Gedisciplineerd CDA is verworden tot platte vechtpartij

De kiem voor de nu al historische clash tussen Maxime Verhagen en Ab Klink werd gelegd op donderdag 11 maart. Op die dag maakte Camiel Eurlings bekend dat hij uit de politieke stapte, omdat hij een gezin wil stichten. Daarmee zat het CDA met een enorm probleem.

Jan Peter Balkenende was na een slecht politiek seizoen, steeds penibeler peilingen en de zwaar verloren gemeenteraadsverkiezingen, onmiskenbaar op weg naar de uitgang.

Tweede plek

Voor Eurlings, het 36-jarige politieke wonderkind en populaire minister van Verkeer, was de tweede plek gereserveerd op de kandidatenlijst voor de Kamerverkiezingen in juni. Bij verlies en een daarop volgend vertrek van Balkenende moest hij het stokje overnemen. Maar Eurlings had dus andere plannen en zo zat het CDA opeens zonder leider.

Sommige CDA’ers durfden zelfs met Balkenende de verkiezingen van juni 2010 al niet in, bang voor een fors verlies. Onder hen werd druk gespeculeerd of bijvoorbeeld ex-landbouwminister Cees Veerman niet al voor de verkiezingen het stokje zou moeten overnemen.

Ook Jan Kees de Jager werd nog even genoemd. De Jager was na de val van het kabinet en het vertrek van Wouter Bos doorgeschoven van staatssecretaris naar minister van Financiën. In de wanhoop te midden van de dalende peilingen dwaalde de aandacht naar hem af. Kon hij de partij redden? Maar Veerman noch De Jager gaf enig sjoege, en het leidde allemaal tot niets.

In de speculaties over de opvolging van Balkenende als politiek leider gooiden Maxime Verhagen en Ab Klink geen erg hoge ogen. Klink heeft een te weifelende presentatie, is nogal professoraal en lijdt onder een niet al te daadkrachtige uitstraling. Al met al niet het politieke dier dat met een machtspartij als het CDA wordt geassocieerd.

Als langjarig medewerker en later directeur van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA had hij echter wel bewezen over een goed stel hersens te beschikken. Het gedachtengoed waarop het CDA bijna een decennium heeft gekoerst, kwam goeddeels uit zijn pen. Ook als minister dwong hij respect af voor zijn visie en beheersing op het complexe terrein van de zorg. Een perfecte tweede man dus, een ideaal kompas. Maar dan wel achter zo iemand als Eurlings. En die was weg.

Maxime Verhagen werd in die tijd nauwelijks serieus genomen als mogelijk leider. Hij was al niet erg populair, en zijn laatste politieke seizoen bracht daarin weinig verbetering.

Harde machtspoliticus

Verhagen werd gezien als een harde machtspoliticus. Zijn voornaamste aanbeveling was altijd geweest dat hij effectief was. Maar dat was hij in zijn laatste periode nou juist níet geweest. Het was immers Verhagen die in het dossier-Uruzgan de discussie aanzwengelde die uiteindelijk leidde tot de val van het kabinet.

Als machtspoliticus faalde hij daar dubbel. Verhagen had in Uruzgan willen blijven. Dat gebeurde niet. Bovendien was het bijeffect van zijn interventie dat het CDA in de verkiezingen werd gehalveerd. Een slechte prestatie voor een op resultaat gericht politicus.

De allerzwaarste electorale klappen vielen juist in Limburg. Van zijn grote persoonlijke achterban moest de geboren katholieke zuiderling het dus ook al niet hebben.

Toch kwam Verhagen na de verkiezingen bovendrijven in de gedesoriënteerde fractie. Als interim-fractieleider, werd steeds benadrukt, niets méér. Want ook in de fractie bestond flinke weerstand tegen hem. Sommigen sidderden nog als ze terugdachten aan zijn tijd als fractieleider tijdens eerdere kabinetten-Balkenende

De gedachte was vooral dat Verhagen, als bewezen politiek dier en taai onderhandelaar, geschikt zou zijn om het voortouw te nemen tijdens de formatieperiode. Hoewel Ab Klink bij een deel van de fractie beter lag, werd die voor deze rol minder geschikt geacht.

Het scenario luidde dat de sluwe Verhagen de onderhandelingen tot een goed einde zou brengen en dan als vicepremier een kabinet zou ingaan. Dan zou Klink fractieleider kunnen worden en, hopelijk, in de luwte kunnen uitgroeien tot een politiek leider. Als hij niet helemaal uit de verf zou komen, was dat geen ramp. Voor de volgende verkiezingen zou dan alsnog naar een ander kunnen worden omgekeken.

Vuistregel

Over de wijsheid van die strategie werden hier en daar overigens de wenkbrauwen gefronst, juist toen het CDA ging onderhandelen met de PVV. Een vuistregel is dat in onderhandelingen met een partij een scepticus het initiatief moet nemen, niet degene die op voorhand het grootste enthousiasme kan opbrengen voor het beoogde akkoord. Zo iemand geeft namelijk in zijn geestdrift al snel te veel weg. Zo bezien was het dan juist níet logisch om een zo uitgesproken vertegenwoordiger van de rechtervleugel van het CDA de onderhandelingen over een rechts kabinet te laten leiden.

Toen het binnen het CDA ging stormen rond samenwerking met de PVV, werd het geringe vertrouwen in Verhagen onmiddellijk opnieuw zichtbaar. Weer werd een beroep op Klink gedaan om evenwicht te brengen. Hij werd naast Verhagen aan de onderhandelingstafel gezet.

Veel sceptici zagen in hem een extra waarborg. Waar voor Verhagen geen politiek zonder principes lijkt te bestaan, was de hoop dat voor Klink geen politiek bestaat zonder principes. Partijideoloog Klink zou wel toezien dat Verhagen de christen-democratische waarden niet zou verkwanselen.

In feite is dat precies de rol die Klink nu op zich heeft genomen. Maar Verhagen en zijn medestanders velen de kritiek niet langer.

Niet meer zakelijk

Volgens sommige betrokkenen is de omgang in de fractie allang niet meer zakelijk. Er is dinsdag in de fractievergadering openlijk gedreigd dwarsliggende fractieleden, onder wie Klink, uit de fractie te zetten. De aanvallen zijn niet puur inhoudelijk, maar vaak ook persoonlijk. Mensen voelen zich vernederd, er zijn termen als ‘verrader’ gevallen.

Direct betrokkenen hebben de laatste dagen steen en been geklaagd over de cultuur die heerst in de partij. Er wordt gesproken van ‘een monocultuur’. Die wordt in het huidige CDA belichaamd door Maxime Verhagen zelf, mensen als senator Hans Hillen en de leden van het huidige fractiebestuur Ger Koopmans, Joop Atsma en Sybrand van Haersma Buma.

Nu al wordt hevig terugverlangd naar de relatief ontspannen sfeer in de vorige fractie, onder fractievoorzitter Pieter van Geel en vicevoorzitter Liesbeth Spies. ‘Bij alles wordt nu meteen de vertrouwensvraag gesteld’, zegt een oudgediende. ‘Zelfs over mensen als Cees Veerman. Het zijn bijna totalitaire patronen. De stijl van bullebakken.’

Het zijn toestanden die vooral met de vroegere LPF werden geassocieerd. Nog maar een half jaar geleden was zoiets bij het keurige, gedisciplineerde CDA onvoorstelbaar.

Meer over