Geen motie tegen ontpoldering Hedwigepolder

De Partij voor Zeeland (PvZ) en de PVV hebben vrijdag tijdens een vergadering van Provinciale Staten een motie ingediend, waarin ze het college van Gedeputeerde Staten vragen de medewerking aan de ontpoldering van de Hedwigepolder op te schorten. De partijen trokken de motie weer in, nadat ze de toezegging hadden gekregen dat een rapport over het opslibben van het gebied na ontpoldering zeer zorgvuldig wordt bestudeerd.

null Beeld anp
Beeld anp

Fractievoorzitter Johan Robesin van de PvZ zei dat in een nieuw rapport is vastgesteld dat de Hedwigepolder na ontpoldering jaarlijks 5 tot 10 centimeter zal opslibben. Van een getijdengebied met grote waarde voor de natuur is dan geen sprake meer. Het rapport is uitgevoerd door Svasek Hydraulics uit Rotterdam in opdracht van de adviseur van Gery de Cloedt, de Vlaamse eigenaar van de Hedwigepolder.

Gedeputeerde Carla Schönknecht-Vermeulen noemde het een goede zaak dat het rapport over de opslibbing er ligt. Ze voelde er echter niets voor om medewerking aan de ontpoldering op basis van het rapport op te schorten. ,,Als we tegen het Rijk zeggen dat de provincie Zeeland niet meer meedoet, dan gaat de hele procedure wel door zonder de provincie'', aldus Schönknecht.

De meeste andere Statenfracties deelden die opvatting waarna de PVV en de PvZ besloten de motie in te trekken. ,,Het was onze bedoeling de aandacht op het rapport te vestigen en dat is gelukt'', aldus Robesin.

In december nam het kabinet het besluit de Hedwigepolder in Oost-Zeeuws-Vlaanderen onder water te zetten, na jarenlang gesteggel. Tegenstanders van het plan vinden dat er in de loop der jaren al genoeg landbouwgrond verloren is gegaan. De actiegroep Red onze Polder overhandigde voorafgaand aan de Statenvergadering ruim 1500 zienswijzen aan gedeputeerde Schönknecht. In die zienswijzen wordt bezwaar gemaakt tegen het laten binnenstromen van zout water in het gebied.

Meer over