Gedicht voor een anonieme romp

Zonder hoofd en onderarmen en -benen werd hij in januari gevonden in het IJ. Nu is de romp begraven. Nog steeds weet niemand om wie het gaat.

VAN ONZE VERSLAGGEVER JOHN SCHOORL

AMSTERDAM - Terwijl Nick Cave zingt dat hij weet wie je bent en weet waar je woont, ligt de romp in een doodkist, onbekend en anoniem. Zonder hoofd, en onderarmen en -benen werd hij eind januari gevonden als 'verdacht pakketje' in het IJ bij Amsterdam-Noord. Nu, tweeënhalve maand later en twee kilometer verder, wordt hij één diep begraven op begraafplaats St. Barbara in een met kussens opgevulde kist.

Een halve minuut lang was hij vorige week te zien, de romp. Als uiterste middel van de politie - 'op zoek naar herkenningspunten' - werd het bovenlijf 'weloverwogen' het publieke domein in geslingerd. Het televisieprogramma Opsporing Verzocht toonde de volgens de politie uitzonderlijk ruim behaarde torso beeldvullend en horizontaal, nadien nog terugkerend als snapshot, als visuele ondersteuning van de aanwezigheid van normale vet- en spiermassa.

In het IJ dobberde de romp verstopt in blauw plastic, bij elkaar gehouden met bruin plakband en bruin touw in een oogsplitsknoop. Hij droeg een zwarte onderbroek en een alledaags shirt van C&A, waarop honden- en kattenharen waren teruggevonden. In het niet verzwaarde pakket zat ook een rood-groene theedoek.

Lang had hij er niet gelegen, wist de politie. Dat was aan het onaangetaste waterlijk te zien geweest. Waarschijnlijk had iemand het in het water gegooid, moest ervan af, na een criminele afrekening of een crisis in de relationele sfeer, zo luiden de scenario's.

Het leger en de marine waren in februari ingezet in het onderzoek. Een op afstand bestuurbare robot ging op zoek naar sporen - de vondst van een gestolen auto op de bodem van het IJ was de opbrengst. In alle denkbare media was al aandacht gevraagd voor de zaak. Belangrijkste verkregen aanwijzing: een schipper zag een witte bestelwagen wegrijden op hetzelfde moment dat hij het blauwe pakketje in het vizier kreeg, net achter de Pannekoekenboot.

Het is een lugubere samenloop dat de zaak rond de gevonden romp speelt in een week dat het boek Het been in de IJssel is verschenen. Schrijver Joris van Casteren completeerde het leven van een in 2005 in het water gevonden been. Onder water is Nederland een necropool, zo citeert hij een vertegenwoordiger van het Bureau Vermiste Personen Noordzee. Dit als gevolg van het vele water in een dichtbevolkt gebied. De afgelopen dertig jaar trof dit onderdeel van de Waterpolitie 328 stoffelijk overschotten en losse onderdelen aan, 90 procent daarvan werden uiteindelijk geïdentificeerd.

Voor alle duidelijkheid: dat been in de IJssel hoort niet bij deze romp uit het IJ. Het been hoorde bij een in Düsseldorf verdwenen Duitser, al werd de rest van zijn lichaam niet gevonden. Deze romp, zo wees dna-onderzoek uit, zou passen bij een man met Oost-Europese ouders met blauwe of groene ogen. Hij zou een jaar of vijftig zijn en een lengte hebben van 1 meter 75. Hij had een hoefijzernier, een soort verkleving van de nieren, zag de patholoog-anatoom, en ook twee nierstenen.

In Nederland was er geen dna- match. Internationaal gaat dat een stuk moeizamer, omdat er nog geen Europese databank bestaat voor vermiste personen. Ook willen sommige landen niet alle dna-gegevens uitwisselen.

Dan mag Jannah Loontjens naar voren. Net als bij elke Eenzame Uitvaart, waar de dode dus een onbekende is, bepaalt F. Starik in Amsterdam wie de dichter van dienst mag zijn. Het leek hem in dit geval wel een macaber toeval in de wereld van de losse lichaamsonderdelen om de ex-vrouw van Joris van Casteren te vragen. Loontjens dicht:

Het hoofd. Dat ben jij. En je hart.

We doen ons best. We denken je hoofd erbij. Het hoofd

dat niet meer hoeft te vrezen.

We denken het erbij.

Nog een keer Nick Cave, nu in een onheilspellend lied over het wegduwen van de lucht en het openen van het luchtruim, en de gekiste torso wordt door dragers naar de begraafplaats gebracht. Jenny van Rijn van uitvaartcentrum Zuid vraagt om stilte, ter plekke. Iets later vallen de eerste zandhoopjes op de kist, die één diep ligt, voor het geval duidelijk wordt wie het blijkt te zijn. Dan kan de kist snel worden opgegraven voor een eventuele herbegrafenis. Terwijl het zacht begint te regenen, zakt de romp, na een korte ruk aan een hendel, in de aarde.

undefined

Meer over