Geef senaat zinvollere functie of schaf hem af

In het Regeerakkoord staat dat het kabinet voorstellen zal doen ten aanzien van de Eerste Kamer. Erik Jurgens doet er vast enkele, maar hij vermoedt dat de regering niets voelt voor een invloedrijker senaat....

VERSCHOLEN in het Regeerakkoord 1998 staat de zin 'Het kabinet komt met voorstellen inzake de verkiezing en de positie van de Eerste Kamer'. Je zou je kunnen voorstellen dat de regering nu eens echt wil bekijken of een Eerste Kamer zoals we die nu kennen wel zin heeft. (Overigens, die namen 'Eerste' en 'Tweede' Kamer zijn belachelijk. Ik heb het verder over senaat en Kamer). Die vraag wordt al lang gesteld maar is nooit echt beantwoord. Voor staatkundige vernieuwing op dit punt moet de Grondwet worden gewijzigd. Wil de senaat daaraan wel meewerken (met een meerderheid van twee derden)? Omdat dit weer allerlei politieke problemen oplevert laat men tot nu toe maar zitten wat zit.

Daarom is de zin uit het regeerakkoord interessant. Wil het kabinet de senaat het recht geven om wetgeving met commentaar terug te sturen naar de (Tweede) Kamer? Dat zou een goed idee zijn. De senaat krijgt vaak gebrekkige wetgeving doorgestuurd vanuit de Kamer. Die mag hij alleen aanvaarden of verwerpen.

Verwerpen mag eigenlijk ook weer niet want de Kamer heeft als direct gekozen college het politieke primaat. En als die het voorstel uitdrukkelijk heeft aanvaard, dan is verwerping een politieke daad.

Bij de Nabestaandenwet had de senaat ernstige bezwaren, maar de regering drukte door. Binnen twee jaar moest op twee punten waar de senaat bezwaar had gemaakt reparatiewetgeving volgen.

Met de zogenaamde 'varkensrechten' kan het wel eens dezelfde kant op gaan. Een recht om zo'n wetsvoorstel terug te zenden naar de Kamer zou van betekenis zijn geweest. Mijn voorstel zou zijn om de senaat drie keuzen te geven: aanvaarden, verwerpen of terugzenden. Aanvaardt de Tweede Kamer opnieuw, dan wordt het niet weer aan de senaat voorgelegd.

Zou de regering dit willen? Omdat zo'n vernieuwing de senaat meer zin zou geven, en degenen die de politieke toon aangeven dit niet willen, is dit niet waarschijnlijk. Dat wat betreft de behandeling van wetsvoorstellen, de belangrijkste taak van de senaat.

Buiten behandeling van wetsvoorstellen en verdragen vinden in de senaat zelden politieke debatten plaats over het beleid. Per departement is er jaarlijks wel één zo'n discussie, rond de begroting. Maar die debatten leiden niet tot concrete resultaten. Nota's van de regering worden niet behandeld. Interpellaties of een vragenuurtje vinden niet plaats. Welke nuttige functies zou de senaat dan wel kunnen vervullen, naast het toezicht op de kwaliteit van wetsvoorstellen?

Hij zou steekproefsgewijs kunnen nagaan, samen met bijvoorbeeld de Algemene Rekenkamer, wat er van wetgeving in de praktijk terecht komt. Het parlement besteedt veel tijd aan de totstandkoming van wetten, maar let te weinig op de vraag of die wetten wel uitpakken zoals ze bedoeld waren.

De senaat zou voorts echt werk kunnen maken van controle van de macht die de instellingen van de EU over ons uitoefenen. Dat kan het Europees Parlement niet alleen aan, omdat het onvoldoende bevoegdheden heeft tegenover de Europese ministerraad. De nationale parlementen kunnen daarbij wezenlijk helpen, omdat zij althans de eigen minister die in de Europese Raad zit ter verantwoording kunnen roepen.

Voor de Kamer is die taak bepaald geen prioriteit, mede omdat de Brusselse besluitvorming zo buiten zicht van de kiezers plaatsvindt. De senaat zou hierbij kunnen inspringen.

En tot slot: de senaat heeft sinds 1887 het recht van enquête. Samen met Klaas de Vries heb ik in 1973 het initiatief genomen in de Kamer om het recht van enquête opnieuw te gebruiken. Een enquête was toen, op één enkele uitzondering na (de z.g. Oorlogsenquête over de Nederlandse regering in Londen 1940-'45) sinds het einde van de vorige eeuw niet meer gehouden. De Enquêtewet is op ons initiatief herzien. Dat heeft de reeks enquêtes sindsdien mogelijk gemaakt.

Ook de senaat kreeg in 1887 het enquêterecht. Daar heeft hij nooit gebruik van gemaakt. Het enige voorstel sinds mensenheugenis, in de jaren zeventig om na te gaan wat er gebeurde met afgewerkt uranium van de kerncentrale in Borssele, is toen verworpen.

En toch zijn de leden van de senaat bij uitstek geschikt om zulk onderzoek te doen. Zij hebben uit hoofde van andere maatschappelijke posities een eigen kundigheid en status. En zij staan wat verder af van de dagelijkse politiek. Dan hoeven we niet te denken aan grote enquêtes zoals die sinds begin jaren tachtig door de Kamer zijn gehouden.

Maar bijvoorbeeld het nagaan van enkele bijzonderheden die onopgehelderd zijn gebleven rond het besluit tot inzet van Nederlandse militairen in Srebrenica, en de vraag waarom zij geen steun kregen van de rest van de VN-troepenmacht. Of als hulpmiddel bij het eerder bepleite onderzoek naar de feitelijke werking van wetten.

Kortom, er is van alles te bedenken om de positie van de senaat meer reliëf te geven. Dit moeten we overwegen als wij op 3 maart de leden van Provinciale Staten kiezen. Want sinds 1848 is het de taak van de Staten om als kiescollege op te treden voor de senaat. Die taak van de Staten is dus een extra reden om te gaan stemmen op 3 maart, omdat het daarmee ook over de landelijke politieke verhoudingen gaat.

Maar wat wil de regering nu?

Ik vermoed dat de regering opnieuw wil voorstellen wat zij al in mei 1997 heeft voorgesteld in een nota gericht aan de Staten-Generaal over staatkundige vernieuwing. Ja, zei de regering toen, het is zo vervelend dat de Eerste Kamer na haar verkiezing (nu weer in mei a.s.) een meer recente afspiegeling vormt van de opvattingen van de bevolking dan de een jaar eerder gekozen Tweede Kamer. Dat is onwenselijk, want daardoor kan de senaat het in zijn bol krijgen om de regering en Kamer tegen te spreken.

Daarom moeten we, zei de regering, de senaat maar weer laten kiezen zoals vóór 1983 gebeurde, telkens de helft om de drie jaar. Dan kan niemand meer beweren dat de senaat een betere afspiegeling is dan de Kamer.

Ja, u las het goed. De regering vond dat de senaat te representatief was voor de opvattingen van de kiezers! En daarom moet die senaat maar anders worden gekozen, zodat hij een minder recente afspiegeling van de kiezers wordt.

In onze dagen durft een regering dus een voorstel te doen om een orgaan van de volksvertegenwoordiging niet meer, maar juist minder representatief te laten zijn. Waarom dan niet terug naar vóór 1917, toen de senaat voor negen jaar werd gekozen, telkens een derde om de drie jaar. Of naar vóór 1848, toen de leden door de Koning werden benoemd, een soort House of Lords. Toch aardig, een Heren (en Dames) Kamer. Het zou de senaat helemaal niet meer representatief laten zijn, geheel in de lijn van de regering. .

De nota uit 1997 heeft toen een vernietigend commentaar gekregen uit de senaat. Daarop is de regering niet meer ingegaan. Mocht dit toch het plannetje blijken te zijn dat schuilt achter die zin uit het Regeerakkoord, dan is dat een blijk van staatkundige armoe. Er zijn manieren om de senaat een meer zinvolle functie te geven, zoals ik eerder aangaf.

Als deze regering inderdaad opnieuw van plan blijkt te zijn om de senaat minder te laten weerspiegelen wat er in de bevolking leeft, dan kan zij beter eerlijk zijn en voorstellen de senaat af te schaffen. Een Kamerlid zei ooit dat alleen de bodes van de senaat daarover zouden treuren. Maar dat is een iets te eenvoudige visie.

Erik Jurgens is sinds 1995 lid van de senaat voor de PvdA.

Meer over