Gelukkig zijn ze bijna allemaal

Een beetje turven is natuurlijk verre van serieus onderzoek. En dan nog: wat zeggen die streepjes eigenlijk? Niet alle 44 jongeren in de rubriek 'Dit ben ik' zijn het afgelopen jaar precies dezelfde vragen voorgelegd. Na een paar weken besloten we een aantal vaste vragen te stellen. Maar dan nog is er de kwestie van de appels en de peren. Het toekomstbeeld ('Hoe ziet je leven er over tien jaar uit?') van een kind van 7 (de jongste deelnemer) is natuurlijk totaal anders dan dat van een student van 26 (de oudste). Alhoewel, de meesten dromen net als Koen Bijlsma (12) toch gewoon van huisje-boompje-beestje. 'Over tien jaar heb ik een goed leven met een mooie auto en een mooi huis. En ik woon samen met mijn vriendin.' Aldus Koen.


Een aantal categorieën laten we dus voor wat het is. Zakgeld bijvoorbeeld of bijverdienste - daarover valt in algemene termen moeilijk iets te zeggen. Over geluk en verliefdheid kun je met de natte vinger wel iets zeggen. Dus hierbij, in de allerlaatste aflevering van JONG, de conclusies van een klein jaar 'Dit ben ik'.


De belangrijkste: gelukkig zijn ze, de kinderen/ jongeren in Nederland. De overgrote meerderheid zei volmondig 'ja' of, iets voorzichtiger, 'jawel'. 'Nee' gaven er maar vier toe. En in de categorie 'mwoahh, kan beter' waren er drie.


Op de vraag 'ben je verliefd?' werd - opvallend - vaker geantwoord met nee, dan met ja. Waar zou dat op duiden? Toegegeven, er waren er ook redelijk wat die reageerden met 'moet dit?' of 'zeg ik niet', wat toch duidt op de aanwezigheid van een zeker gevoel, zou je zeggen.


Wat het geloof betreft, tekenen zich drie ongeveer even grote groepen af. De een gelooft in niets, de tweede gelooft wel in iets of iemand: van Allah, Jezus en God tot beschermengeltjes en zelfs geesten. En groep 3 gelooft in zichzelf. En sommige kinderen vallen in groep 2 en 3 tegelijk, zoals de 10-jarige Sani Boumkass. 'Ik ben moslim. Ik bid niet en ik ga niet naar de moskee, daar ben ik nog een beetje te jong voor. Maar ik eet geen varkensvlees. Ik geloof ook in mezelf, in wat ik kan en in wat ik niet kan.'


Ook opmerkelijk: hoeveel kinderen hun ouders aanmerken als hun belangrijkste bezit. Materiële zaken als 'mijn iPod', 'mijn mobieltje', 'mijn skateboard', 'mijn kledingkast' of 'mijn eerste knuffeltje' werden ook genoemd, maar evenzoveel ondervraagden kwamen met hun 'ouders', 'mijn familie' of 'vrienden' op de proppen. Ook bij de vraag 'wie is je held?' of 'van wie ben je fan?' werd liefst vier keer de ouders genoemd (en een keer zelfs een oma). Niets natuurlijk vergeleken bij alle voetballers en popartiesten die de revue passeerden, waarbij Jack Johnson onbetwist de ranglijst aanvoert.


Tot zover 'Dit ben ik' en Jong. Vanaf volgende week in de vernieuwde dagelijkse bijlage V.


Meer over