Geboren zeezeiler die oceaanracen ontwikkelde tot bikkelhard bedrijf

Zijn enige doel was winnen: hij zette zijn leven ervoor op het spel. Met hypermoderne boten als de Flyer werd hij held en voorbeeld en leidde hij een nieuw tijdperk in voor het zeezeilen.

TOINE HEIJMANS TOINE HEIJMANS

Zo ziet een zeilheld eruit: samengeknepen ogen van de oceaanzon, het zout trekt rimpels in zijn huid, het haar gebleekt, duizelig van de deining maar met een megafles champagne als een kind in zijn armen. Conny van Rietschoten, 1982, voor de tweede keer winnaar van de beruchte Whitbread-zeilrace rond de wereld, in een tijd dat rond de wereld zeilen nog helden voortbracht.

Zijn dood - hij overleed dinsdag in Portugal, waar hij woonde, op 87-jarige leeftijd - is wereldnieuws. De vliegende Hollander, the flying Dutchman, le Hollandais volant. 'Zijn foto hangt bij mij thuis aan de muur, en blijft daar hangen', zei de Nieuw-Zeelandse schipper Grant Dalton. 'Tot ziens Conny. We zullen je niet vergeten.'

Van Rietschoten zeilde de vezels uit zijn lijf. Daar zijn veel verhalen over te vertellen, maar het meest karakteristieke is misschien dat van de hartaanval die hij kreeg op de plek waar je nou net geen hartaanval moet krijgen: in de brutale Zuidelijke Oceaan, ver weg van alles behalve de ijsbergen. Zijn boot, de Flyer II, was in een strijd verwikkeld met de Ceramco van Peter Blake. Die had een cardioloog aan boord, maar Van Rietschoten, toen 55, verbood zijn bemanning contact te zoeken met de concurrent. Het moest geheim blijven. 'Als je doodgaat op zee', zei hij later, 'krijg je een zeemansgraf. Misschien had de crew van Ceramco me dan voorbij zien drijven. Ik was vastbesloten dat dat het enige zou zijn dat ze van de Flyer hierover zouden zien of horen.'

Hij overleefde. En won. Maar dat is niet de echte reden dat de huidige internationale generatie oceaanzeilers nog steeds rondvaart met Conny van Rietschoten in hun kop. Zonder hem, en zonder de groep vernieuwers waarvan hij deel uitmaakte, waren ze waarschijnlijk nooit zo ver gekomen als ze nu zijn.

Cornelis van Rietschoten begon met zeilen op zijn derde, op het jacht van zijn vader. Rotterdam, eind jaren twintig. Hij studeerde in Engeland en zeilde met een studievriend een draak naar Noorwegen, een kleine houten wedstrijdboot. Verzoop bijna in de Duitse Bocht. Gat in de boeg, geen motor, geen moderne navigatiemiddelen. Hij was 21 jaar en liep ternauwernood Cuxhaven binnen.

Kreeg tuberculose en overleefde ook dat.

Het weerhield hem niet; niets weerhield hem.

Eerst maakte hij fortuin met het familiebedrijf, Van Rietschoten en Houwens, een elektrotechnisch ingenieursbureau, voordat hij eind jaren zeventig besloot aan de grootste zeilrace van de wereld mee te doen. Van zijn eigen geld - hij wilde geen sponsors - liet hij de Flyer bouwen, een tweemaster. Hij was de outsider; niemand hield rekening met de onbekende Nederlander. Hij kwam op het idee deel te nemen aan de wedstrijd door een boek erover van de Schotse schipper Chay Blyth. 'Ik dacht nadat ik dat boek had gelezen: waarom doen andere mensen dat soort dingen en waarom doe ik ze nooit? Het was altijd werk, werk, werk.'

Die eerste race, 1977-1978 won hij op handicap. De tweede, 1981-1982 won hij op alles.

Dat was geen toeval. Zijn enige doel was winnen, hij zette zijn leven op het spel en maakte van het oceaanracen een professionele sport. Een boot, zei hij, is geen ruikeluishobby, maar een bedrijf op zee en zo leidde hij zijn expedities ook: nuchter, kalm en streng, als een CEO. Alcohol was verboden aan boord, net als praten over politiek, schreeuwen en vloeken: ze waren op een missie. De crew bestond niet langer uit amateurs, maar uit internationale professionals als Grant Dalton. Van Rietschoten selecteerde hen secuur. Het handschrift van zijn bemanningsleden liet hij beoordelen door een grafoloog, om zeker te zijn van hun stressbestendigheid. 'Hij was iemand die heel duidelijke afspraken maakte, alles heel goed organiseerde en in vakjes stopte', zegt Gerard Dijkstra, navigator op de Flyer en nu jachtarchitect van wereldfaam. 'Hij was nooit te beroerd om door te gaan. Het zit altijd weleens tegen op een boot, maar als je wilt winnen moet je altijd doorgaan.'

De Flyer was een moderne boot, speciaal gebouwd van aluminium, lang en slank en met een geknepen kont. De boot moest goed zijn, maar vooral ook goed getest: de Flyer had al 10 duizend mijl onder de kiel toen hij aan de start verscheen. Van Rietschoten ontdekte het nut van gevriesdroogd voedsel aan boord: gewichtbesparend en praktisch. Zijn boot moest kaal zijn, maar met genoeg ruimte voor de crew om uit te rusten. Van de races verschenen videobanden, ook een noviteit, die de lust in het zeezeilen aanwakkerden bij een nieuwe generatie.

Plannen, ontwikkelen, een team formeren - precies zoals ze dat nu doen in de krankzinnig geprofessionaliseerde wereld van het zeezeilen. Op alles voorbereid. Tijdens de eerste race brak de giek van de Flyer, maar Van Rietschoten had al speciaal gemaakte hulzen aan boord om dat binnen twaalf uur, in een woeste zee, te kunnen repareren. Vlak voor de finish sloeg de boot plat in een windvlaag van 60 knopen, windkracht 11, en dreef naar de rotsen. Altijd op het randje - maar hij won. Twee keer. Dat heeft geen schipper hem ooit nagedaan.

Daarmee is het vooral zijn perfectionisme dat aan de basis stond van zijn heldenstatus, en van een heel nieuw tijdperk in het zeezeilen. Van Rietschotens boten zijn naar de huidige stand zwaar en log, met hun opbollende spinnakers en luxe hutten. De racers van nu zijn monsters geworden: laag en plat en gevaarlijk, opgevoerde surfplanken met kantelkielen uit flinterdun carbon. De zeilhelden van vandaag: krachtpatsers in technische kleding, constant gefilmd door camera's aan boord die elke beweging volgen en via internet verspreiden over de wereld.

Maar in wezen is er niets veranderd. Een wedstrijdzeilboot is een bedrijf, en alles hangt af van de voorbereiding. Precies zoals Conny van Rietschoten het met zijn teams heeft uitgedokterd.

undefined

Meer over