Gemeente moet beter toezien op naleving regels door crèche

IN BESCHOUWINGEN over de kinderopvang wordt vaak het belang van het verwerven van zogenaamde bedrijfsplaatsen benadrukt. De inkomsten uit deze door de werkgevers te huren kindplaatsen zijn inderdaad van groot belang voor de crèches....

Toch zijn veel kinderdagverblijven voor het grootste deel van hun inkomsten afhankelijk van de gemeentelijke subsidies en van de ouderbijdragen voor deze gesubsidieerde kindplaatsen.

Voor de toekomst van de kinderdagverblijven is de omstandigheid van belang dat de gemeenten in 1996 de vrije beschikking krijgen over de nu nog door het rijk verstrekte kinderopvanggelden.

Helaas gaat de overheveling van rijksgelden gepaard met een korting van gemiddeld zo'n 20 procent. Omdat er tevens een andere verdeelsleutel wordt gehanteerd kan deze korting per gemeente zeer verschillend uitpakken.

Gelet op het grote belang van de subsidies voor zowel het voortbestaan van de kinderdagverblijven als voor de ouders die afhankelijk zijn van gesubsidieerde kindplaatsen, zal ieder gemeentebestuur zich daarom de vraag moeten stellen of de korting automatisch wordt doorberekend of dat het maatschappelijk belang van de kinderopvang een hogere bijdrage vereist.

Nu de verantwoordelijkheid voor de kinderopvang door het rijk wordt gedecentraliseerd, zullen de gemeentebesturen zich verder af moeten vragen of men doorgaat met het verstrekken van de gebruikelijke exploitatiesubsidies.

Enkele gemeenten zijn namelijk overgestapt op het benutten van het gemeentelijke budget voor het huren van gesubsidieerde kindplaatsen tegen de netto-kostprijs (= brutoprijs minus de gemiddelde ouderbijdrage voor een gesubsidieerde plaats).

Dit systeem is niet alleen administratief veel eenvoudiger, maar het schept tevens duidelijkheid over het aantal gesubsidieerde plaatsen dat beschikbaar is voor de bevolking en over het aantal bedrijfsplaatsen dat het dagverblijf aanvullend moet werven.

Naast belangrijke financiële verantwoordelijkheden hebben de gemeenten ook tot taak om toezicht te houden op de naleving van inhoudelijke eisen, zoals de oppervlakte, de veiligheid, en de verplichting te werken met twee gediplomeerde krachten per groep kinderen.

De controle hierop laat veel te wensen over. Hierdoor kunnen onverantwoorde situaties voor de veiligheid en het welzijn van de babies en de peuters ontstaan.

Er kan hierdoor in een gemeente oneerlijke concurrentie ontstaan tussen kinderdagverblijven wanneer de ene crèche zich wel aan deze regels houdt en de ander niet. Daarbij komt dat ook niet in alle gevallen de cao wordt toegepast. Daadwerkelijke controle door de gemeente op de naleving van de regels is dan ook absoluut noodzakelijk.

Het gaat hier tenslotte om de bescherming van de allerzwaksten.

Jan Zappeij

De auteur is interim-manager voor cultuur en welzijn en fractievoorzitter van D66 in de gemeenteraad van Borculo.

Meer over