Geen straf voor agent die Rishi doodschoot

De politieman die eind vorig jaar de 17-jarige Rishi Chandrikasing doodschoot op het Haagse station Hollands Spoor, is maandag vrijgesproken van moord en doodslag. Wel acht de rechtbank zware mishandeling met dodelijke afloop bewezen, maar daarvoor krijgt de agent geen straf.

AMSTERDAM - 'Omdat Rishi wegrende, was er geen mogelijkheid hem aan te houden met een ander middel zoals een wapenstok of pepperspray', oordelen de rechters. Volgens hen was de jongen terecht aangemerkt als vuurwapengevaarlijk, wat 'doortastend optreden van de agenten rechtvaardigde'. De agent die schoot, heeft volgens de rechtbank gehandeld zoals de wet voorschrijft en daarbij zijn bevoegdheid om geweld te gebruiken niet overschreden.

'Dat maakt de dood van Rishi niet minder tragisch en het leed van zijn nabestaanden en vrienden niet minder schrijnend', benadrukken de rechters in hun vonnis. De rechtbank erkent dat het oordeel voor hen 'teleurstellend zal zijn'.

De moeder van Rishi was bij de uitspraak aanwezig met een grote foto van haar zoon op schoot. Op de publieke tribune begroetten vrienden van Rishi het vonnis met protest. De advocaat van de familie Chandrikasing, Michael Ruperti, overweegt een civiele procedure aan te spannen tegen de staat. Volgens de raadsman zijn de regels voor het schieten door de politie te ruim, wat de dood van Rishi 'een onrechtmatige overheidsdaad' maakt.

De uitspraak is niet verbazingwekkend, stelt Tineke Cleiren, hoogleraar strafrecht en voormalig bestuurslid van de Stichting Maatschappij, Veiligheid en Politie (SMVP). 'Als je het hele vonnis leest, is daar juridisch geen speld tussen te krijgen. De kernvraag voor de rechters is of het besluit van de agent om te schieten proportioneel is. De rechtbank oordeelt dat de jongen als vuurwapengevaarlijk was aangemerkt, dat doortastend optreden van de politie noodzakelijk was, dat de jongen herhaaldelijk was gewaarschuwd en dat er op hem werd geschoten omdat de risico's anders nog groter konden zijn. Dat lijkt een heel redelijke afweging.'

De politievakbond ACP noemt het ongewenst dat de betreffende agent, die tijdens de zitting anoniem en onzichtbaar voor het publiek bleef, is vervolgd voor doodslag (voor moord eiste de officier direct vrijspraak). 'Als een agent op iemand schiet, doet hij of zij dat als een ambtenaar die probeert om de veiligheid te beschermen. Daar moeten juristen rekening mee houden', aldus een woordvoerster. De wet moet worden aangepast voor agenten in functie, vindt de politievakbond: 'Doodslag is een te zware term voor iemand die zijn werk uitvoert. We willen graag dat dat verandert.'

Politiechef Paul van Musscher van het Haagse korps noemt het belangrijk dat de rechter zich heeft uitgesproken in een zaak waarin de emoties hoog opliepen. 'Ik realiseer me terdege dat, los van dit oordeel, het leven van de familie van Rishi ingrijpend is veranderd', zegt Van Musscher. 'Ook bij de Haagse politie heeft het schietincident diepe sporen nagelaten. Nu de rechtbank zich heeft uitgesproken, is het natuurlijk niet zo dat iedereen zomaar de draad kan oppakken, daar is meer tijd voor nodig.' Na de jaarwisseling gaat hij kijken hoe de betreffende agent weer aan het werk kan.

undefined

Meer over