Geïnfecteerd door Tankards golfje

Furioso door Meryl Tankard Australian Dance Theatre. 5 mei, Muziektheater Amsterdam. Herhaling 9 mei...

ANNETTE EMBRECHTS

DANS

Het is verleidelijk om de voorstelling Furioso van het Australian Dance Theatre van choreografe Meryl Tankard vooral te beschrijven in termen van dynamiek. Om het bodysurfen aan de touwen en het plat-op-de-buik-zweefduiken naar voren te halen als hartstochtelijk en intens danstheater. Zeker nu deze vitaliteit een tegenhanger krijgt in meer verstilde momenten waarin de vijf vrouwen zich afzonderen met in zichzelf gekeerde solo's of als zombies een kwintet dansen terwijl het evenveel mannen blijven proberen hun aandacht te winnen.

Je kunt de scènes zelfs poëtisch duiden omdat er de vraag aan ten grondslag ligt hoe het voelt een dierbaar iemand te missen. De vrouwen reageren verdwaasd, de mannen lichamelijk: nu eens bevechten ze elkaar om de lichaamswarmte van de ronddolende vrouwen, dan weer visualiseren ze een lege plek tussen hun armen, die maar blijven reiken naar de ongrijpbare vrouwen.

En telkens wanneer Gorecki's violen de zachte hartslag van Arvo Pärts trom vervangen, komt het tiental weer rennend tevoorschijn om elkaar aan armen en benen over de grond te slepen of door de lucht te laten zwieren. Dat alles met bronzen platen op de achtergrond, donkerkleurige kleren en een gladde vloer die lekker glijdt. De losse haren van de vrouwen maken het sensuele plaatje compleet.

Natuurlijk beloont het publiek in het Muziektheater deze choreografie uit 1993 van de voormalige topdanseres van het Tanztheater Wuppertal van Pina Bausch met een ovationeel applaus. Tankard schiet niet door in acrobatiek.

Maar er blijft iets wringen.

Is het de gedachte dat dit al zo vaak is vertoond de afgelopen jaren? Door noem maar op, Wim Vandekeybus, DV8, La La La Human Steps en door Pina Bausch zelf, maar dan mét tekst? Of is het de geconditioneerdheid van de Australische dansers, die niet door persoonlijke drijfveren lijkt gestuurd maar door afspraken over timing en ritme?

Dat allemaal ook, maar wat vooral gaat irriteren is frasering van de scènes, die als een soort sinuscurve is opgezet. Eerst begint de een, dan de tweede, de derde, de vierde, tot de vijfde met voldoende faseverschil de beweging heeft uitgevoerd. Alsof Tankard aan de zijkant golven door een koord staat te jagen. Zelfs het slotbeeld, met tegen de wand achterwaarts omhoog klimmende vrouwen, is geïnfecteerd door Tankards golfje.

Jammer, want onder al deze structuur en dynamiek zitten een paar prachtige bewegingen verscholen. Een zwarte danseres die zacht met haar heupen en handen wiegt of een aan een touw bodysurfende vrouw die met haar voeten de dijen van een man betast. Deze momenten, hoewel ook soms een tikkeltje cliché, bevatten meer poëzie over gemis dan alle dynamiek bij elkaar.

Annette Embrechts

Meer over