ReportageAchterstandswijken

Geen grove taal en gangstergedrag op de Cruyff Court in Tilburg Noord; ‘respect is het belangrijkste’

Achterstandswijken hebben het meest te lijden onder de pandemie, zeggen de burgemeesters. In Tilburg-Noord houdt de Cruyff Court de jongens nog een beetje van de straat. En als er een afglijdt, lukt het soms zelfs er eentje ‘uit die wereld terug te trekken’, zegt coach Dennis, de enige constante bij het veldje.

Aan de kant bij het Cruyff Court zitten vrijwilliger Younes Aknin, buurtsportwerker Dennis Drenthe en hardlooptalent Ilyas Osman Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Buiten adem komt de wat stevige voetballer van het veldje. ‘Wat heb jij een slechte conditie’, zegt Dennis Drenthe plagerig tegen hem. ‘Ja, ja, vakantie,’ bromt die 13-jarige terwijl hij op zijn buik slaat. ‘Te veel kapsalons en hamburgers.’

In zijn blauwe trainingspak zit Drenthe – oom van profvoetballer Royston – op de stenen bankjes langs de kant, een stopwatch om zijn pols, een logo van Buurtsport Tilburg op zijn borst. Dit is zijn arena, het Cruyff Court in het Ypelaerpark. Vijf dagen per week komt hij hier, al 7 jaar lang. Vele jongeren heeft hij hier zien opgroeien, zien komen en gaan. Hij is de constante hier, alleen zijn lange dreads worden gestaag grijzer, al zou je hem zeker geen 56 geven.

Zijn rechterhand is Younes Aknin (24), een vrijwilliger met een grote baard en zwarte bril die op het veldje ‘Patron’ wordt genoemd. Aknin zit nooit stil: hij studeert technische bedrijfskunde, voetbalt bij SVG, is coach van een jeugdteam van Willem II en heeft een bijbaantje. Op het veld deelt hij de lintjes uit. Soms speelt hij ook mee, in een Liverpool-shirt met zijn eigen naam achterop.

Respect

Zonder stemverheffing houden Drenthe en Aknin de jongeren in toom. Scheldt iemand met een ziekte, dan zegt Drenthe: ‘Let op je taal.’ Tegen een jongen die voor de grap stoer doet, zegt hij: ‘Sta niet zo gangster voor me.’ Respect is het belangrijkste, zegt Drenthe. En daarna plezier, natuurlijk. Een jongen in een trainingspak zegt: ‘Waarom zou ik op vakantie gaan, als ik hier kan voetballen?’

Voor de jongens en enkele meisjes die hier vaak komen, veelal van Marokkaanse en Somalische komaf, is voetbal hun leven. Hier kunnen ze ontsnappen van soms moeilijke situaties thuis of op school. Hier kunnen ze onbekommerd samenzijn, onder het toeziend oog van Drenthe. Hier kunnen ze excelleren.

Ernstig en bloedfanatiek worden de potjes gespeeld. Gelachen of gejuicht wordt er nauwelijks, ook niet na een genadeloze panna of een weergaloos schot in de kruising. Dat je goed bent, spreekt voor zich, anders durf je niet eens het veld op te gaan. Het hardste rumoer klinkt als de keeper per ongeluk een bal onder zijn voet laat rollen, zo het doel in. Vanaf de zijlijn: ‘Waajoo!’

Corona werd grotendeels genegeerd op het veldje, het was er zelfs drukker dan normaal in het begin van de pandemie. Iedereen wilde wel het huis uit vluchten, zeker met die hitte. Drenthe en zijn collega’s bleven verplicht thuis. Zonder toezicht ontstond een kat-en-muisspel met de politie. Een van de jongens kreeg tweemaal een boete van 100 euro, de tweede vecht hij aan.

Nu iedereen onder de 18 geen afstand meer hoeft te houden, is de relatie met de politie ook wat verbeterd. Vorige week hebben ze hardloopwedstrijdjes gedaan. ‘Sommige agenten kunnen best hard rennen, maar onze jongens ook’, zegt Drenthe, die de opnamen ervan laat zien op zijn telefoon: een agent laat een jongen zijn hielen zien.

Afglijden

Dat de politie niet altijd je vriend is, is een realiteit waar veel van de jongeren in deze wijk mee opgroeien. Vaak genoeg heeft Drenthe jongens zien afglijden. ‘Anderhalf op de tien belandt op het foute pad.’ Zonder het voetbal zouden het er nog meer zijn, is zijn overtuiging. ‘Soms lukt het om ze terug te trekken uit die wereld’, zegt Drenthe zachtjes, zodat de voetballers niet meeluisteren. ‘Soms durven ze me niet meer onder ogen te komen, omdat ze zich schamen.’

Een jongen van dertien vertelt met zachte stem dat hij gedoe kreeg met de politie nadat hij met een groep vrienden stenen had gegooid, uit verveling. Maar er is ook laatst een voetballer van dit veld veroordeeld voor een ernstig misdrijf. Die is er niet meer gesignaleerd, sinds hij een enkelband draagt. 

Drenthe is voor de jongeren een vertrouwenspersoon. Ze vertellen hem alles, zegt hij. Zijn telefoon stroomt vaak vol met appjes over problemen die veel verder gaan dan voetbal.

Met zijn contacten in de sportwereld probeert Drenthe ook kansen te creëren voor de jongeren. Hij haalt Ilyas Osman erbij, een 20-jarige van Somalische afkomst in een grijze hoodie, een traditionele rok en op badslippers. Bij toeval kwam Osman erachter dat hij goed kan hardlopen toen hij op het startbewijs van een vriend ongetraind de Warandeloop van 10 kilometer in veertig minuten rende.

Drenthe zag zijn talent en regelde dat Osman een keer mee mocht trainen op Papendal, het topsportcomplex op de Veluwe. ‘Maar toen kwam die gast niet opdagen’, zegt Drenthe gespeeld teleurgesteld. Daar heeft Osman nu spijt van. ‘Toen was ik niet serieus bezig, nu wel. Ik ben twee jaar kwijtgeraakt.’ ‘Oké, ga er nu dan voor’, zegt Drenthe. ‘Mik op de marathon van Rotterdam.’

Meer over