Geboefte

Hans Veeken is huisarts in Amsterdam en doet regelmatig dienst bij de huisartsenposten. 'Wel naar de dokter luisteren', zegt zijn vrouw....

'Dokter, hij heeft het weer, kunt u meteen komen?' Ik hoor een bange oudere vrouwenstem.

'Wat heeft hij weer? Met wie spreek ik?'

'Met De Vries, maar het gaat om mijn man, mijn man, dat weet u toch wel, hij heeft suikerziekte. Hij heeft weer zo'n aanval. Komt u?'

Sommige patien hebben niet door dat ze hun eigen dokter niet aan de lijn hebben en in hun opwinding steken ze meteen van wal. De vrouw begint te huilen, maar herstelt zich: 'Ik heb hem al suikerwater gegeven, maar het hele bed is nat: hij slaat en wil niets van me weten. Het kopje viel zo uit mijn handen. Komt u snel?' Ik weet voldoende.

We verlaten de dokterspost en zien een man naast de voordeur snel uit de bosjes wegschieten. Stond hij te plassen, dronken? Het is vier uur in de ochtend en ik sla er verder geen acht op. In de striemende regen racen we door de nacht. Bij binnenkomst zit de pati, van 80 jaar, wazig voor zich uit te staren. Hij lijkt geen vat te hebben op wat er zich om hem heen afspeelt.

'Hoe oud bent u?', vraag ik om te zien hoe hij reageert. De man zegt niets. Meestal geeft de echtgenote dan antwoord, maar zij begrijpt mijn actie en houdt zich ook stil. De man kijkt mij verdwaasd aan: hij wil duidelijk iets zeggen maar kan het niet formuleren. Uiteindelijk stamelt hij een wedervraag: 'Nu?' Hij heeft door dat het om tijd gaat, maar kan de vraag toch niet plaatsen. De man zweet; daarom is het hele bed nat. Het zweten duidt op een te lage bloedsuiker.

Ik besluit een injectie in zijn been te geven met glucagon, een hormoon om de suikerspiegel in het bloed te verhogen. Daarna probeer ik hem toch ook nog wat te laten drinken, maar ook bij mij belandt het meeste suikerwater op de lakens. Het wordt een kliederpartij en de man zakt alleen maar verder weg, maaiend met beide armen om ons op een afstand te houden. Ik besluit om toch ook suiker direct toe te dienen.

Ik maak een indrukwekkend grote spuit met glucose-oplossing klaar. Daar kun je niet snel te veel van geven. Voor die actie sleep ik het hele jaar een flesje geconcentreerd suiker mee in mijn tas. Het neemt disproprotioneel veel ruimte in, maar gezien het spectaculaire effect loont het zich: de ontregelde pati is bewusteloos en je spuit hem letterlijk met wat suiker binnen een minuut weer tot leven.

'Nou', zegt de vrouw ontzet: 'U neemt geen halve maatregelen, U bent een echte dokter.' Ik loop met de spuit naar de man, maar hij blijkt zo bij de positieven dat hij zich bij het zien van de spuit, onder de lakens verstopt: 'Nee, nee, dat niet, ik ben weer bij hoor.'

'Wel naar de dokter luisteren', commandeert zijn vrouw streng. 'Toe, spuit u maar dokter', en ze wijst naar haar man. 'Hij transfereert nog erg, hoor', voegt ze eraan toe.

Ik wacht het nog even af: de glucagon doet blijkbaar toch zijn werk en waarom de zaak verder te ontregelen? De man komt geleidelijk verder bij zijn positieven. Ik pak de spullen bijeen en we rijden terug naar de huisartsenpost.

De volgende morgen loopt er politie in het pand: er is ingebroken op de verdieping boven ons. Dat was de man in de bosjes, waarvan wij dachten dat hij aan het plassen was, denk ik meteen. We hebben verder niets gehoord en blijkbaar tussen twee telefoontjes in wat gedoezeld.

Meer over