Gekozen burgemeester heeft veel nadelen

De weg naar een gekozen burgemeester is heilloos. Veel beter is het om de bekende problemen zoals de Haagse 'achterkamertjespolitiek' in het huidige systeem op te oplossen....

Michiel Raasveld

ONDER voorzitterschap van de burgemeester van Rotterdam, heeft een VVD-werkgroep voorgesteld dat na 2004 de burgemeester rechtstreeks door de bevolking wordt gekozen.

Dit ogenschijnlijk sympathieke plan wijkt af van de binnen de VVD sinds jaar en dag heersende lijn van de benoemde burgemeester, maar blijkt aan verandering toe te zijn, nu, zo wordt gesteld, de Kroonbenoeming onder vuur ligt en heeft ingeboet aan maatschappelijke en politieke realiteit.

Het is verbazend dat, al draagt het rapport meer argumenten aan, een containerbegrip als 'maatschappelijke en politieke realiteit' voldoende gewicht heeft om de huidige praktijk te veranderen. Nog ernstiger is het dat de werkgroep voorstelt om de rol van de Commissaris van de Koningin en de vigerende gemeenteraad volledig te laten verdwijnen. Maar helemaal ongeloofwaardig wordt het rapport, als daarin het voorstel wordt gesteund dat de nieuwe burgemeester wethouders aanstelt die hij zelf heeft gekozen en die hij ook zelf mag ontslaan.

Sinds 1 januari 2002 is het 'dualisme' ingevoerd in de gemeentepolitiek. Dualisme betekent onder meer, dat de Raad de kaders en randvoorwaarden aangeeft voor het te voeren beleid van B & W;, die daardoor op haar beurt een grotere handelingsvrijheid heeft gekregen, en veelal ook sneller kan opereren. Dit neemt niet weg dat het College door de Raad kan worden weggestuurd, waarbij de benoemde burgemeester in functie blijft. Hieruit blijkt eens te meer dat het primaat van de kiezer bij de Raad (de gekozenen) ligt. En zo hoort het in een democratisch bestel. Met een gekozen burgemeester komen een aantal zaken geheel anders te liggen.

Zo kleven er wel meer nadelen aan het plan van de gekozen burgemeester. De burgemeester is bij herverkiezing afhankelijk van de burgers, waardoor automatisch zijn gewenste neutraliteit in het geding kan komen. Omdat de Raad en de burgemeester een eigen mandaat hebben, kan een onwerkbare situatie ontstaan, waardoor de rol van de ambtenaren een niet gewenste inhoud kan krijgen. Er wordt evenmin nog rekening gehouden met een evenwichtige spreiding over de politieke partijen, om nog maar te zwijgen over spreiding naar geslacht en etniciteit. Bovendien krijgt de burgemeester een zwaarder politiek gewicht, omdat er meer bevoegdheden en verantwoordelijkheden bij slechts een persoon worden gelegd, terwijl de Raad daar weinig of geen invloed op heeft en de bevolking slechts eens in de vier jaar kan 'afrekenen'.

Het wordt pas echt een doemscenario als deze burgemeester, die in het gemeentelijke dualisme als voorzitter van de Raad toch al een vreemde eend in de bijt is, de democratisch gekozen Raad om welke reden dan ook kan ondermijnen door.Bijvoorbeeld als hij of zij vooruitlopend op een mogelijke motie van wantrouwen van de oppositie, alvast een wethouder ontslaat.

Voor de betrokkenen, maar ook voor de politieke zuiverheid, is juist de Kroonbenoeming nog steeds de meest eerlijke en efficiënte procedure. Alleen dan voorkom je de opkomst van allerlei ééndagsvliegen, plaatselijke populisten en demagogen, die het wel goed doen gedurende de waan van de dag, maar die verder geen toegevoegde waarde hebben als voorman van de volledige gemeente. Integendeel.

Tevens is de Kroonbenoeming een waarborg voor onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Want de burgemeester kan, mag en moet zich neutraal opstellen. Hij hoeft de kiezer geen beloftes te doen die van invloed kunnen zijn op zijn herbenoeming, zoals dat bijvoorbeeld wel het geval is bij de herverkiezing van de burgemeester en Hoofdofficier van Justitie in de VS. In Nederland waren we het toch wel over eens dat die schijndemocratie ongewenst is.

En dan is er nog een niet onbelangrijk punt, waar in de discussie over de de gekozen burgemeester makkelijk aan wordt voorbij gegaan. bijgegaan: de positie van de solliciterende aspirant burgemeester. Hij dient zich ten overstaan van een ieder verkiesbaar te stellen, hetgeen nogal wat kan betekenen voor zijn huidige positie. Over maatschappelijke en politieke realiteit gesproken!

Grofweg bevindt deze vrouw of man zich in een van de volgende drie, al dan niet netelige situaties.

Hij is burgemeester en stelt zich verkiesbaar in zijn huidige gemeente, hij is burgemeester en stelt zich verkiesbaar in een andere gemeente of hij is geen burgemeester en stelt zich in een gemeente verkiesbaar.

In het eerste geval verandert er weinig. De burgemeester geeft dan aan voor minimaal nog eens vier jaar beschikbaar te zijn.

In het tweede voorbeeld brengt de burgemeester zichzelf in een moeilijk parket. Enerzijds geeft hij aan gemotiveerd te zijn om elders burgemeester te worden, anderzijds wekt hij de indruk te zijn uitgekeken in zijn huidige gemeente. Mocht hij onverhoopt niet gekozen worden in de andere plaats, dan is de kans groot dat hij in zijn huidige gemeente niet wordt herkozen, omdat hij immers impliciet heeft aangegeven de benodigde interesse en motivatie te ontberen.

Het derde voorbeeld kan nog schrijnender zijn, omdat met name in het bedrijfsleven een dergelijke verkiesbaarstelling niet altijd even positief wordt ervaren. Wordt deze werknemer niet gekozen, dan blijft het bedrijf toch met een 'loser' zitten, ongeacht zijn prestaties van voorheen.

Want een kaassoufflé kan je nu eenmaal niet meer opwarmen.

Meer over