Reportage

Gedwongen wonen in een vervallen vakantiehuisje even buiten Rotterdam: ‘Het is toch idioot dat er voor mij geen plek is in de stad’

Nergens stegen de huizenprijzen zo hard als in Rotterdam. Ook de huurmarkt zit volledig op slot, mede met dank aan de beleggers die in sommige wijken vijftig procent van de huizen in handen hebben. Voor de 23-jarige Yvonne van Vugt zat er daarom niets anders op dan de stad te verlaten en in een vervallen houten huisje op een vakantiepark in Oostvoorne te gaan wonen.

Yvonne van Vugt woont in een houten huisje op een vakantiepark in Oostvoorne. In Rotterdam kon zij geen woning krijgen. Beeld Arie Kievit
Yvonne van Vugt woont in een houten huisje op een vakantiepark in Oostvoorne. In Rotterdam kon zij geen woning krijgen.Beeld Arie Kievit

Goed, er zitten gaten in de muur, de fundering begint te rotten, de voorpui staat scheef en de bruine verf aan de buitenkant bladdert af waar je bijstaat, toch wil Yvonne van Vugt niet klagen over haar houten huisje op een vakantiepark in Oostvoorne. Ook over de krappe afmetingen van het chalet, dat net genoeg ruimte biedt aan haarzelf, haar plantenverzameling en haar terrarium met gifkikkers en langstaarthagedissen, zul je van haar geen kwaad woord horen. De 23-jarige docent natuur- en scheikunde is al lang blij dat ze een dak boven haar hoofd heeft, sinds het begin deze zomer uitging met haar vriend, ze hun gezamenlijke huurwoning in Rotterdam moest verlaten en ze nergens in de stad iets betaalbaars kon vinden. Op warme dagen zoals die van afgelopen week is het hier op het vakantiepark zelfs aangenaam wonen, zegt Van Vugt. Hangmatje in de tuin, zwemwater op loopafstand: ‘Net vakantie.’

Dat straks de winter voor de deur staat en dat het maar de vraag is of haar kansen op de Rotterdamse woningmarkt ooit zullen verbeteren, daar denk ze liever niet over na. Doet ze dat wel, dan vindt ze het lastig haar optimisme te bewaren. ‘Ik ben een volwassen vrouw met een universitaire opleiding. Als docent draag ik mijn steentje bij aan de maatschappij. Het is toch idioot dat er voor mij geen plek is in de stad.’

Huurmarkt op hol geslagen

Als er één groep in Nederland is die reden heeft om zich deze zondag aan te sluiten bij het Woonprotest in Amsterdam, dan zijn het de Rotterdammers wel. Nergens in Nederland stegen de huizenprijzen zo hard als in de Maasstad: maar liefst 91 procent in zeven jaar tijd, tegenover een landelijk gemiddelde van zo’n 64 procent. Ook de huurmarkt is op hol geslagen in Rotterdam, mede doordat vastgoedbeleggers er nog meer dan in andere steden panden opkopen en voor veel geld verhuren. Van alle woningen die in het laatste kwartaal van 2020 van eigenaar veranderden, kwam 45 procent in handen van particuliere investeerders, blijkt uit onderzoek van RTV Rijnmond. In Amsterdam was dat bij 35 procent van de transacties het geval.

‘Al mijn Rotterdamse vrienden hebben moeite een huis te vinden’, zegt Van Vugt. ‘Een vriendin overweegt hier ook op het vakantiepark te komen wonen. Een vriend woont nu gratis in een verzorgingstehuis in Ommoord, maar in ruil daarvoor moet hij wel meedraaien in de nachtdiensten van de verpleegkundigen.’

Dat ze zelf met haar docentensalaris nooit een villa in Kralingen of Hillegersberg zou kunnen bemachtigen, wist Van Vugt ook wel, maar dat haar inkomen zo weinig deuren opende bij haar zoektocht naar woonruimte, daar schrok ze toch van. Bij de hypotheekadviseur stond ze al snel weer buiten. Ook de vrije huursector bleek een bijkans onneembaar bastion. ‘Het beste wat ik kon vinden was een kamer waar alleen een bed en een kledingkast in paste, en waarbij ik de douche met anderen zou moeten delen. Daar moest ik dan zeshonderd euro voor neerleggen.’

Voor een sociale huurwoning kwam Van Vugt niet in aanmerking, daarvoor verdient ze dan juist weer te veel. Een Catch-22-achtige situatie waar veel starters en middeninkomens tegenaan lopen, en die in Rotterdam nauwelijks verbeterde door de huizen die de afgelopen jaren in de stad werden bijgebouwd. Ruim 80 procent van de nieuwe koop- en huurwoningen kwam ten goede aan de hoogste en laagste inkomens.

Naar de wijk Charlois, waar Van Vugt voordat ze ging samenwonen vijf jaar een etage deelde met een vriendin, kon ze in elk geval niet terug. Uitgerekend die volksbuurt kan inmiddels worden beschouwd als hét symbool van de wooncrisis. De huizenprijzen stegen daar de afgelopen drie jaar nog harder dan in de rest van Rotterdam. Ook het aantal woningen dat in bezit kwam van particuliere beleggers, ligt er nog eens 5 procent hoger.

‘Op de rommelmarkt heb ik de helft van mijn kleding verkocht. Ik moest wel, in mijn huisje kon ik het allemaal niet kwijt.’ Beeld Arie Kievit
‘Op de rommelmarkt heb ik de helft van mijn kleding verkocht. Ik moest wel, in mijn huisje kon ik het allemaal niet kwijt.’Beeld Arie Kievit

‘Opknappertje’

Voor Van Vugt bleven er twee opties over: weer bij haar ouders in Middelharnis intrekken, of voor drieduizend euro een ‘opknappertje’ kopen op een vakantiepark. De keus was snel gemaakt.

Ja, ze gaat zeker demonstreren tegen de woningnood, zegt Van Vugt. Niet deze zondag in het Amsterdamse Westerpark, maar op 23 oktober, als er in Rotterdam een ‘Woonopstand’ wordt georganiseerd.

Haar oud-collega’s bij Wageningen Universiteit, waar ze een tijdje als onderzoeker werkte, zullen het haar wellicht niet in dank afnemen, maar wat haar betreft ligt een deel van de oplossing voor de wooncrisis bij de agrarische sector. ‘Als ik met de auto van Rotterdam naar Oostvoorne rijd, zie ik zoveel velden die je zou kunnen volzetten met woonunits. Het gros van onze landbouwproductie is toch bestemd voor het buitenland. Dan verdienen we maar wat minder.’

Voorlopig maakt ze er het beste van op het vakantiepark. Dat ze haar vrienden niet meer zo vaak ziet omdat nu ze zo afgelegen woont, en dat het uitgaansleven hier beperkt is tot een café dat op zaterdagavond gesloten is, vindt ze wel jammer. Gelukkig heeft ze al veel contacten opgedaan bij de jonge gezinnen en senioren die hoofdzakelijk op het park verblijven. ‘De meeste mensen kennen me van de rommelmarkt die hier gehouden werd. Daar heb ik toen de helft van mijn kleding verkocht. Ik moest wel, in mijn huisje kon ik het allemaal niet kwijt.’

Meer over