaan. Daarnaast speelt een rol,zoals Duyvendak en Verplanke afgelopen zaterdag (het Betoog, 14 januari)al stelden, dat de Wmo een belangrijke bezuiniging moet opleveren omgroeiende AWBZ kosten in te dammen. Voldoende middelen, die meegroeien omtegemoet te komen aan de stijgende vraag, zijn essentieel voor gemeentenom van de Wmo een succes te maken. Vooral voor de langere termijn is ditnog niet goed verzekerd.

Al langer bestaat grote bezorgdheid over de gevolgen van de wet. Al op1 december 2004 hebben zeventien landelijke patiënten- enconsumentenorganisaties, waaronder de samenwerkende ouderenorganisaties,samen met organisaties van mantelzorgers en de vakbeweging het manifest'Wmo? Alleen maar zó!' aangeboden aan de Vaste Kamercommissie voor VWS.Daarin zijn tien voorwaarden geformuleerd.

Nu het wetsvoorstel er is en er reeds vóór het debat in de TweedeKamer al enkele aanpassingen zijn gedaan, onder druk van maatschappelijkeorganisaties en de politiek, maken we opnieuw de balans op. Aan enkelevoorwaarden uit het manifest is deels voldaan. De belangrijkste voorwaardenzijn echter onvoldoende verankerd en vragen nog steeds om actie. Dit zijnverankering van het recht op zorg en een toetsingskader waaraan burgers ende rechter kunnen toetsen of de burger die een beroep doet op de Wmo rechtis gedaan. Voor die delen die uit de AWBZ overgaan naar de Wmo, moet eenblijvende zorgplicht voor de gemeente komen die feitelijk gelijkwaardig isaan het recht op zorg.

Een goede handreiking hiervoor zien we in verankering van eencompensatieplicht die regelt dat burgers voor hun beperkingen wordengecompenseerd. Dit met als resultaat dat zij evenals burgers zonderbeperkingen zelfredzaam kunnen zijn en maatschappelijk kunnen participeren.

Dit moet in de wet worden vastgelegd gekoppeld aan een budget vanvoldoende omvang en in overeenstemming met de stijgende vraag. Dit isimmers ook een voorwaarde voor gemeenten om de Wmo ook in de toekomst voorhun burgers te kunnen uitvoeren. Dit betekent dat ook, in tegenstelling totnu, meer duidelijkheid moet komen wanneer burgers toegang hebben totWmo-voorzieningen.

Daarnaast dient de formele medezeggenschap verder te reiken dan alleenhet adviesrecht over het vierjaarlijkse plan. Ook is blijvende 'oormerking'van de middelen een voorwaarde om gemeenten de mogelijkheid te geven hetgeld dat ze krijgen ook echt aan de Wmo te besteden. In lijn met DikWolfson kan de Wmo hiermee zo worden ingericht dat de gemeenten ookdaadwerkelijk de mogelijkheid krijgen een luistercultuur voor hun burgerste realiseren. Inmiddels is een vervolg op het eerste manifest geschreven,ondertekend door 23 maatschappelijke organisaties, dat dinsdag wordtaangeboden aan de Tweede Kamer.

Het leveren van zorg en ondersteuning door gemeenten, dichtbij de burgeren op maat, kan een verbetering zijn. Aanpassing van het wetsvoorstel isdan nodig. De Wmo moet ruimte laten voor gemeentelijke beleidsvrijheid entegelijkertijd houvast bieden aan de burger. Beleidsvrijheid moet aanrechtszekerheid worden verbonden. Zoals geschetst zien we voldoendemogelijkheden. Zo kan iedereen, ook in moeilijke tijden, zelfstandigblijven meedoen aan de samenleving.

Meer over