Gefrustreerd door het feminisme?

Vrouwen zoals Malou van Hintum die afgeven op het klaagfeminisme, zetten zich volgens Alkeline van Lenning af tegen een karikatuur van een achterhaalde vorm van feminisme....

FEMINISTEN maken carrière. Ze doen aan dress for success, dragen chique bh's, ontharen hun benen en integreren in 'mannenbolwerken'. Uitgerekend in deze tijd wordt er gesproken van mannenhaatsters en worden de meest antieke, overtrokken uitspraken uit de sloot gehaald om tegen een vermeend feminisme in te zetten. Er verschijnt een beeld van het feminisme dat neerkomt op een karikatuur van sommige vormen van radicaal feminisme uit de jaren zeventig.

Soms houdt het me uit mijn slaap. Hoe kunnen door velen gedeelde voorstellingen en door mij waargenomen realiteiten zo ver uiteenlopen? Ook andere vragen kwellen. Is het vooruitgang als een bewindsvrouw de pil uit het ziekenfondspakket wil halen? En wat te denken als Adelheid Roosen zegt vooruitstrevender dan het feminisme te zijn: 'ik wil verder dan het feminisme, ik wil terug naar mijn bron, ik wil zorgen'. Is het gewoon modern als Lydia Rood medelijden met mannen toont? 'Ik benijd ze niet, ze zijn helemaal in verwarring' en 'ach, laten we eerlijk zijn: het is tegenwoordig toch veel gemakkelijker om vrouw te zijn dan man?'

In een tijd waarin het feminisme in elk geval in Nederland een ongekend liberale inhoud heeft en zeer pluriform is, lijken weinigen van plan zich ertoe te bekennen. Veel vrouwen beweren tegenwoordig dat ze heus wel geëmancipeerd zijn, maar natuurlijk niet feministisch.

Feministen voeren geen ludieke acties meer voor openbare vrouwentoiletten, ze ontbloten niet meer hun buiken waarop te lezen staat dat zij daarin de baas zijn, ze knijpen niet meer mannen op straat in hun billen zodat die ook eens weten hoe dat is. Sterker nog, de overheid lijkt deze acties van hen te hebben overgenomen. Zij zendt nu tv-spotjes uit waarin een man worstelt met een hitsige hond bij een kopieerapparaat.

Het verontrustende is natuurlijk niet dat iemand zegt het feminisme voorbij te zijn en nu te willen zorgen. Wat me zorgen baart, is dat er zo gretig op wordt gereageerd.

De tweede golf is voorbij. Daar kun je verschillende conclusies aan verbinden. Volgens Dorien Pessers is het feminisme van een voorhoedegevecht tot een achterhoedegevecht geworden. Ik denk dat het feminisme niet meer aan straatvechten doet en menig feminist haar ideeën vormgeeft in haar werk, in het onderwijs, in de politiek, het bedrijfsleven of waar dan ook. Volgens de ene interpretatie is het feminisme op sterven na dood en volgens de andere is het geïnstitutionaliseerd en geprofessionaliseerd. Hoe het ook zij: in beide gevallen lijkt me de noodzaak om er tegen ten strijde te trekken zelden zo gering te zijn geweest.

WAAROM hekelen vrouwen als de Amerikaanse Rene Denfeld, de Italiaanse Camille Paglia en de Nederlandse Malou van Hintum het feminisme in zulke felle bewoordingen?

Er wordt gesproken van een nieuwe generatie die zich tegen de oude feministen zou afzetten. Maar het grootste deel van de vrouwen die het feminisme hekelen, heeft de bloeitijd van de vrouwenbeweging in de jaren zeventig en begin tachtig bewust meegemaakt. Hierin ligt de sleutel tot het antwoord.

Deze vrouwen hebben zich in de hoogtijdagen geen positie in het feminisme verworven, misschien omdat ze dat niet konden of omdat ze dat niet wilden. Maar het feminisme was dominant en ze konden het niet negeren. Wellicht hadden zij ook toen al zo hun bedenkingen, maar die konden niet geuit worden zonder te worden weggehoond. Doordat het feminisme in die tijd geen tegenspraak duldde, zijn zij daarover gefrustreerd geraakt.

Deze destijds door het feminisme gefrustreerde vrouwen slaan nu een verongelijkte toon aan, ze missen elke relativering of gevoel voor humor. Laat dat nou precies zijn wat ze het feminisme verwijten! Omdat hun geschriften voortkomen uit deze oude frustratie schilderen zij zo'n karikaturaal beeld van een achterhaalde vorm van feminisme.

Het boekje van Van Hintum tegen het klaagfeminisme, haar columns en interviews, zijn droevige voorbeelden van het gegeven dat het vanuit verongelijktheid slecht nieuwe ideeën bedenken is over de sekseverhoudingen.

Verder valt op dat deze vrouwen die op het feminisme afgeven, vaak een soort openbare flirt opvoeren. Ze presenteren zich graag als winners en plaatsen dit beeld tegen een achtergrond van verongelijkte feministische underdogs. Door zich te profileren op wijdverbreide vooroordelen, is succes verzekerd. 'Ik ben niet feministisch en kijk eens hoe leuk ik ben. Ik ben een jonge meid met pit, ik ga nergens onder gebukt. Ik ben dol op sex. Ik hou van leuke mannen en die zijn er volop. Ik ga het helemaal maken.' Tja, wie valt daar nu niet op?

Alkeline van Lenning is medewerkster vrouwenstudies aan de Katholieke Universiteit Brabant en medeoprichtster van 'De Harde Kern'.

Meer over