'Geen Formule 1. Niet racen over ons bloed!'

In Bahrein wordt zondag een Formule 1-race gehouden. Alles is hier normaal, bezweert het regime, maar avond aan avond wordt er slag geleverd met betogers.

BANI JAMRA - Vrijdagavond rond een uur of acht heft de menigte de handpalmen ten hemel, terwijl uit de luidsprekers op het kleine plein een sjiitisch gebed galmt. Onder het vale licht van een straatlantaarn prevelt men mee: 'God, wees er voor de onderdrukten. De onderdrukkers denken dat onze overwinning ver weg is, maar wij weten dat zij nabij is. Geef ons kracht, geef ons geduld.'

Terwijl de demonstratie in beweging komt, in het kleine Bahreinse plaatsje Bani Jamra, klinken de eerste leuzen: 'Geen Formule 1! Niet racen over ons bloed! Het volk wil de val van het regime!' De betogers hebben geen stenen, geen molotovcocktails, alleen vlaggen en luidsprekers.

Maar zodra de menigte de hoofdstraat oploopt, komen de mannen met witte helmen aanrennen. Plotseling klinkt overal geplof en geknetter en in een mum van tijd ziet de lucht wit van bijtende rookwolken. Tientallen granaten worden vlak na elkaar afgevuurd. Ook als betogers steegjes instormen, weg van de hoofdweg die ze dreigden te blokkeren, gaat het schieten door.

Zo veel traangas in steegjes is afgrijselijk. De paniek is angstaanjagend. Door de rookwolken proberen hoestende mensen in veiligheid te komen.

Plotseling trekken onzichtbare handen ons een deuropening in. Iemand duwt een sterk naar munt ruikend goedje onder onze neuzen en behulpzame handen reiken water aan. Frisse lucht. Langzaam maakt het onophoudelijke slikken plaats voor hortende ademstoten, en verdwijnt de angst voor verstikking. Wanneer de brandende ogen weer gaan zien, verschijnen behulpzame vrouwen in zwarte kledij die de slachtoffers bijstaan.

In Bahrein vindt morgen de Formule 1 plaats. Het moet de kroon worden op het werk van de autoriteiten, die hun uiterste best doen om een terugkeer naar normaliteit uit te stralen. Ruim een jaar geleden sloegen diezelfde autoriteiten nog met geweld een opstand neer, toen de sjiitische meerderheid van de bevolking in opstand kwam tegen het door soennieten beheerste regime. Daarbij vielen zeker 35 doden. De sjiieten voelen zich gediscrimineerd wanneer het gaat om banen, woonruimte en politieke macht. Ze willen dat het regime van koning Hamad bin Khalifa plaatsmaakt voor een democratie.

Met veel tromgeroffel kondigde de regering eind vorig jaar hervormingen aan en nam een aantal maatregelen. Verhoorruimten in politiebureaus werden voorzien van camera's om martelingen te voorkomen, het regime riep een klachtencommissie binnen de politie in het leven, en politieke rechtszaken tegen deelnemers aan protesten werden van speciale en partijdige veiligheidsrechtbanken naar reguliere rechtbanken overgeheveld.

Ondertussen werkten internationale pr-experts hard om het imago van Bahrein, dat economisch goeddeels afhankelijk is van buitenlandse investeringen, de internationale financiële industrie en toerisme, te repareren.

Vandaag de dag lijkt er dan ook geen wolkje aan de lucht in de hoofdstad Manamah. Bahreini's in witte gewaden wandelen onbekommerd langs dure sportwagens en jachthavens. Restaurants, winkelcentra en hotels zijn gewoon open en naarmate de race nadert, verschijnen er meer blanke Formule 1-afficionado's op straat.

In de hoofdstad kondigen flitsende borden en affiches de race van morgen aan met de slogan: 'VERENIGD! Eén natie, één viering.' Het tumult van vorig jaar is voorbij, wil Bahrein hiermee zeggen. Kom terug, kom je geld uitgeven, kom eten, drinken, slapen, feestvieren en zakendoen: alles is weer bij het oude.

Maar wie de hoofdstad verlaat en een van de dorpen elders in het land bezoekt, wordt het duidelijk hoezeer dit land is verdeeld. In Bani Jamra en andere vechten voornamelijk sjiitische betogers nog altijd avond aan avond met de ordetroepen van het door soennieten geleide regime.

Hoewel de overheid een aantal hervormingen heeft doorgevoerd, is het volgens de demonstranten bij lange na niet genoeg. Zeshonderd activisten zitten nog altijd vast, onder wie de bekende oppositieleider Abdulhadi al-Khawaja, die al 73 dagen in hongerstaking is en het volgens zijn familie niet lang meer zal maken. De verantwoordelijken voor martelingen en doden zijn niet voor het gerecht gebracht - op een handvol politiemensen van lage rang na. Fundamentele politieke verandering - een representatieve regering, waar het allemaal om ging - is uitgebleven.

De afgelopen weken escaleert het geweld van beide kanten. 'Mensen hebben geen hoop meer op een politieke doorbraak', zegt Tom Malinowski van Human Rights Watch, die de afgelopen dagen in Bahrein onderzoek deed naar de mensenrechtensituatie. Pogingen tot een dialoog tussen oppositie en regime liggen op hun gat, demonstraties worden steeds gewelddadiger en talrijker en de politie reageert met ongebreidelde repressie. Iedere avond wordt een cordon van traangas aangelegd rond de hoofdstad. De afgelopen weken zijn daarbij verscheidene doden gevallen, voornamelijk door verstikking.

In de aanloop naar de race staan beide partijen op scherp. Terwijl de overheid het evenement probeert neer te zetten als bewijs dat de problemen voorbij zijn, hebben betogers drie 'dagen van woede' aangekondigd om dat beeld te corrigeren. Veiligheidstroepen zijn dan ook in groten getale uitgerukt om te voorkomen dat het geweld overslaat naar de hoofdstad - vrijdag probeerden een paar honderd woedende demonstranten nog het circuit te bereiken.

Tot nu toe is ze dat niet gelukt. Wanneer de avond op zijn einde loopt, wordt er buiten Manamah nog altijd op verscheidene plaatsen gevochten. Jongeren gooien molotovcocktails naar de oproerpolitie, en die reageert met eindeloos veel traangas. Wanneer de hoofdstad van het kleine eiland in zicht komt, is het alsof je door een gordijn heenrijdt, weg van het traangas, op naar de oase van luxe en rust. Voor nu, althans.

undefined

Meer over