Op het tweede gezichtBojko Borisov

Geen andere breedgefitnesste bodyguard bezit het politieke talent van Bojko Borisov, de premier van Bulgarije

Olaf Tempelman legt bekende buitenlanders op de sofa. Deze week: Bojko Borisov, de vaakst herkozen Bulgaarse politicus van na 1989.

null Beeld Javier Muñoz
Beeld Javier Muñoz

Er zijn een stuk of tien Oost-Europese mannen die ik al een keer ‘in het echt’ had gezien vóór ze premier of president werden. Bij sommigen zag ik de toekomst aankomen, bij anderen minder en bij eentje totaal niet.

Twintig jaar geleden deed de Bulgaarse ex-koning Simeon II van Saksen-Coburg-Gotha onder de verbulgariseerde naam Simeon Sakskoburggotski mee aan de verkiezingen. In een bloedhete juniweek volgde ik hem op campagne. Omdat deze majesteit zo’n iel mannetje was, sprong zijn bodyguard, een gigantische kleerkast met geschoren hoofd, extra in het oog. Toen ik de ex-koning in de schitterende oude stad Veliko Tarnovo een vraag wilde stellen, wierp de kleerkast mij een dermate strenge blik toe dat ik lekker bij hem uit de buurt bleef.

Als iemand destijds had geroepen dat niet die ex-koning maar die bodyguard de succesvolste Bulgaarse politicus van na 1989 zou worden, had ik de wenkbrauwen flink gefronst. In die tijd wist ik niet dat die kaalgeschoren kerel met het perfecte uitsmijterpostuur werkzaam was geweest voor het cruciale ministerie van de oude communistische staat, dat van Binnenlandse Zaken; dat hij zich na 1989 had ontpopt als ondernemer in dé groeisector, de beveiliging; en dat hij zich, vóór hij Simeon II ging bewaken, al verdienstelijk had gemaakt als bodyguard van vadertje Zjivkov, van 1956 tot 1989 de eerste man van de Volksrepubliek Bulgarije.

Achteraf is het makkelijk te concluderen dat Bojko Borisov zijn fysieke diensten voor de ex-partijchef en de ex-koning zag als een soort stage, dat hij van die mannen leerde hoe je een charismatisch leider wordt. Net als Zjivkov en Simeon II raakte de bodyguard bekwaam in het paaien van heel verschillende soorten Bulgaren, oud, jong, pro-Europees, pro-Russisch. ‘Ieders beste vriend’, in de woorden van de Bulgaarse denker Ivan Krastev.

De rest is geschiedenis. Eerst presenteerde Borisov zich als krachtfiguur toen hij werd gekozen als burgemeester van Sofia. Hij nodigde cameraploegen uit als hij ingerekende criminelen streng ging toespreken. In 2009 werd hij premier, in 2014 opnieuw, in 2017 opnieuw, op 4 april werd zijn partij weer de grootste. Al die tijd bleef Bulgarije kampen met armoede, afhankelijke rechters en georganiseerde criminaliteit. Het land daalde in de World Press Freedom Index en de Corruption Perceptions Index.

Schandalen had Borisov bij de vleet. Collega Rutte was onlangs ook in opspraak, maar die werd niet gefotografeerd met op zijn nachtkastje een pistool en stapels 500 euro-biljetten. Midden in coronatijd liep half Sofia tegen Borisov uit, maar helaas, elders hadden veel kiezers de fut noch de moed meer om hem weg te stemmen.

Bulgaarse kiezers golden jaren als de dapperste van Oost-Europa. Bij elke verkiezing kozen ze voor verandering, na elke verkiezing volgde ontgoocheling. Mijn Bulgaarse vriend Georgi Apostolov diagnosticeerde bij dit electoraat ‘de wanhoop van gokkers in een casino’. Eerst probeer je alle mogelijke varianten uit, daarna verlies je de moed. Precies in die fase debuteerde Borisov, noem het gevoel voor timing.

Nog iets: in 1990 had dit prachtige land 9 miljoen inwoners, 7 miljoen zijn er over – de bevolking kromp én er was een braindrain. Soms is het maar goed dat je de toekomst niet kent. Ik herinner mij studenten die een kwart eeuw geleden op straat in Sofia filosofeerden over een nieuw Bulgarije. Stel dat er toen een stem uit de toekomst had geklonken: ‘Velen van jullie zullen Bulgarije verlaten, en die kleerkast die nu nog vadertje Zjivkov bewaakt zal in 2021 voor de vierde keer aantreden als premier.’ Daar was iedereen treurig van geworden.

Meer over