Geboorte onder verre van gunstig gesternte HELDER RELAAS OVER DE ONTSTAANSGESCHIEDENIS VAN DE VERENIGDE NATIES

OP 25 APRIL 1945, nog geen twee weken na het overlijden van de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt, begon in San Francisco de conferentie ter oprichting van de Verenigde Naties....

Voor het overige bleef alles bij het oude, en zeker wat de Verenigde Naties betrof. Isolationistische neigingen hoefde niemand te vrezen. Anders dan na de Eerste Wereldoorlog zou Amerika deze keer de wereld niet de rug toekeren. De Verenigde Naties konden volgens plan worden opgericht. Dat wil zeggen: overeenkomstig de blauwdruk waarmee Roosevelt in lange jaren van onderhandeling tussen de grote vier en een veertigtal andere landen akkoord was gegaan.

De term 'Verenigde Naties' was waarschijnlijk een geesteskind van Roosevelt zelf. In januari 1942, kort na de Japanse verrassingsaanval op Pearl Harbor en de wederzijdse oorlogsverklaringen tussen Duitsland, Japan en de Verenigde Staten, zag in Washington een 'Declaration by United Nations' het licht. In dit document vatten 25 landen die tegen Duitsland vochten, hun bedoelingen samen: zij zouden hun uiterste best doen de vijand te verslaan en geen enkel land zou zich tot een afzonderlijke vrede met Duitsland laten verleiden.

Het verhaal wil dat Roosevelt met zijn vondst, 'Verenigde Naties' als aanduiding voor deze alliantie, de logeerkamer van het Witte Huis waar Churchill zijn intrek had genomen, binnenstormde, net toen de Britse premier in zijn badkuip te water was gegaan.

Het boek waarin Townsend Hoopes en Douglas Brinkley de ontstaansgeschiedenis van de volkerenorganisatie uit de doeken doen, FDR and the Creation of the U.N., kan niet anders dan uitgebreid ingaan op de Amerikaans-Britse verhouding. Voor de Verenigde Staten was Groot-Brittannië van essentieel belang. Wat Roosevelt ook allemaal voor ogen heeft gehad toen hij zijn standpunt inzake de oorlog in Europa bepaalde, het stond voor hem vast dat hij niet lijdelijk mocht toezien hoe de Britten het onderspit zouden delven tegenover Hitler.

Hoewel formeel nog niet met Duitsland in oorlog, deed de Amerikaanse president er in 1940 en 1941 al alles aan om Churchill te helpen. Engeland kon op riante voorwaarden in de Verenigde Staten de goederen - tot en met complete oorlogsschepen - komen ophalen die het voor zijn overleving nodig had. De Amerikaanse marine begeleidde de volgeladen Britse vrachtvaarders op het grootste deel van hun terugreis. Confrontaties met Duitse onderzeeërs bleven niet uit. Duitsland en Amerika gaven er echter de voorkeur aan voorlopig nog niet van een oorlog te spreken.

Na juni 1941, de maand waarin Hitler zijn eindoverwinning definitief vergooide door Rusland aan te vallen, veranderde het tableau razendsnel. Stalin en Churchill zochten toenadering tot elkaar. De Verenigde Staten waren bereid zich bij dit bondgenootschap aan te sluiten, maar alleen onder de voorwaarde dat de Russen zich bereid zouden verklaren na de oorlog te onderhandelen over hun machtspositie in Oost-Europa. Dit betekende onder meer dat zij afstand moesten nemen van de in 1939 met Duitsland overeengekomen opdeling van Polen en de feitelijke annexatie van de Baltische staten.

Roosevelt begreep dat hij zich eerst met de Britten moest verstaan. Zo kwam - op een schip voor de kust van Newfoundland - in augustus 1941 het Atlantic Charter tot stand. Deze hooggestemde verklaring, waarin Churchill en Roosevelt afspraken maakten over onder meer het zelfbeschikkingsrecht van volkeren, zou later de kern van het handvest van de VN worden.

Toen de spelregels voor de toekomstige wereldpolitiek eenmaal vastlagen, mochten de Sovjets kiezen of delen: zich erbij aansluiten en op die manier in aanmerking komen voor grootscheepse Amerikaanse hulp, of zich van het Charter distantiëren en zo de Amerikaanse sympathie verspelen. Stalin koos voor het eerste, wetend hoe geduldig papier kan zijn.

Voor Churchill gold trouwens niet minder dat hij afspraken over principes met een schepje zout nam. Waar Roosevelts idealisme nogal eens een hoge vlucht nam, herinnerde de Britse leider zijn gesprekspartners steeds aan de eerste zin van het recept voor hazenpeper in een bekend kookboek: 'Om te beginnen vange men een haas.' Dit verklaart hoe Churchill, anders dan men zou verwachten, aanvankelijk vooropliep met het streven naar een nieuwe volkerenorganisatie, terwijl Roosevelt het proces vertraagde.

De Amerikaanse president wilde per se voorkomen dat de geschiedenis van zijn voorganger Woodrow Wilson met zijn Volkenbond zich zou herhalen. Zijn kiezers hielden niet van smoezelige machtspolitiek. Van alles wat zweemde naar 'deals' tussen de grote mogendheden, hield hij zich daarom liever verre.

Churchill maalde veel minder om politieke achterbannen en publieke opinies. Er moest een oorlog gewonnen worden en als het even kon daarna een vrede. Als realist van het zuiverste water had hij al in een vroeg stadium geconcludeerd dat er na de Duitse en Japanse nederlaag een instituut als de VN nodig zou zijn, waarin de grote vier de dienst zouden uitmaken, onder andere door middel van een vetorecht.

Toen het op concrete onderhandelingen over de oprichting van de VN aankwam, zoals tijdens de conferentie (begonnen in augustus 1944) van Dumbarton Oaks, een landgoed in de buurt van Washington, waren de rollen enigszins omgedraaid. Roosevelt wist zich inmiddels verzekerd van politieke rugdekking. Hij probeerde het tempo op te voeren om het getij niet te laten verlopen.

De Britten waren pragmatischer en trachtten zowel de Sovjets als de Amerikanen nuchterheid bij te brengen. Hij wist ook veel preciezer dan Roosevelt wat hij met Duitsland wilde (het moest zo snel mogelijk weer economisch op de been worden geholpen), net zoals de Britten eerder dan de Amerikanen doorhadden welke strategie Stalin volgde in Oost-Europa. De Duitse en de Poolse kwestie werden in Jalta (februari 1945) nog lang niet opgelost, wat toch eigenlijk een voorwaarde was voor samenwerking na de oorlog.

In april 1945, toen 'San Francisco' begon, was de situatie eerder verslechterd dan verbeterd, waardoor de Verenigde Naties onder een verre van gunstig gesternte tot stand kwamen. Het is echter zeer de vraag of dit te wijten was aan Churchills relatief harde benadering van de Sovjets. Roosevelt mag dan zelf steeds het idee hebben gehad dat zijn persoonlijke, improviserende aanpak effectiever was dan confrontaties, het bewijs daarvoor is nooit geleverd. Ook niet in dit boek, integendeel.

Dat de Verenigde Naties uiteindelijk het licht zagen, was minstens evenzeer aan de helderheid van het Britse standpunt te danken - de Russen wisten wat zij daaraan hadden - als aan de improvisaties van de Amerikaanse president. De aanwezigheid van Molotov in San Francisco, in plaats van een lagere functionaris, was zelfs het ironisch gevolg van Roosevelts overlijden. Moskou meende een gebaar te moeten maken. Een dode Roosevelt kreeg hier blijkbaar meer voor elkaar dan een levende.

Liefhebbers van diplomatieke geschiedenis kunnen aan FDR and the Creation of the U.N. hun hart ophalen. Hoopes en Brinkley laten hun relaas uitmunten in overzichtelijkheid. Een studie als deze, waarvan demarches van bureaucratieën en ingewikkelde onderhandelingen de kern vormen, had gemakkelijk kunnen ontaarden in een warboel van kruisverwijzingen en flashbacks.

De door de wol geverfde auteurs houden hun zaken echter keurig op orde. Deze helderheid heeft als keerzijde dat de geschiedenis minder meeslepend wordt gepresenteerd dan gezien de hoge inzet van de discussies en de kleurrijke rolbezetting van het stuk mogelijk zou zijn geweest. Roosevelt komt als mens nauwelijks tot leven.

Hoewel de rivaliteit en onenigheid in het Amerikaanse kamp tussen Harry Hopkins (adviseur en onderhandelaar), Cordell Hull (minister van Buitenlandse Zaken), Welles (onderminister) en anderen breed worden uitgemeten, zelfs als zij in verband met het ontstaan van de Verenigde Naties van minder belang zijn, valt het de lezer moeilijk zich met een van de personages te identificeren. Daardoor blijft de gang van zaken voltooid verleden, in weerwil van de actualiteit die allerlei kwesties van toen op de keper beschouwd nog hebben.

Doeko Bosscher

Townsend Hoopes & Douglas Brinkley: FDR and the Creation of the U.N..

Yale University Press; 287 pagina's; ongeveer ¿ 82,-.

ISBN 0 300 06930 8.

Meer over