Geheel ververst

Gewoon lekker touren. Daarom is zangeres Bonnie Raitt de studio ingedoken en maakte ze een nieuw album: Slipstreem.

GIJSBERT KAMER

'Hoezo raar, op je 62ste een eigen platenlabel beginnen?' Bonnie Raitt haalt haar schouders op. 'Er zijn ook mensen die zeggen dat het uitbrengen van platen anno 2012 überhaupt verspilde moeite is. Niemand koopt ze immers nog.'

Ze is er toch maar weer aan begonnen, zegt de Amerikaanse blueszangeres en -gitariste in haar hotelkamer in Midtown Manhattan. 'Niet omdat ik zo graag in de studio zit, maar omdat ik nu eenmaal graag weer op tournee wil. En dat vind ik alleen de moeite waard als ik iets nieuws kan laten horen.'

Slipstream heet haar nieuwe album, dat vorige maand verscheen, zeven jaar na Souls Alike. 'Dat was geen hoogvlieger, dat vond de platenmaatschappij ook. Ze wisten niet hoe snel ze van me af moesten komen. Misschien maar goed ook. Ik had tijd nodig om tot mezelf te komen.'

Want hoewel Raitt aanvankelijk bleef optreden, nam ze de tijd om het overlijden van haar ouders, kort na elkaar in 2004 en 2005, te verwerken. 'En toen mijn broer twee jaar geleden vervolgens zijn gevecht tegen kanker verloor, was het echt even genoeg. Ik heb tegen mijn band gezegd: jongens, ik zie jullie over een jaartje weer, ik ga even wat anders doen.'

Met Slipstream pakt Bonnie Raitt de loopbaan weer op die meer dan veertig jaar geleden begon. Ze maakte begin jaren zeventig deel uit van de lichting muzikanten die dat decennium muzikaal naar hun hand zouden zetten. Tussen Ry Cooder, Little Feat, Randy Newman, The Eagles en Tom Waits viel ze op als een van de weinige vrouwen. En: de enige die zich echt aan het typische mannen-métier van de blues vergreep.

Niet alleen als zangeres maar ook als gitariste. Ze specialiseerde zich op de slide-gitaar, met als bottleneck bij voorkeur een echte flessenhals, zo vertelt ze. Hoewel haar platen aanvankelijk zeer succesvol waren, lag haar hart vooral bij live optredens. 'Een nieuwe plaat maak ik omdat ik mijn concertrepertoire wil verversen. Hup twaalf nieuwe liedjes erbij.'

Ook Slipstream brengt ze uit met die gedachte. Het maken ervan was, zo geeft ze toe, een geval van helemaal opnieuw beginnen. En Riatt doet dat nu voor de tweede keer in haar carrière. Ze debuteerde in de jaren zeventig. Werd in 1983 gedropt door haar platenmaatschappij. Was jaren aan alcohol verslaafd. En toen keerde Riatt in 1989 glorieus terug met Nick Of Time, haar best verkopende plaat, waarmee ze in 1990 vier Grammy's won. Een plaat die haar in eigen land tot de beroemdheid maakte die ze eerder net niet werd.

Luck Of The Draw (1991) verkoopt zelfs nog beter en kent in I Can't Make You Love Me een nummer dat van Adele tot Bon Iver is gecoverd. Er volgde een periode die ze als haar meest succesvolle, en misschien ook wel meest gelukkige beschouwde.

Ze is altijd blijven optreden, in de middelgrote zalen van het Amerikaanse popcircuit. Maar haar platen haalden niet meer het niveau van Give It Up (1972), Nick Of Time (1989) en Luck Of The Draw (1991).

Slipstream, haar eerste studio-album in zeven jaar, doet dat wel. Zeker de vier nummers die ze opnam met Joe Henry, worden door Raitt prachtig gezongen.

Het was Henry die haar benaderde voor het nieuwe album, precies op het moment dat haar band al wat ongeduldig werd. Bevriende muzikanten als Allen Toussaint hadden de naam Joe Henry al eens laten vallen. En Raitt, die vooral gecharmeerd was van zijn album Civilians (2007), had hem zelf ook al willen benaderen.

'Kom, zei hij, je mag gratis mijn studio in. En we gaan gewoon muziek maken die we mooi vinden. Dat waren vooral liedjes van zijn plaat en Time Out Of Mind van Bob Dylan, waar ik veel naar luisterde.'

De sessies die Raitt met Joe Henry opnam, resulteerden in veel meer liedjes dan de vier die nu op Slipstream staan. 'Maar ze zijn allemaal wat traag en ingetogen, ik wil mijn fans na zeven jaar niet allemaal treurmarsen voorspelen. Ik wilde een plaat maken waarmee ik weer de zalen in kon en besloot, boordevol inspiratie opgedaan bij Joe, zelf met mijn band nog wat meer up-tempo materiaal op te nemen.

Die afwisseling tussen slepende melancholieke ballads en de wat meer uitbundige feestvariant van de rhythm & blues, hebben haar platen altijd gekenmerkt. Eenentwintig jaar was ze, toen in 1971 haar eerste album verscheen, Bonnie Raitt. 'Ook toen wilde ik eigenlijk geen plaat maken, maar vooral spelen. Concerten geven. Rock 'n' roll, maar vooral folk en blues hadden me steeds meer van mijn studie-aspiraties afgehouden. En ik was een goed gemotiveerde student hoor', zegt ze lachend.

Raitt studeerde Afrikaanse Studies in Harvard, want ze was van jongsaf sterk geëngageerd. Ze verafgoodde folkzangeres Joan Baez al op haar 11de. Niet alleen omdat Baez net als Raitt afkomstig was uit een Quakersfamilie, maar omdat ze zich durfde uit te spreken over politieke en maatschappelijke kwesties. Baez was toen Raitt opgroeide een ster in de folkwereld en het rolmodel voor stoere, eigenzinnige vrouwen die het ook wilden gaan maken in de muziek.

'En er was die plaat met opnamen van het Newport Festival in 1963, die ik in handen kreeg toen ik 14 was. Daarop waren de grote bluesmannen als John Lee Hooker en Mississippi John Hurt te horen. Ik had hun muziek bij me toen ik ging studeren en raakte bevriend met Dick Waterman. Die heeft me in alles ingewijd, vooral in het muziekmaken.'

Waterman was vijftien jaar ouder en had al naam gemaakt als promotor en begeleider van tal van bluesartiesten. 'Hij kende iedereen van Muddy Waters tot Fred McDowell en Son House. Heel inspirerende mannen. Ik zoog alles op en wilde eigenlijk een semester overslaan om meer tijd voor de muziek te hebben. Mijn ouders vonden het goed, maar stopten wel mijn toelage, dus ik moest wel zelf gaan spelen.'

Raitt zou niet meer naar de universiteit terugkeren. 'Ik kreeg al snel een contract bij Warner Brothers en van studeren kwam niks meer.'

Haar eerste album, Bonnie Raitt, werd gunstig ontvangen. Raitt zong er eigen liedjes op, afgewisseld met bluesnummers van Sippie Wallace en Robert Johnson. De combinatie van haar snerpende (slide)-gitaar met haar warme, soms verbeten, maar altijd soulvolle stem vormde een bijzondere combinatie, die op platen als de superieure opvolger Give It Up (1972) en Takin My Time (1973) tot een eigen stijl zou leiden die ze tot op de dag van vandaag trouw is gebleven.

Aan die jaren zeventig denkt ze met gemengde gevoelens terug. Ze kreeg bij Warner Brothers alle creatieve vrijheid, maar de kring van muzikanten om haar heen hielden er niet bepaald een gezond leven op na.

'Warner zei dat ze aan mij geen geld hoefde te verdienen, dat deden ze wel aan Black Sabbath, Deep Purple en Frank Sinatra. Ik was niet de enige die zo werd onthaald. Ry Cooder, Randy Newman en James Taylor konden ook hun gang gaan.'

Met succes, zo bleek. Nederland was een van die landen waar hun talent eerder op waarde werd geschat dan in eigen land. Iets dat Raitt zich veertig jaar na haar eerste schreden in de platenindustrie nog goed herinnert. 'Dat ging echt rond. Dat ergens in Europa, in Holland, onze platen het zo goed deden. En dat we zelfs op de radio geweest waren. Als Ry of Randy weer eens naar Europa gingen, kwamen ze met dolenthousiaste verhalen terug. In Nederland moesten we zijn, zeiden ze dan.'

Zelf bewaart Raitt ook mooie herinneringen aan Nederland. Aan de interviews die ze met wijlen popjournalist Jip Golsteijn had ('o, wat erg, ik wist niet dat hij dood was. We hebben zoveel lol gehad') en met verslaggevers van Muziekkrant OOR.

'Dat is me bijgebleven omdat jullie de enigen waren die met me wilden spreken. Maar het liep in Amsterdam ook nogal eens uit de hand, hoor.'

Niet alleen daar. Raitt vertelt onomwonden hoe veel in die tijd binnen haar vriendenkring gezopen, gesnoven en geslikt werd. 'Het was een prachtige tijd, en we wisten ook dat we goed waren, vergis je daar niet in. We voelden ons echt alsof we in Los Angeles een soort Parijs uit de jaren twintig aan het terughalen waren.

'We gebruikten alles wat we konden krijgen. Ik ook: coke en zelfs heroïne. Deed niemand echt moeilijk over. Ik kon dat vreemd genoeg wel aan geloof ik, verslaafd raakte ik vooral aan alcohol.'

Na met de regelmaat van een plaat per jaar in de jaren zeventig een behoorlijk oeuvre te hebben opgebouwd, kwam de klad er een beetje in, en veranderde het tij bij Warner. 'Er werd ook van mij verwacht dat ik radiohits zou maken, maar ik raakte steeds dieper in een creatieve impasse. Toen ze me in 1983 van het label schopten was ik vadsig, voelde ik me als een ballon opgepompt van de alcohol, en kwam er een periode vol zelfbeklag. Ik had geen label meer, en zonder plaat wilde geen agent een tournee boeken. Ik werd almaar zwakker.'

De redding kwam van Prince, al wist de goede man van niks, vervolgt Raitt. 'Eind 1986 zag hij me spelen, en zocht contact. Hij wist hoe ik door Warner, toen nog zijn platenmaatschappij, aan de kant was gezet en wilde iets terugdoen. Hij zou een eigen label beginnen en wilde mij daarop hebben.Ik was natuurlijk vereerd. Maar stel je voor, dacht ik, dat ik met mijn dikke lijf in een video met hem moest. Ik besloot af te kicken. Dat was februari 1987, ik vier dit jaar mijn zilveren jubileum als zijnde clean.'

Van een plaat met Prince kwam het echter niet. Begin 1987 kreeg Raitt een ski-ongeluk, Prince ging op wereldtournee en Raitt raakte uit beeld. Maar met een betere gezondheid en vooral veel energie kreeg ze er weer zin in. Ze ontmoette producer Don Was met wie ze, zoals ze het noemt, 'een muzikale liefdesrelatie' aanging.

Hij begreep dat ze in kleine bandbezetting zonder veel poespas tot het beste resultaat kwam, met liedjes, zoals John Hiatts Thing Called Love, waar ze helemaal achter stond.

De door Don Was geproduceerde plaat Nick Of Time wordt een enorm succes. 'Die jaren negentig waren mijn gloriejaren. Gezond en succesvol, ook in de liefde. Ik was permanent op tournee. Ook toen de platen wat minder goed verkochten.

In 2005, na de zoveelste wisseling van de wacht bij Capitol, werd Raitt slachtoffer van een bezuinigingsronde en kwam ze dus zonder contract te zitten.

Had Joe Henry geen contact met haar gezocht, dan had ze de zaken mogelijk anders aangepakt. Maar ze had er na een jaar 'eindelijk voor mijn lol naar muziek luisteren, zonder te hoeven nadenken of ik er zelf iets mee kan' wel weer zin in.

Aanbiedingen waren er ook genoeg, maar Raitt koos ervoor alles zelf te doen, en kwam met een eigen label, Redwing, vernoemd naar haar bijnaam - vanwege haar rode haarlokken.

'Het was wat gedoe, vooral organisatorisch en ik heb mijn spaargeld in de zaak zitten, maar het is gelukt. Er staan nu tachtig concerten uit. Mijn jongens zijn blij, en ik ook. Ik kan niet wachten. En dan blijkt mijn plaat hier ook nog eens op 6 te zijn binnengekomen.'

Een Europese tournee zal op z'n vroegst volgend voorjaar plaatsvinden zegt Raitt bij het afscheid. 'Bestaat Paradiso nog? Ik speelde daar in 1989 toen Nick Of Time klaar was en het allemaal nog moest gebeuren. Dat onthaal toen in Paradiso is me altijd bijgebleven.'

Extra: Slipstream. Redwing/Proper Records. Door Joe Henry

De Amerikaanse singer-songwriter Joe Henry maakte als producer vooral naam met de plaat Don't Give Up On Me van Solomon Burke, die de King Of Rock And Soul in 2002 maakte, en hem een aan een nieuwe generatie popliefhebbers introduceerde.

Ook produceerde hij platen voor Bettye Lavette en Allen Toussaint. Van de vier liedjes op Slipstream, het nieuwe album van Bonnie Raitt, zijn er twee van Joe Henry zelf, allebei van zijn album Civilians uit 2007.

undefined

Meer over