Gehandicapte leerling voelt rem op AWBZ-geld

Ouders van kinderen met een handicap zitten klem: er is steeds minder geld beschikbaar voor begeleiding. Een deel van het budget gaat op aan de hulp op school.

Tessa van Deventer (13) zit in de brugklas op scholengemeenschap Noordgouw in Hattem. Vanwege de spierziekte SMA zit ze in een rolstoel. Lessen volgen gaat prima, maar bij sommige zaken, zoals toiletbezoek, moet ze worden geholpen. Eén, soms twee keer per dag komt daarvoor iemand van de thuiszorg naar school.

Vanwege haar beperkingen heeft Tessa een ‘rugzakje’, maar de kosten voor deze vorm van thuiszorg komen voor rekening van de ouders, die dat geld uit het persoonsgebonden budget (pgb) halen. Gauw 300 à 400 euro per maand. ‘We kunnen het nog plooien, en vinden het belangrijk dat ze hier zit. Maar thuis is ook geld nodig voor haar verzorging’, zegt vader Rob van Deventer.

Vincent Moens (8) is ernstig motorisch gehandicapt. Na jaren van geworstel met onderwijs, zorg en geld, lijkt hij nu op zijn plek op basisschool De Kosmos in Hoogland. Voor allerlei vormen van begeleiding is, sinds Vincents komst op school, Elles Vergeer ingeschakeld. Vincents moeder Jantine betaalt haar uit het pgb.

Zonder die bijdrage kan Vincent hier niet op school zitten, want Vergeer helpt ook bij het eten, regelt vervoer naar zwemles en nog veel meer. Wat er in Vincents rugzakje zit voor onderwijszorg, is veel te weinig.

Vincents moeder dreigt in problemen te komen nu het pgb – voor de helft gebruikt voor zorg op school – na herindicatie een stuk lager wordt. Jantine Moens: ‘Hoeveel precies is nog niet duidelijk, maar zeker is dat het minder wordt.’

Ze heeft ook thuis geld nodig. ‘Je moet overal bijspringen, de hele dag door. Ik kan van school niet meer verwachten. De juffen doen al hartstikke veel.’

De situaties van Vincent en Tessa staan niet op zichzelf. Bij de Chronisch zieken en Gehandicaptenraad (CG-Raad) – een belangenvereniging voor onder anderen ouders van kinderen met een beperking – kwamen het afgelopen half jaar ruim honderd meldingen binnen van ouders die zich klemgezet voelen nu scholen geld opeisen van het pgb van de ouders.

Volgens Jantine Moens wordt het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), dat bepaalt op hoeveel zorg mensen recht hebben, steeds strenger. ‘Ze willen steeds meer weten.’ Iets dat ze overigens wel kan begrijpen. ‘De kosten van de AWBZ lopen op. Er wordt ook misbruik van gemaakt.’

Volgens het CIZ wordt die strengheid mede als zodanig ervaren doordat ouders zaken opvoeren die niet meer voor AWBZ-vergoeding in aanmerking komen, zoals begeleiding bij schoolse activiteiten. Denk aan het omslaan van bladzijden of het klaarzetten van instructiemateriaal.

Bovendien gaan scholen verschillend met deze kwestie om, weet beleidsmedewerkster Aletta Willems. Vindingrijke scholen kijken hoe ze onderwijs voor deze groep mogelijk kunnen blijven maken. Andere leggen snel de bal bij de ouders. En het is aan de ouders om al dan niet voor een gewone school te kiezen. Op het speciaal onderwijs zijn veel voorzieningen standaard aanwezig.

‘Als is bepaald hoeveel AWBZ-geld kan worden besteed, maken ouders en scholen onderling de verdeling voor school en thuis’, zegt Willems. ‘Een school kan zeggen: er is meer nodig om onderwijs aan dit kind mogelijk te maken, waardoor ouders zich onder druk gezet voelen meer uit hun pgb voor thuis te halen.’

Maar er moet al zo veel uit dat pgb voor thuis, hoort Jacqueline de Bruin van de CG-Raad via de oudertelefoon. ‘Begeleiding voor muziekles, bibliotheekbezoek, laat staan sportclubs. Bij veel van die activiteiten is iemand extra nodig. De situatie wordt thuis steeds schrijnender als het pgb steeds meer ten behoeve van school wordt leeggeplukt.’

Als gevolg hiervan dreigt de integratie van kinderen met handicaps in het gewone onderwijs – juist de laatste jaren in opmars – een terugslag te krijgen. ‘Die grotere zorgvraag mag toch niet ten koste gaan van de ouders, die met hun kind al heel wat voor de kiezen krijgen’, zegt De Bruin.

De Groningse orthopedagoog Sip Jan Pijl noemt het de omgekeerde wereld. In Nederland is het speciaal onderwijs in honderd jaar zo uitgegroeid dat het de norm is geworden. Maar je zou het moeten omdraaien, vindt hij. Pijl: ‘Je moet je niet afvragen of het goed is voor een kind met beperkingen op een gewone school, je moet je afvragen of je wel goede argumenten hebt om dat kind naar het speciaal onderwijs te sturen.’

Vincents moeder Jantine Moens vreest dat het gedoe om geld een extra drempel wordt om kinderen met beperkingen op een gewone school te krijgen. ‘Gewone scholen zouden er al meer op toegerust moeten zijn. Voor een kind met een handicap is de weg naar een gewone school dubbel zo moeilijk als naar een speciale school.’

Directeur Ad Poppelaars van de CG-Raad vindt dit zeer onterecht. ‘Ouders kunnen heel valide argumenten hebben hun kind naar een gewone school te sturen: betere integratie, broertjes en zusjes die er zitten, meer nadruk op cognitieve ontwikkeling en betere aansluiting op de arbeidsmarkt.’

Toch komt het speciaal onderwijs voor ouders weer in beeld als de gewone school te duur wordt. Elles Vergeer, Vincents begeleidster op school, kent voorbeelden waar het zo is gegaan, en snapt het beleid niet. ‘Alsof taxivervoer van die kinderen naar speciale scholen ver weg niet duur is.’

En, zegt ze, mocht het beleid zijn dat ouders meer moeten bijdragen aan zorg op school, dan heeft dat gevolgen. ‘Dan wordt het iets voor de elite om een gehandicapt kind op een gewone school te hebben.’

Meer over