Gelauwerd als dichter, gezakt voor inburgering

VAN ONZE VERSLAGGEVER JOHN SCHOORL

AMSTERDAM - Dan ben je dus erkend Nederlands dichter en krijg je nog deze maand als Nederlandse dichter voor Nederland de Europese Unie Prijs voor de letteren uit handen van een Nederlandse prinses en dan zak je in een zaaltje in Zwolle voor de Nederlandse inburgeringstoets.

Dan heb je daar als Rodaan Al Galidi zijnde, geboren in Irak, maar al sinds 1998 in Nederland, toch de pest over in. Zeker omdat je handelt in betoverende Nederlandse zinnen als deze:

Als jij naakt naar de aarde kijkt,

zie ik je borsten in je ogen,

twee slapende eilanden.

Maar hij wist dus niet wat hbo betekende, en cao, en kon ook niet vertellen wanneer een vrouw ongesteld wordt na een miskraam. Hij is nou eenmaal nooit zwanger geweest en de enige afkorting waarvan hij de ware betekenis kent, is bh.

Hij voelt zich een Nederlandse Nederlander die altijd en overal vraagt waar hij een fiets kan huren. Het liefst ook nog een stoere fiets van Nederlandse makelij, waarmee hij dan langs molens, zeerepen, polders en bollenvelden kan toeren om te genieten van Nederlandse vergezichten en stillevens. Toppunt van zijn Nederlanderschap beschouwt hij zijn vertolking van Zwarte Piet, tot twee keer aan toe.

Negen jaar woonde hij in asielzoekerscentra en omdat hij niet mocht werken of een opleiding mocht volgen, stortte hij zich op de Nederlandse taal. Hij werd een dichter en een schrijver en publiceerde inmiddels bij toonaangevende uitgeverijen vijf poëziebundels en vier romans. Hij trad honderden keren op met grote dichters als Jean Pierre Rawie en bij signeersessies achteraf stond bij hem altijd de langste rij.

In 2007 kreeg hij een voorlopige verblijfsvergunning. Als hij in het buitenland optreedt, zoals laatst op een groot literair festival in Bali, dan is die niet genoeg en heeft hij een speciaal visum nodig om daarheen te reizen. Dat is een hoop gedoe: urenlang wachten op ambassades en geconfronteerd worden met een algeheel wantrouwen, want hij is nu eenmaal een geboren Irakees. Een Nederlands paspoort zou de oplossing zijn. Die kon hij krijgen, zeiden ze op het gemeentehuis in Zwolle, maar dan moest hij of een inburgeringscursus volgen of op de snelle manier: een inburgeringstoets.

Kom maar op met je vragen, dacht hij. Dan zal hij eens laten zien wat hij allemaal weet over Rembrandt, Vincent van Gogh, Frans Bauer, Sinterklaas, Herman Brood, Remco Campert, tulpenmanie, Vondel of André Hazes.

De vragen waren een belediging, een toets uit de middeleeuwen.

De dertig vragen gingen veelal over de Marokkaanse Mo en Amal, die eerst op een filmpje, later in de tekst figureerden als mannen met een uitkering die een flatje van de overheid hadden, hun kinderen naar de crèche brachten en geen idee hadden wat een trein of tram was. Er werd een wereld geschetst, zo zegt Al Galidi het, van mensen die het systeem uitmelken.

In drie kwartier moest hij dertig vragen beantwoorden, maar hij kreeg de vaart er niet in. Na veertig minuten was hij bij vraag 18 en raasdonderde hij de rest er met de Franse slag doorheen. Het resultaat kwam later tot hem: 70 procent goed; dat was 4 procent te weinig. Gezakt voor deze eenmalige toets. Hij moet alsnog een cursus volgen.

Ja, hoe kan het ook anders. Zijn weg naar Nederlanderschap loopt nu eenmaal niet via de wereld van Mo en Amal, maar via de poëzie van Rutger Kopland, zegt hij. Hij heeft zelf een Nederlands huis gekocht en heeft zichzelf Nederlands geleerd en hij verdient zijn geld met de Nederlandse taal.

Hij is een dichter, en daar houden ze geen rekening mee bij een inburgeringstoets.

Inburgering: enkele cijfers

In 2010 deden 1.408 personen de korte vrijstellingstoets. Hiervan zakte 54 procent. In 2008 was dat zelfs 69 procent.

Tussen 2007 en 2011 deden 97.681 mensen het inburgeringsexamen. 74 procent slaagde voor het examen.

undefined

Meer over