Geen medelijden meer met de tegenstander

Uitgeput is Frans van Iersel (55) na een wedstrijd, maar desondanks schrijft hij vandaag wellicht zijn 33ste kampioenschap bij. In de ruim 25-jarige loopbaan van de Amsterdamse handbaltrainer miste hij de titel slechts één maal....

FRANS van Iersels gedrevenheid en geloof in eigen kunnen vormen de basis voor het succes van De Volewijckers. Ondanks zijn kleine postuur is de handbaltrainer altijd nadrukkelijk aanwezig. Heftig gebarend en schreeuwend naar zijn speelsters ontdoet hij zich tijdens de wedstrijd van zijn emoties. 'Na een wedstrijd ben ik uitgeput. Dan kan ik twee dagen slapen. Maar zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Eén keer ben ik bewust de hele wedstrijd stil geweest. Had ik de volgende dag knallende koppijn.'

Van Iersel leidde het eerste vrouwenteam van De Volewijckers in vier jaar naar de top. Onderaan de tweede divisie bungelde de Amsterdamse formatie, toen voorzitter Jacob Oost de handbaltrainer om een onderhoud verzocht. 'Wij willen naar de top', zou Oost hebben gezegd. 'Dat regel ik voor je', moet het laconieke antwoord van Van Iersel zijn geweest.

Want waar van Frans van Iersel traint, volgen de successen elkaar in razend tempo op. In drie jaar tijd was het eredivisie-debuut van de club uit Amsterdam-Noord een feit. Een debuut met een gouden randje, want de ploeg deed direct al een serieuze gooi naar de titel.

Van Iersel kijkt er al lang niet meer vreemd van op. Het overkwam hem al bij zijn eerste club Ookmeer waar hij de aspiranten onder zijn hoede nam. Na vijf titels op rij belandde Ookmeer van de tweede klasse in de eredivisie. Het gebeurde eveneens in Aalsmeer. De vrouwen promoveerden in zijn eerste seizoen naar de eredivisie en werden het daarop volgende jaar kampioen.

'Ik zal wel talent hebben', is zijn bescheiden reactie op al die successen. 'Ik verzamel een aantal meiden om me heen, van wie ik denk dat ze samen een goed team vormen. Bovendien ben ik eerlijk en recht door zee. Ik ben altijd recht voor zijn raap geweest. Dat zit gewoon in me. Dat spreekt deze vrouwen aan. En als ze niet tegen de waarheid kunnen, want die is niet altijd leuk, dan vallen ze vanzelf af.'

Pas op 28-jarige leeftijd stapte Van Iersel voor het eerst een handbalveld op. Handbal vond hij maar niks en sporten was sowieso nooit zijn grote passie. Wel die van zijn vrouw en dochters. Na drie jaar zijn 'kop gek te hebben gezeurd', ging hij overstag en volgde zijn gezin naar Ookmeer. Al snel moest hij toegeven dat hij het spelletje zelfs erg leuk vond.

En spoedig daarna meende hij al kritiek te kunnen uiten op de manier waarop er bij de Amsterdamse club werd gehandbald. 'Ik werd gelijk heel fanatiek. Ik ging bij eredivisieclubs kijken hoe ze daar speelden. Dat was heel anders dan bij mijn vrouw. Dus ik zeg tegen mijn vrouw: we moeten naar een andere club. Ze doen het hier niet goed.'

Zijn zevenjarig dochtertje Georgina was echter vastbesloten. Ze wilde bij haar vriendinnetjes in Ookmeer blijven spelen. Uiteindelijk besloot Van Iersel dan maar zelf de training ter hand te nemen en maakte zowel zijn vrouw als dochter kampioen.

'Ik heb mijn eigen visie en loop niet met anderen mee. Dat wordt me niet altijd in dank afgenomen. Maar dat is wel de reden waarom ik aan de top mee kan doen en die anderen niet. Als iemand roept dat twintig uur trainen per week goed is, gaat iedereen twintig uur trainen. Als ik dat niet vind, ben ik de gebeten hond.'

Slechts zes uur laat Van Iersel zijn vrouwen per week trainen. Gezien de omstandigheden vindt hij dat het maximum. Zolang de handbalsters een maatschappelijke carrière en een gezin moeten combineren met sport, zal hij zijn vrouwen geen uur langer belasten. 'Daarmee wil ik niet zeggen dat het niet beter is om meer te trainen, maar dan moet je die meiden ervoor gaan betalen. En zover zijn we hier nog niet.'

In de aanloop naar de finalewedstrijden tegen het Limburgse Swift bereidde Van Iersel zijn vrouwen voor op een keihard duel. Omdat de coach van mening is dat de opponent alleen te bestrijden is met zijn eigen middelen: hard - en af en toe zelfs een beetje gemeen - verdedigen.

Het kostte hem veel moeite zijn tot op heden succesvolle technische concept te verloochenen. De verantwoordelijkheid voor die omslag schuift hij af op de arbitrale leiding. Te weinig naar de zin van de trainer wordt serieus opgetreden tegen zware overtredingen.

Het doet de coach pijn wanneer hij zijn blik laat glijden over de Nederlandse handbalvelden. De verruwing in het vrouwenhandbal zet onverminderd door en slechts sporadisch worden er relevante straffen uitgedeeld door de spelleiders.

'We hebben in Nederland geen scheidsrechters die een topwedstrijd kunnen leiden. De koppels die we de afgelopen keren hebben gehad waren echt wanhoop. Als die speelsters iets flikken in het veld, dan moet daartegen worden opgetreden. Gebeurt dat niet, dan zullen we zelf bikkelhard moeten spelen.

'Geen medelijden meer met de tegenstander hebben. Normaal gesproken handbal je niet om iemand te blesseren. Maar als het moet, zal dat nu wel gebeuren, want zo speelt Swift ook. Het gaat helemaal tegen mijn karakter in, maar het is de enige manier om Swift te verslaan.

'Handballen, dat heb ik vorig jaar al naast me neer gelegd, dat kan niet meer in Nederland. Tenminste niet zolang er geen scheidsrechters zijn die tegen de verharding optreden. Dit soort handbal dat ik nu moet spelen, speel ik gelukkig niet het hele jaar. Dat is zuiver nu alleen. Ik hoop alleen dat wij dat vol kunnen houden. We zijn daar nog niet zo bedreven in.'

De strijd om de nationale handbaltitel (best-of-three) is een kopie van het vorige seizoen. Ook toen was de stand gelijk na twee wedstrijden. In Amsterdam werden de Limburgers verslagen, in Roermond trokken de onervaren speelsters aan het kortste eind. Tweemaal toonde Swift haar kracht in eigen huis en greep de titel.

Het derde duel vindt opnieuw plaats in Roermond. Maar volgens Van Iersel zijn de ploegen nu gelijkwaardig. Wij worden kampioen, beweerde hij aan het begin van zijn aanstelling bij de Amsterdamse club en tot de dag van vandaag is de succestrainer nog steeds niet op die uispraak teruggekomen.

VAN IERSEL raakt niet onder de indruk van de semi-professionele aanpak bij Swift. Alle basisplaatsen worden ingenomen door buitenlandse speelsters, kritiek wordt bestraft met een geldboete en het plezier is steeds verder te zoeken in het Limburgse team. Bovendien verwacht de coach dat Swift minder gedreven zal zijn hun vijfde opeenvolgende titel in de wacht te slepen dan de debuterende Amsterdammers.

'Het maakt me niets uit of we de underdog of favoriet zijn. Wij moeten ons eigen spelletje spelen. Wij vinden dat we kunnen winnen. We moeten erin geloven dat we dat ook werkelijk kunnen.'

Wanneer De Volewijckers er vandaag in slaagt de ervaren Limburgsen te verslaan kan Van Iersel zich gaan opmaken voor zijn 33ste kampioensfeestje - 'in één jaar ben ik zelfs wel eens vier keer kampioen geworden' - in zijn 25-jarige trainersloopbaan. Zelf zal hij het feest evenwel grotendeels aan zich voorbij laten gaan.

Als coach mag hij tijdens de wedstrijd dan vaak op de voorgrond treden, het feest is voor de speelsters. 'Ik ben een stille genieter. Ik kijk liever vanuit een hoekje hoe die meiden helemaal uit hun bol gaan. Dat is mijn voldoening. Ik juich niet mee. Die meiden hebben dat verdiend. Zij staan in het veld, aan de wedstrijd heb ik geen deel. Ik kan ze alleen toeschreeuwen.'

Meer over