Geen ‘doei’ als militaire groet in den vreemde

Een jaar terug bracht hij al de ‘werkmansborrel’ (twee biertjes na een zware dag in het buitenland) om zeep. Nu heeft ’s lands hoogste militair zijn vizier gericht op de militaire groet....

Nog vijftien nachten en dan moeten de militairen in Afghanistan, Bosnië en de zeven andere landen waar nu 1738 militairen zijn gestationeerd, hun meerderen weer op ouderwetse militaire wijze gaan groeten. Salueren dus.

Voorzitter Wim van den Burg van de militaire bond AFMP, de belangenbehartiger van Jan Soldaat, zegt spontaan visioenen van de jaren zestig te krijgen. ‘Aan deze herintroductie kleeft een negatief imago.’

Volgens Berlijn, sinds een jaar Commandant Der Strijdkrachten (CDS), passen ‘hoi’ en ‘hallo’ niet meer bij de professionele uitstraling van de Nederlandse militair. ‘Nederlandse ongedwongenheid’, zo noemt de generaal in de Defensiekrant de nonchalante wijze waarop soldaten hun onderofficieren en officieren begroeten.

Op buitenlandse missies, aldus Berlijn, wordt dit echter niet goed begrepen. ‘Bij een professionele organisatie horen professionele omgangsvormen’, meent de 55-jarige generaal. ‘In het buitenland gaan we elkaar dus weer groeten, behalve in de no salute areas.’

De ‘salueer-aanwijzing’ maakt deel uit van een tienpunten-plan waarmee Berlijn de krijgsmacht in 2006 ‘sterker en scherper’ wil maken. Fatsoen en het naleven van regels zijn hierin belangrijke onderdelen. Toch komt het idee voor uitbanning van ‘hoi’ en ‘hallo’ niet van de CDS.

Dat komt van onderofficieren die hadden aangeven dat ze de herinvoering op vredesmissies wel op prijs zouden stellen. Berlijn nam de suggestie over. Defensie benadrukt dat met A154 de in de jaren zestig afgeschafte groetplicht niet opnieuw van kracht wordt in Nederland.

Als de salueerplicht de professionaliteit van de krijgsmacht moet vergroten, waarom geldt het dan alleen in het buitenland?

‘Sommige landen waarmee we in het buitenland samenwerken, zoals de Verenigde Staten, hebben een groetplicht’, zegt een woordvoerder van de landmacht. ‘Dan is het verstandig om de cultuur van dat land te volgen. Voor onze militairen is het salueren geen groot offer, hoor. Velen doen het nu al.’

Meer over