'Geen gemeenschap van gelovigen, wel idealistisch tintje'; Natuurlijke vervanger van Prozac moet gestagneerde groei Biohorma weer op gang helpen

Biohorma heeft lang tegen de stroom in moeten roeien. Het gedachtengoed van Dr. Vogel en zijn aanhangers was immers wat verdacht....

MARGREET VERMEULEN

Van onze verslaggeefster

Margreet Vermeulen

ELBURG

'Heeft u het Vogel-gevoel?', vroegen de aandeelhouders tot slot. 'Wat bedoelt u daar precies mee?', aarzelde André Lutmers. 'We willen weten of u de natuur ziet als de belangrijkste leverancier van geneeskrachtige stoffen?' Pas toen Lutmers die vraag met 'ja' had beantwoord, kon hij interim-manager worden bij Biohorma.

Biohorma maakt natuurgeneesmiddelen onder de merknaam Vogel. Ook het populaire Echinaforce komt uit de percolator van Biohorma in Elburg. Het homeopathische extract uit de geneeskrachtige rode zonnehoed staat in de helft van alle medicijnkastjes en wordt twee maal zo goed verkocht als aspirine.

'Ja, daar hoorde ik ook van op', geeft Lutmers toe. Tot voor kort kende hij Biohorma alleen maar omdat zijn vrouw grootverbruiker is van Vogel-producten. 'Maar dat was dan ook mijn enige band met het bedrijf.' Toch werd Lutmers eind vorig jaar tot interim-manager van Biohorma benoemd. Twee pretoogjes boven een krullende snor doen vermoeden dat hij er flink schik in heeft.

'Wij komen meestal in bedrijven als het vijf voor twaalf is. Biohorma is echter een kerngezond bedrijf. Er wordt jaarlijks 4 á 5 miljoen winst gemaakt. Het bedrijf is schuldenvrij. Maar de omzet stagneert al een paar jaar op 80 miljoen en dat is zonde.'

Biohorma moet meer profijt kunnen trekken uit de groeiende belangstelling voor alles wat groen en natuurlijk is. 'Maar het bedrijf was wat arrogant geworden. Er werd geredeneerd: wij maken een goed product en daar is dús een markt voor. Dat is gevaarlijk. We moeten beter naar de consument luisteren.'

Biohorma is een gewone commerciële onderneming. 'Er moet winst gemaakt worden om de schoorsteen te laten roken', grijnst Lutmers. Maar aan de principes van dr. A. Vogel, de beroemde Zwitserse natuurgeneeswijzer, wordt niet getornd. Leidend beginsel is dat alle ingrediënten natuurlijk zijn, en wel voor de volle honderd procent.

Dat betekent dat de planten waarvan de geneesmiddelen gemaakt worden niet in aanraking komen met kunstmest of chemische bestrijdingsmiddelen. De planten moeten bovendien vers worden verwerkt. Wie in augustus de fabriek - en de kwekerijen eromheen - bezoekt, kan met eigen ogen zien hoe er tienduizenden rode zonnehoeden geoogst en meteen verwerkt worden.

De spaarzame landbouwmachines die gebruikt worden, draaien op biodiesel, een brandstof van plantaardige olieën. 'Natuurlijker kan het anno 1998 niet', vindt Ad van 't Hoff, de woordvoerder van het bedrijf. Door een speling avn het lot ligt het bedrijf in een van de meest ongerepte gebieden van Nederland. 'Puur toeval, want wie had er in 1955, toen het bedrijf werd opgericht, ooit gehoord van milieuvervuiling? Laat staan dat men kon weten dat deze plek, het zuid-oost puntje van de voormalige Zuiderzee, relatief gespaard zou blijven?'

Biohorma heeft lange tijd tegen de stroom in moeten roeien. Want de zienswijze van Dr. Vogel en zijn aanhangers bleef lange tijd ietwat suspect. 'Terwijl Vogel niks tegen de gangbare geneesmiddelen had, hij wees er alleen op dat er ook een natuurlijk alternatief was.'

De geschiedenis heeft Vogel gelijk gegeven, meent Lutmers. 'Iedereen is het erover eens dat de toekomst van nieuwe medicijnen in het plantenrijk ligt. De farmacie doet tegenwoordig heel wat ethno-botanisch onderzoek in het regenwoud. Vroeger was alle aandacht gericht op de chemie en laboratorium-onderzoek.'

Voor Biohorma zijn er drie soorten Nederlanders. Eenderde is een trouwe gebruiker van natuurgeneesmiddelen. Eenderde experimenteert er soms mee. En eenderde moet er niks van hebben. De eerste groep spendeert er 200 á 250 miljoen gulden per jaar aan. 'Die markt heeft dus de potentie om twee maal zo groot te worden', meent Lutmers. 'Er is overduidelijk ruimte voor behoorlijke autonome groei in eigen land.'

Lutmers' voorganger, Biohorma-directeur Klaas Mijnheer, wilde juist groeien door overnames, liefst in het buitenland. Maar die strategie zaaide diepe verdeeldheid in de Raad van Commissarisen. Uiteindelijk moest Mijnheer zijn biezen pakken. Ook Bert de Vries, oud-minister van Sociale Zaken, sinds 1996 commissaris bij Biohorma stapte op. Hij had juist graag gezien dat het veertigjarige familiebedrijf zich, via overnames en fusies, een plaatsje zou verwerven in de Europese toptien van natuurgeneesmiddelen-producenten.

'Fusies en overnames zijn allemaal heel mooi', vindt Lutmers, 'maar dat ligt niet voor de hand als je in eigen land nog zoveel mogelijkheden hebt. Bovendien zijn overnames gedoemd te mislukken als je intern de zaken niet perfect op orde hebt.' Zolang de omzet in eigen land stokt, heeft Biohorma de zaakjes niet perfect op orde, vindt de nieuwe directie.

Het belangrijkste wapen in de strijd om de gunst van de consument is informatie, vindt Lutmers. Met een permanente telefonische info-lijn en betere voorlichting aan artsen en apothekers, wil hij vooral de vaste klanten bereiken. 'Als die voor zichzelf en voor anderen kunnen beargumenteren waarom ze onze producten gebruiken, worden ze onze beste ambassadeurs.'

Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een vernieuwing van het assortiment. Want het is niet langer uitsluitend moeder de vrouw die de Vogel-producten koopt voor haarzelf en het gezin. Jongeren zijn een groeiende doelgroep en die hebben hun eigen wensen. De introductie van een natuurlijk anti-depressivum, tweeëneenhalf jaar geleden, sluit goed aan op de verjonging van de consument, vindt Lutmers. 'Hypericum, oftewel Sint Janskruid, dat de basis is van dit medicijn, werkt net zo sterk als de bekende chemische anti-depressiva zoals Prozac. Maar dan geheel zonder bijwerkingen.'

Ook overweegt Biohorma natuur-geneesmiddelen te gaan maken die speciaal gericht zijn op jonge kinderen. Een aparte productlijn voor huisdieren behoort tot de mogelijkheden. Daarnaast probeert Biohorma meer crèmes te gaan maken op basis van geneeskrachtige planten. 'Maar een mooie crème maken die voor 100 procent uit natuurlijk stoffen bestaat, is erg moeilijk. En chemische toevoegingen zijn uit den boze. Als ik het al zo willen zou het personeel het dwarsbomen. Dat vermoed ik tenminste.'

Biohorma is geen gemeenschap van gelovigen, benadrukt Lutmers. 'Maar je zult weinig mensen onder het personeel aantreffen die geen geloof hechten aan homeopathie of andere vormen van natuurgeneesmiddelen. En er zit toch een idealistisch tintje aan.'

Zo heeft het bedrijf in 1994 met onder meer de Universiteit van Utrecht een stuk tropisch regenwoud in het Amazone-gebied gekocht. Daarmee werd 2400 hectare gespaard voor de boskap. Bijkomend doel van de investering is om de universiteit wetenschappelijk onderzoek te laten doen naar geneeskrachtige planten in deze regio. 'En als er spectaculaire vondsten worden gedaan (men hoopt een geneesmiddel tegen kanker te vinden) hebben wij een streepje voor. Dat zal ik niet verhullen.' Biohorma schat haar marktaandeel op 35 procent. Dat betekent dat het bedrijf al jaren een nek-aan-nek race voert met VSM, de andere grote producent van natuurgeneesmiddelen. VSM heeft, naar eigen zeggen, een iets kleiner marktaandeel dan Biohorma. Maar de farmaceutische industrie internationaliseert, ook de natuurvriendelijke stroming daarbinnen. Steeds meer buitenlandse bedrijven proberen een graantje mee te pikken van de Nederlandse markt.

Ook de schaalvergroting in de farmaceutische industrie houdt een risico in voor middelgrote bedrijven als Biohorma. Maar de pretoogjes van Lutmer twinkelen aan een stuk door. 'Dit bedrijf is kerngezond en de toekomst is uiterst zonnig. Met een paar aanpassingen zitten we binnen de korste keren weer op koers.'

Meer over