Geef alle militanten een Mercedes

De EU maakt plaatselijk nationalisme hopelozer dan ooit; Thomas von der Dunk over de verloedering van de Europese 'bevrijdingsbewegingen'..

Thomas von der Dunk

Baskenland, Noord-Ierland, Cyprus, Corsica, Kosovo: dit treurig stemmende rijtje geografische namen staat symbool voor nationalistische conflicten waaraan maar geen einde lijkt te komen. Om van Bosnië maar te zwijgen.

En ook de nieuwe EU-lidstaten Estland en Letland kennen vanwege aanzienlijke minderheden een zeer gespannen verhouding met hun grote oosterbuur. Ze hebben weliswaar niet de hevigheid van het Palestijns-Israëlische conflict, eisen niet zoveel slachtoffers als de etnische troebelen in Sudan, zijn niet zo bedreigend voor de wereldvrede als een eventuele botsing tussen China en Taiwan of India en Pakistan, maar toch: ze lijken evengoed hopeloos. Wie gedacht mocht hebben dat toetreding tot 'Europa' of invoering van 'de democratie' het Noord-Ierse dan wel Baskische probleem wel uit de wereld zou helpen, zal door de hardnekkigheid ervan zwaar zijn teleurgesteld .

Zeker gezien vanuit Nederland, waar de Friezen over hun apartheid nooit echt veel stennis hebben gemaakt of separatistische neigingen hebben vertoond en met de erkenning van hun taal tevreden lijken, leven IRA en ETA geestelijk op een andere planeet. Hoe komt het dat zij - of althans veel leden ervan - blijven doorgaan met hun gewelddadig 'verzet' tegen de Britse of Spaanse 'overheersing'?

Ook al geeft de meerderheid van de bevolking er regelmatig met demonstraties blijk van genoeg van alle aanslagen te hebben? Waarom volstaat vergaand zelfbestuur niet?

Ooit, tijdens de Franco-dictatuur, kon de ETA nog enigszins geloofwaardig als bevrijdingsbeweging poseren, zoals ook de IRA dat kon toen Londen nog nauwelijks een boodschap aan de grieven van de katholieke minderheid in Ulster had. Maar nu? De Baskische taal en cultuur worden niet langer onderdrukt, Baskenland behoort tot de welvarendste delen van Spanje, en afgezien van defensie en buitenlandse zaken heeft de eigen regioregering in de Baskische hoofdstad Vitoria/Gasteiz weinig meer met Madrid te maken.

Nóg meer bevoegdheden zou volledige onafhankelijkheid betekenen. En inderdaad : dat wil nog steeds de helft van de inwoners, die, blijkens de retoriek van de Baskische regiopresident Ibarretxe, nog steeds door de Spaanse overheid zou worden 'onderdrukt'. Recent heeft hij zelfs een afscheidingsplan gepresenteerd, dat in het regioparlement alleen een meerderheid wist te krijgen dankzij de politieke tak van de ETA, waarvan het terroristische karakter door Ibarretxe wordt gebagatelliseerd. De andere helft van de inwoners van Baskenland wil van die opvatting daarentegen niets weten: een uitzichtloze patstelling.

De Baskische verkiezingen van afgelopen zondag veranderden daar niets aan. Ibarretxe's Nationalistische Baskische Partij verloor zelfs vier zetels, terwijl het nieuwe communistische partijtje EHAK negen zetels won: Batasuna, de politieke tak van de ETA die zelf niet mee mocht doen, had zijn aanhang opgeroepen dan maar op de communisten te stemmen. De partij van Ibarretxe blijft de grootste, maar heeft met 29 van de 75 zetels dus lang geen meerderheid.

In het geval van Noord-Ierland hebben de Britse en Ierse premier weliswaar de handen ineengeslagen, en zo samen de kemphanen naar eerste compromissen weten te dwingen. Maar de definitieve vrede is er na dertig jaar E U-lidmaatschap evenmin uitgebroken. Zelfs het feit dat Dublin de traditionele Ierse aanspraken op het hele eiland uit de eigen grondwet heeft geschrapt, en steeds minder Britten koste wat het kost aan het 'bezit' van Noord-Ierland hechten, is niet voldoende. Bij de laatste verkiezingen hebben juist de radicalen in beide kampen fors gewonnen. Dominee Paisley van de ultra-protestanten rent de kamer uit, zodra Gerry Adams van de ultra-katholieken aan de onderhandelingstafel verschijnt.

En ondanks de regeringsdeelname van Sinn Fein lijkt de daaraan gelieerde IRA niet alleen bij nieuwe aanslagen, maar zelfs bij een sensationele bankroof betrokken: de 'vrijheidsstrijders' van weleer lijken zich omgevormd te hebben tot een misdaadsyndicaat.

Hoe komt het, dat het einde steeds nog niet in zicht is? Hoe komt het, dat het verongelijkte geloof in het eigen gelijk bij velen nog onverminderd is, en die verongelijktheid kennelijk door geen welvaartsgroei voldoende kan worden getemperd?

Het probleem is dat de visies van beide botsende partijen maar al te begrijpelijk, zo niet legitiem zijn. Dat geldt zowel voor het Baskenland en Noord-Ierland als voor de Baltische staten. Steeds gaat het om een volk dat ooit het 'alleenrecht' op het opgeëiste territorium bezat, en later zonder zijn instemming met een groot aantal nieuwkomers van een ander volk werd geconfronteerd. Om hun komst was door de oorspronkelijke inwoners niet gevraagd - sterker: die was hen vaak doelbewust van buiten opgedrongen. Die nieuwkomers kwamen daar, omdat het bewuste territorium goed-dan wel kwaadschiks deel was gaan uitmaken van een groter land, waarvan de inwoners het nieuwverworven gebied ook al snel als een vanzelfsprekend onderdeel van het eigen, grotere land ging beschouwden. Dat laatste werd dan meestal door de 'veroveraar' bewust gestimuleerd.

Voor een Spanjaard werd zodoende Bilbao al spoedig even Spaans als Madrid; hij meende volledig in zijn recht te staan om zich waar dan ook binnen de Spaanse staatsgrenzen te vestigen. Na enige generaties waren de nakomelingen van de Spaanse migranten Baskenland als hun Heimat vanzelfsprekende gaan beschouwen, waarin zij even vanzelfsprekend Spaans als elders in Spanje spraken; eeuwen van centralisatie-politiek van de Spaanse overheid, die door een vorm van cultuurimperialisme de Basken net als de Catelanen en Castilianen tot uniforme Spaanse onderdanen poogde om te vormen, droeg daar veel aan bij.

Voor menig Bask bleef elke Spanjaard die zich met de zegen van Madrid in Bilbao vestigde echter een indringer, die 'zijn' land overnam - en dat gold ook voor de Spanjaarden die er al generaties woonden. De etnische Basken bleven in meerderheid naar onafhankelijkheid streven, en ontzegden de niet-Baskische bewoners van Baskenland als een soort kolonisatoren het recht om over de Baskische soevereiniteit mee te beslissen. Als Spanjaarden waren deze laatsten daar immers vanzelfsprekend tegen. Sterker: met de bedoeling om de Basken in 'eigen' land in een minderheid te brengen, had de Spaanse overheid hun vestiging in autoritairder tijden juist bewust aangemoedigd .

Een dergelijke bevolkingspolitiek, maar dan in een veel gewelddadiger variant, ligt ten grondslag aan veel nationaliteiten-conflicten binnen de grenzen van de voormalige Sovjet-Unie. Onder het voorwendsel dat ze massaal met de nazi's gecollaboreerd hadden, liet Stalin na de Tweede Wereldoorlog honderdduizenden Esten en Letten deporteren en door Russische import vervangen, opdat de etnische balans daar in het Russische voordeel om zou slaan, en daarmee elk separatisme op 'democratisch'-demografische wijze in de kiem kon worden gesmoord. In Letland is dat ook nagenoeg gelukt.

Wat daarbij extra wringt, is dat het om twee met geweld geannexeerde staten ging. Toen de Balten dan ook na de ineenstorting van de Sovjet-Unie hun zelfstandigheid herwonnen, ontstond een onoplosbaar probleem. De Russen die zich hier tussen 1945 en 1991 gevestigd hadden, waren naar eigen mening legaal verhuisd, en zagen Riga en Tallinn voor hun vanzelfsprekende woonplaats aan. Omdat zij hier bovendien altijd Russisch hadden kunnen spreken, weigerden zij om dit recht op te geven. Voor de Esten en Letten was het daarentegen onaanvaardbaar dat deze Russische import volledige burgerrechten zou krijgen - of zelfs maar zouden mogen blijven - zonder bereid te zijn het Ests of Lets als de enige officiële voertaal te erkennen. Juist het terugdraaien van de door Stalin gerealiseerde russificatie stond bovenaan op hun program.

Zowel het ene als het andere standpunt Verkiezingen is zeer invoelbaar: de Balten hadden niet Baskenland om de Russen gevraagd, dus waarom veranderen zouden zij een uitzonderingspositie niets aan de voor de Russen accepteren; de import-Russen uitzichtloze hadden indertijd patstelling weinig reden om het Balticum als buitenland te beschouwen, dus waarom zouden zij een degradatie tot tweederangsburgers accepteren omdat zij slechts het Russisch machtig waren? Het was inmiddels, na een halve eeuw, ook hún land geworden.

Voor de Balten is juist díe attitude onacceptabel, en daarvoor bestaat in het Westen te weinig begrip. Men moet zich echter, voor de goede orde, eens voorstellen dat de Duitsers na 1940 een derde van de Nederlanders naar Polen hadden gedeporteerd, en door evenzovele Duitsers zouden hebben vervangen. Zou dan onze neopatriot Jozias van Aartsen met het Duits als tweede voertaal op het Binnenhof sympathiseren? Zo nee, dan is het ook niet zo gek dat men in het Balticum nog steeds enige moeite heeft om de zege van de Russen op de Duitsers in 1945 als een 'bevrijding' te beschouwen. Eens te meer omdat de Balten na 1945 in zekere zin tweederangsburgers in eigen land geworden waren, zoals ook in het Baskenland lange tijd een Spaanse import-elite domineerde.

De kern van het Noord-Ierse probleem is niet wezenlijk anders, afgezien van de daar nog bijkomende godsdienstige tegenstellingen, die zich in een sociale vertaalt. Een oorspronkelijk katholieke Ierse bevolking van boeren, werd na de Battle of the Boyne van 1691 met een omvangrijke groep protestantse Engelse immigranten geconfronteerd, die er de meerderheid en daarmee de dienst uitmaakte. Zij vormde niet alleen eeuwenlang de vanzelfsprekende politieke bovenlaag, maar ook de economische. De katholieken raakten gaandeweg achterop, en meenden zo, net als de Basken en de Balten in hun geval, nog slechts van afscheiding hun heil te kunnen verwachten.

Omdat dat in Noord-Ierland en Baskenland langs vreedzame weg niet mogelijk was, ontstonden de IRA en de ETA: voor de 'bezetter' een duivelse terreurorganisatie, voor de 'bezetten' een heldhaftige bevrijdingsbeweging als de PLO van de Palestijnen en het ANC in Zuid-Afrika .

Nadat de repressieve aanpak van het Franco-regime niet geholpen had, deed de Spaanse regering na 1975, om de ETA de wind uit de zeilen te nemen, concessie op concessie. Geholpen heeft dit niet - de aanhang van de Baskische nationalisten, die volledige onafhankelijkheid willen, verminderde niet. En, nog opvallender: ook aan de bommen van de ETA, die in het autoritaire Spanje van Franco nog als verzetsdaad konden gelden, kwam in het democratische Spanje geen eind. Voor Noord-Ierland geldt hetzelfde. Weliswaar is er nu al een aantal jaren geen sprake meer van grote aanslagen op de 'tegenpartij', definitief rusten doen de wapens nog niet.

Wat zich de laatste jaren namelijk steeds vaker voordoet, zijn aanslagen op de eigen achterban. Zoals elke organisatie die met een bepaald doel is opgericht, vertonen ook geweldsorganisaties op den duur de neiging om vooral het eigen voortbestaan als doel centraal te stellen. In de ondergrondse periode heeft zij een martelaarsstatus verkregen, en daarmee grote invloed op de bevolking voor wier noden zij zegt op te komen. Die macht werkt, net als het geweld, voor de leden van die organisatie verslavend. Meestal jonge mannen met niet al te veel opleiding - slechts de braven zitten keurig hun schooltijd uit - die in een vreedzame samenleving weinig aanzien zouden bezitten. Als de oorspronkelijke legitimatie voor hun geweld wegvalt, omdat de eerst zo onderdrukkende staat steeds meer rekening met de wensen van de onderdrukte minderheid gaat houden, dreigen zij te marginaliseren. Dit nog meer omdat, áls de staat zich steeds verzoenlijker op begint te stellen, voor een groot deel van de eigen 'burgerlijke' achterban er hoop op een beter bestaan langs legale weg ontstaat en daarom de behoefte om illegale groeperingen te steunen vermindert. De helden uit de 'oorlogstijd' worden een sta-in-de -weg voor de 'wederopbouw' in vrede, waarvoor niet aan martiale rambo's maar aan saaie kantoorklerken behoefte is.

Voor degenen die voor de 'bevrijding' hun leven hebben gewaagd is dit moeilijk te verkroppen. Wat men zodoende bij de katholieke en protestantse paramilitairen in Noord-Ierland kon constateren, was dat het geweld zich toenemend richtte tegen de eigen achterban:

door afvalligheid met het beruchte knieschot te straffen moest die worden gedisciplineerd. De IRA en haar protestantse tegenhangers functioneerden in sommige wijken van Belfast als een staat in de staat, die binnen de eigen gemeenschap haar eigen 'rechtspraak' beoefende om de slagkracht naar buiten toe in stand te houden. Een omerta-achtige morele zwijgplicht, op angst gebaseerd, zorgde ervoor dat getuigen tegenover de politie hun mond wel hielverbleekt den.

Het is van wezenlijk belang, dat deze angst doorbroken wordt. De stap die de vijf zusters van de door enkele IRA-leden vermoorde Mc-Cartney begin maart dit jaar namen is dan ook een heel wezenlijke: zij wezen openlijk het IRA-aanbod af om door eigenrichting de moordenaars te straffen. Ook in Baskenland zijn er tekenen dat de bevolking zich geleidelijk aan de greep van de overleefde ETA begint te onttrekken.

Wat de kansen daarop zeker kan versterken, is toch het toenemende wegvallen van de Europese binnengrenzen. Naarmate de rol van de nationale staat afneemt, gaat voor de meeste mensen ook minder tellen dat die staat eigenlijk niet hun ideaal is. Welvaart remt daarbij de aandrang af om voor een nationaal 'ideaal' ten strijde te trekken. Geen Fransman of Duitser die nu nog omwille van de Elzas heldhaftig zijn leven waagt! Daarvoor hebben zij te veel te verliezen. Niet zonder reden constateren islamitische fundamentalisten dat het huidige Europa iets ontbeert wat zij in overvloed bezitten: een cultuur van de dood.

Er is wel eens smalend opgemerkt dat wie voormalig Joegoslavië definitief wil pacificeren, aan alle militanten in ruil voor hun mitrailleur een Mercedes moet geven. Misschien schuilt daarin ook wel de kern van de oplossing voor Baskenland en Noord-Ierland.

Meer over