Geen product van stijl maar van maniërisme

Kunsthal, Rotterdam: Mary Ellen Mark: Retrospectief. Tot en met 27 oktober. Marianne Fulton: Mary Ellen Mark: 25 Years. Bulfinch Press, ¿ 65,-....

Hoe langer je naar haar foto's kijkt, de foto's van Mary Ellen Mark, des te sterker wordt het gevoel dat er iets wezenlijks aan ontbreekt. Ze zijn ontluisterend, maar dat zijn ze voornamelijk doordat de onderwerpen die ze laten zien dat zijn. Ze zijn perfect, maar dat zijn ze vooral doordat er op de techniek niets valt aan te merken. Het lijkt daardoor alsof vorm en inhoud door een onzichtbare grens van elkaar worden gescheiden. Of om het paradoxaler te zeggen: er zit geen barst in.

Die barst loopt wel door het werk van de Amerikaanse fotografen aan wie Mary Ellen Mark schatplichtig is: Robert Frank, Garry Winogrand, Diane Arbus en - tot op zekere hoogte - Richard Avedon. De sfeer van faillissement, nergens zo sterk als in The Americans van Frank of bij de maatschappelijke losers van Arbus, de demonstratie van alles wat men liever uit de Amerikaanse Droom zou verbannen - dat alles heeft aan de Amerikaanse na-oorlogse fotografie die onuitwisbare gloed van authenticiteit gegeven. Maar bij Mark is het alsof die gloed zichzelf heeft verschroeid. Haar foto's zijn in laatste instantie niet het product van een stijl, maar van maniërisme.

Verdedigers van haar werk, en dat zijn er nogal wat, laten niet na te wijzen op de overstelpende menselijkheid en betrokkenheid die Mark in haar foto's investeert. 'She seeks to define what it means to be human', schrijft Mariane Fulton in het boek Mary Ellen Mark: 25 Years, dat werd uitgegeven als catalogus bij een tentoonstelling die in de afgelopen jaren de wereld is rondgereisd en die nu te zien is in de Rotterdamse Kunsthal. Het is van dat idioom dat onvermijdelijk herinnert aan het taalgebruik van Amerikaanse partijconventies, zoals nog onlangs in San Diego, waarbij het haast niemand meer opvalt dat wat daar gezegd wordt vrijwel geen betekenis heeft. 'Haar foto's zijn doortrokken van waardigheid en bezieling. Mark geeft een menselijk gezicht aan de daklozen, aan druggebruik en aan andere pressing issues.'

Het gaat er nu niet om te twijfelen aan de goede trouw van Mark, maar het is de vraag of de bewijzen daarvan in haar foto's werkelijk voor het oprapen liggen. Die bezieling, wat is dat? Is er niet veel eerder sprake van een mengsel van een soort correct gedrag en een houding die niet geheel vrij is van sensatiezucht? Is die waardigheid zo ondubbelzinnig aanwezig dat het verschil tussen documentaire en document, tussen invuloefening en inventie in alle opzichten duidelijk wordt?

Een van de meest weerbarstige eigenschappen van de fotografie is dat het helemaal zo ingewikkeld niet is om een schokkende foto te maken. Schokkende onderwerpen zijn er genoeg, en het enige wat je als fotograaf hoeft te doen - zo lijkt het - is ze simpelweg te registreren. Iedereen die wel eens tussen de puinhopen van Marseille of Liverpool heeft lopen fotograferen, of in Hoevelaken, kent het verschijnsel: het onderwerp is er al, het hoeft alleen maar te worden gefotografeerd, en het eindresultaat van die procedure is per definitie een cliché.

Mary Ellen Mark is er in de ruim vijfentwintig jaar, dat zij fotoreportages maakt, niet in geslaagd van deze methode los te komen. De verschillen zijn hooguit gradueel. Wezenlijke verschillen zijn er niet: of zij nu in Calcutta een hospitaal, in Turijn een inrichting voor geestelijk gehandicapten, of in Seattle de van huis weggelopen adolescenten bezoekt, ze komt steevast terug met foto's die ze bij wijze van spreken op de heenreis in het vliegtuig al voor zichzelf had bedacht. Het zijn verschrikkelijke beelden - daaraan valt niets te verdoezelen -, maar het zijn tegelijkertijd voorstellingen die de toeschouwer herinneren aan iets wat hij feitelijk al wist.

In de journalistiek is dat laatste al een veeg teken. En door te doen alsof het kunst is laat men vooral zijn neus bloeden en ontstaat er een onoplosbaar moreel probleem.

Melchior de Wolff

Meer over