Gedurfd debuut neemt zichzelf net te serieus

J’AI TUÉ MA MÈRE..

De 16-jarige Hubert woont alleen met zijn moeder in een buitenwijk van Montréal. Alles daar benauwt hem: het met kitscherige tierelantijnen volgestouwde appartement, zijn moeders slechte kledingsmaak, haar bekrompen vrienden. Hubert kan niet wachten tot hij het huis uit kan.

Maar voorlopig zijn moeder en zoon tot elkaar veroordeeld. En dat is geen pretje, want Hubert is geobsedeerd door de moeizame verhouding met zijn moeder. Niemand haalt hem zo het bloed onder de nagels vandaan als zij; zelfs de kruimels om haar mond tijdens het eten brengen hem tot razernij. Vrijwel ieder gesprek tussen hen ontaardt in ruzie, waarbij Hubert zijn moeder op krijsende toon beledigt en vernedert.

De kracht van J’ai tué ma mère, het regiedebuut van de jonge Canadees Xavier Dolan, schuilt in de nietsontziende manier waarop de hoofdpersonen elkaar verbaal te lijf gaan. Hubert is een draak van een tiener: egoïstisch, verwend en veel te vol van zichzelf. Maar ook het gedrag van moeder Chantal verdient geen schoonheidsprijs. Beiden zijn wispelturig en manipulatief, waardoor de relatie bij vlagen ondraaglijk wordt.

Dolan, nog geen 20 toen hij de film maakte, schreef zelf het scenario, deels gebaseerd op zijn eigen ervaringen. Hij speelt ook Hubert, en dat gaat hem makkelijk af. De frustraties van de egocentrische puber overtuigen, en zijn agressieve uitbarstingen zijn even komisch als angstaanjagend.

In de regie laat Dolan steken vallen. Zoals veel ijverige debutanten wil hij te veel, met een onevenwichtig resultaat. De film, volgestouwd met literaire citaten en andere verwijzingen, neemt zichzelf te serieus; het maakt het portret van Hubert, hoe openhartig en goed bedoeld ook, bij vlagen behoorlijk irritant.

Dat J’ai tué ma mère sinds de première in Cannes is overladen met prijzen – kort geleden won de film nog de MovieSquad Award, de prijs van de jongerenjury, op het Rotterdams filmfestival – is vooral te danken aan het lef van Dolan, die haat en liefde tussen moeder en zoon tot op het bot fileert.

Het is terecht beloonde moed. Dolans kijk op de conflicterende gevoelens van een puber is niet prettig, maar hard en eerlijk. ‘Ik kan honderd mensen bedenken van wie ik meer houd dan van mijn moeder’, zegt Hubert. Om er onmiddellijk aan toe te voegen: ‘Maar als iemand haar iets aan zou doen, zou ik hem vermoorden.’

Meer over