Geeft rijkdom ook meer kansen?

PETER DE WAARD

'Iemand die rijk overlijdt, sterft in schande', zei staalmagnaat Andrew Carnegie. Carnegie, toen de rijkste man ter wereld, gaf voor zijn dood al zijn geld weg. Den Haag dankt er het Vredespaleis aan.

Het was een oude 19de-eeuwse gedachte. In die tijd waren veel rijkaards nog bijbelvast en vreesden de woorden uit het evangelie van Lucas: 'Het is gemakkelijker dat een kameel gaat door het oog van een naald dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat.' Angela Burdett-Coutts, de erfgename van de oprichter van Coutts, het exclusiefste bankiershuis van Londen, beschouwde haar rijkdom als een vloek. Zij stak haar erfenis in scholen, ziekenhuizen, bibliotheken en waterleidingbedrijven.

Ook nu wordt aan filantropie gedaan, maar weinig rijken geven zo veel weg dat ze zich bij wijze van spreken nog net in een keurige buurt een villa met middenklasse-auto kunnen permitteren, laat staan een rijtjeswoning met Dacia Duster.

Bill Gates en Warren Buffett worden al tien jaar de grootste particuliere filantropen ter wereld genoemd, maar de miljarden die ze weggeven wegen niet op tegen de miljarden die erbij komen. Volgens Forbes was het vermogen van Gates in 2013 67 miljard dollar tegen 48 miljard in 2004. Buffett zag zijn vermogen in de afgelopen tien jaar groeien met 12 miljard dollar van 41 naar 53 miljard dollar.

Als het al gewetensproblemen oplevert, kunnen ze zich aan de hemelpoort excuseren dat ze er weinig aan kunnen doen. De 0,01 procent rijkste wereldburgers zien hun vermogen nu eenmaal automatisch sneller toenemen dan de rijkste 0,1 procent en die weer sneller dan de rijkste 1 procent. Wie het alleen met gewone arbeid moet doen, verliest steeds meer terrein, zoals Thomas Piketty heeft aangetoond.

Het is niet alleen kinnesinne om daarover te klagen. Rijke mensen kunnen niet alleen meer jachten, huizen en luxe auto's kopen, maar hebben ook talrijke immateriële voordelen. Rijken leven langer en gezonder en kunnen hun kinderen veel meer kansen geven. Brookings Institution, een Amerikaanse denktank, heeft onderzoek gedaan naar de levensverwachting van personen die in 1920 en in 1940 waren geboren. De rijkste 20 procent werd gemiddeld zes jaar ouder, de middelste 40 procent vier jaar en de onderste 20 procent twee jaar. Bij de 25 procent laagste inkomensgezinnen is het percentage kinderen dat een academische graad haalt in de afgelopen vijftig jaar gestegen van 6 naar 8, bij de 25 procent hoogste inkomensgezinnen steeg dat van 40 naar 73.

Volgens Brookings is een van de redenen dat kinderen uit hoge inkomensgezinnen zesduizend uur extra onderwijs krijgen doordat ze worden gestimuleerd meer te lezen, ze vaker worden meegenomen naar een museum, concert of theater en ze beter les krijgen in een sport.

Rijkdom maakt ongelijker, niet alleen materieel maar ook immaterieel.

undefined

Reageren?

p.dewaard@volkskrant.nl

Meer over