Gek van geluid

Met Berberian Sound Studio maakte Peter Strickland een film over de macht van geluid. Daarin wordt een geluidstechnicus door het maken van een soundtrack bij een horrorfilm tot waanzin gedreven.

Voortdurend luistert de Britse filmmaker en muzikant Peter Strickland naar geluiden om zich heen. 'Vanochtend had ik een mooie, op het vliegveld bij de bagageband. Een snerpend hoge toon die mij deed denken aan een koor van György Ligeti, de componist die een deel van de soundtrack van 2001: A Space Odyssey verzorgde.' Hij grijnst om zijn associatie. 'Ik had het eigenlijk moeten opnemen.'

In januari bezocht Strickland (39) het filmfestival van Rotterdam om te vertellen over Berberian Sound Studio, zijn sfeervolle en toegankelijke surrealistische film over de schuchtere Britse geluidskunstenaar Gilderoy (Toby Jones), die in 1976 door een Italiaanse filmstudio wordt ingehuurd om geluiden te maken bij een tamelijk gruwelijke film over heksenvervolging.

Daarmee situeert Strickland zijn film in de krochten van de Italiaanse horrorfilm, de giallo, gemaakt in een periode waarin in hoog tempo en voor weinig geld even sfeervolle als gruwelijke gotische cultfilms werden gefabriceerd. Kopstukken als Mario Bava (Black Sunday, 1960) en Dario Argento (Suspiria, 1977) vormden Stricklands inspiratie.

Gebruikelijk was om films zonder geluid op te nemen, dat was immers snel en goedkoop. Geluidskunstenaars maakten na afloop met allerlei attributen in een studio het geluid van voetstappen, krakend leer, maar vooral ook brute moorden en ijzingwekkend geschreeuw. Op magnifieke wijze laat Strickland de geluidsman in Berberian Sound Studio vervolgens zijn realiteitszin verliezen.

Strickland: 'Tegenwoordig wordt geluid vrijwel alleen nog digitaal gemaakt. Het is goedkoper; ook mij ontbrak het aan tijd en geld om alle geluiden individueel op te nemen. Gelukkig hadden we iemand in Finland die voor ons geluid opnam door hompen vlees te bewerken. Dat geluid gebruikten we voor de scènes waarin Gilderoy groente stuksmijt, waarmee hij op zijn beurt het geluid maakt voor de horrorfilm waarin een lichaam aan stukken wordt gereten. Onbewust ontstond zo een bizarre extra laag.'

Zijn film bestaat uit een bundeling van losse gedachten. Bijna verontschuldigend: 'Het verhaal is dun. Ik ben meer geïnteresseerd in het overbrengen van losse ideeën en gedachten dan in het vertellen van een verhaal. Met Berberian Sound Studio laat ik zien hoe filmbeelden werken als een ontstekingsmechanisme voor op zichzelf staande geluiden.'

Is het ene geluid lastiger te maken dan het andere?

'De schreeuwen waren het moeilijkst. Het probleem van een schreeuw is dat-ie doorgaans totaal niet angstaanjagend klinkt. Vaak worden ze veel te hoog ingezet en zijn ze minder ontregelend dan de raspende krijs die diep van binnen komt. Ik maakte ze uiteindelijk dankzij een combinatie van gebrul van vrienden en de stem van actrice Suzy Kendall, die na afloop van de opnamen naar de geluidsstudio kwam om voor mijn film te schreeuwen. Je regisseert een krijsende actrice door eerst te beslissen welk type schreeuw je wilt. De bezeten schreeuw klinkt als een heks, niet bang maar licht maniakaal. Er is de angstschreeuw, de pijnschreeuw, er zijn lange en korte schreeuwen. Ik hou van de korte schreeuw die direct uit de keel komt, daarin is zij steengoed.

'De beste schreeuwen vind je overigens in muziek. Frankie Teardrop van de band Suicide is een maniakale, doodenge plaat over een man die zijn gezin vermoordt, zelfmoord pleegt en naar de hel wordt gezonden - verteld, gezongen en geschreeuwd door Alan Vega.'

Zorgde muziek voor meer inspiratie dan het kijken naar andere films uit die periode?

'Ja, gek genoeg wel. Ik luisterde tijdens het maken van mijn film veel naar Visage van Cathy Berberian, een muziekstuk van 20 minuten met enkel stemmen en bevreemdend achtergrondgeluid. Het klinkt als bezeten gehuil, als de soundtrack van een horrorfilm. Op plaat zullen veel mensen het verschrikkelijk vinden, maar in combinatie met beeld wordt het interessant. Denk maar aan de ijzingwekkende muziek van Krzysztof Penderecki voor The Shining.

'Avant-gardemuziek leende zich uitstekend voor het horrorgenre, met zijn dissonanten en atonale klanken. In Italië legden een groot aantal avant-gardecomponisten zich toe op horrorsoundtracks. Voordat Ennio Morricone bekend werd met zijn soundtracks voor de westerns van Sergio Leone, speelde hij trompet in de improvisatieband Gruppo di Improvvisazione di Nuova Consonanza. Ook zij droegen met vreemde geluiden bij aan de soundtrack voor een aantal horrorfilms.'

De Italiaanse films waaraan je een hommage brengt, waren zeer gewelddadig, maar jij laat het geweld volledig buiten beeld. Waarom?

'Ik wilde geen moralistische film maken. Het mechanisme achter het filmgeweld interesseert me. Een keerpunt in de film is het moment waarop Gilderoy weigert om water in een pan te gieten. Hij denkt dat hij het personage kan redden, dat hij haar lot door de kracht van zijn geluid kan beïnvloeden. Wat dat betreft is Berberian Sound Studio te bekijken als een commentaar op de wijze waarop filmmakers geweld inzetten en wij, het publiek, dit geweld consumeren. Juist nu beelden met écht geweld via bijvoorbeeld YouTube zo eenvoudig beschikbaar zijn, is dat belangrijk.

'Tegelijkertijd vond ik het ontzettend grappig; de geluiden onder de gruwelijkste geweldsscènes worden gemaakt door een kerel die in een hokje groente kapot staat te slaan. Je wordt voortdurend gedwongen om de wijze waarop je het geweld bekijkt aan te passen - is het nou grappig, griezelig, verontrustend?'

Ik kan mij goed voorstellen dat je je tijdens het maken van de film steeds sterker met je hoofdpersonage identificeerde. Net als hij werk je aan een film waarin gestoorde geluiden een belangrijke rol spelen.

'De gekte waarin Gilderoy gaandeweg terechtkomt begreep ik steeds beter. Dat begon toen een bevriende muzikant mij twee cd's vol schreeuwgeluiden stuurde. Twéé uur geschreeuw - dat doet iets met je wanneer je daar eindeloos naar luistert, op zoek naar de beste schreeuw en vervolgens het beste deel van die schreeuw. Wanneer ik 's nachts thuiskwam, hoorde ik ze nog steeds.

'Engeland heeft een traditie van excentrieke geluidstechnici. Zonderlinge lui die thuis werkten, in hun eentje in een schuurtje of op zolder. Sommige van hen draaiden compleet door, zoals Joe Meek. Die pleegde zelfmoord op zijn 37ste.'

Je toont veel liefde voor ouderwetse, analoge opname-apparatuur. In hoeverre is dat meer dan alleen nostalgie?

'De film brengt op fetisjachtige wijze die hommage. Ik zag een documentaire over het werk van componist Luciano Berio, vol beelden van tape op grote spoelen en mannen die driftig aan knoppen draaien. Zij maken alledaagse geluiden via die machines tot iets bevreemdends, het voelt als moderne tovenarij. Het beeld van die mannen is krachtiger als je niet weet wat ze precies doen. Door beeld van een schreeuwende actrice voor een microfoon af te wisselen met zo'n man achter een machine vol knopjes lijkt het alsof die machine de actrice vermoordt. Fantastisch.

'Digitale apparatuur heeft het opnameproces eenvoudiger gemaakt, maar soms wordt het te eenvoudig. Dan hoor je na één druk op een knop de gonzende fabrieksgeluiden waaraan Alan Splet met David Lynch ik-weet-niet-hoe-lang werkte voor Eraserhead. De spanning zit hem juist in de experimenten, per toeval een bizar, fascinerend geluid ontdekken.'

Extra: Favoriet geluid

Strickland: 'De geluiden die Alan Splet voor Eraserhead van David Lynch maakte, zijn ongeëvenaard. Het was de eerste film die ik zag waarin geluid als expressie wordt gebruikt. De film zit vol geluid dat je doorgaans negeert: de sissende radiator of de fabrieksgeluiden die voortdurend op de achtergrond gonzen. Deze soundtrack plaatst je in de wereld van die film. Het geluid is een verbeelding van gedachten. Uren knutselde Splet met Lynch aan de soundtrack. Gedoe met pijpen en flessen onder water. Het is verre van toegankelijk, maar ik heb de soundtrack op mijn iPod en luister hem geregeld. Altijd luister ik na afloop even anders naar de wereld.'

undefined

Meer over