Geen teruggave van belasting op vakantiegeld

Miljoenen werknemers hoeven er voorlopig niet op te rekenen een deel van de belasting op hun vakantiegeld terug te krijgen....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Een medewerker van de belastingdienst vocht in het proces de hoogte van de belastingheffing aan, omdat werknemers met vakantiebonnen (zoals bouwvakkers) een kwart minder aan belasting op vakantiegeld betalen dan andere werknemers.

Op grond van het gelijkheidsbeginsel eiste belastingadviseur R. Vliese daarom een deel van zijn belasting terug. Nu het hof zijn eis heeft afgewezen, gaat hij in cassatie bij de Hoge Raad.

Zeker een miljoen Nederlanders hebben afgelopen zomer een bezwaarschrift ingediend tegen de belastingheffing op hun vakantiegeld. Staatssecretaris Vermeend (PvdA) van Financiën heeft beloofd dat ook personen die geen bezwaarschrift hebben ingediend belastinggeld kunnen terugkrijgen, als de Hoge Raad bepaalt dat de heffing te hoog is geweest. De uitspraak van het hoogste rechtscollege zal nog geruime tijd op zich laten wachten.

Vliese doet niet alleen een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Het verschil in belastingheffing leidt ook tot discriminatie, vindt de medewerker van belastingdienst. Die is verboden op grond van artikel 26 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.

De belastingdienst heeft aangevoerd dat er goede redenen zijn werknemers met vakantiebonnen anders te behandelen. Uit een arrest van de Hoge Raad van 1 februari 1995 blijkt dat er sprake moet zijn van vergelijkbare regelingen, wil het gelijkheidsbeginsel van toepassing zijn, aldus de fiscus. 'Voor deze twee situatie bestaan twee verschillene wettelijke regimes.' De belastingheffing voor werknemers met vakantiebonnen wordt op termijn opgetrokken tot het niveau voor werknemers met 'gewoon' vakantiegeld.

Het hof vindt dat deze kwestie niet aan de rechter ter beoordeling staat. Als er al sprake zou zijn van een onevenredig financieel nadeel, is er 'toch geen plaats voor ingrijpen van de rechter'.

Het hof wijst er bovendien op dat de politiek al zoekt naar een oplossing. Ingrijpen op één bepaald punt is daarom te ruw, aldus het hof. Het vindt wel dat er binnen afzienbare tijd een einde moet komen aan het verschil in behandeling.

Belastingmedewerker Vliese vindt dat er 'een algemene uitspraak moet komen over deze zaak'. Dat kan door in cassatie te gaan bij de Hoge Raad.

Meer over