GEACHTE REDACTIE

In de reacties op het artikel 'Geen Europees maar een Amerikaans Duitsland' van Dirk-Jan van Baar (Forum, 29 december) werd betoogd dat het een slechte zaak is dat de Duitsers nog steeds zo'n grote zelftwijfel hebben en dat Duitsland zijn 'natuurlijke' leidersrol zou moeten opnemen....

Leiderschap

Van Baar verwijst echter niet voor niets naar het Duitse oorlogsverleden. Dat West-Europa nu al een halve eeuw geen oorlogen heeft gehad, is juist een gevolg van het feit dat geen Europese macht het leiderschap in Europa heeft bereikt. Als de Europese geschiedenis ons iets leert, is het wel dat elk continentaal Europees land dat te machtig wordt een coalitie van de andere Europese machten tegenover zich vindt. Als Duitsland te veel macht ontplooit in de EU, zal dit het einde van de EU betekenen.

Van Baar is niet 'Amerikaanser dan de Amerikanen zelf' met zijn stelling dat Europa is gebaat bij Amerikaans leiderschap. Europa kan een stabiliserende, niet-Europese mogendheid als leider goed gebruiken. Een Europees land als leider is een garantie voor moeilijkheden. Hierbij komt nog eens dat Duits leiderschap velen, met het oog op het verleden, sterk afschrikt.

AMSTERDAM B. van der Hoeven

Omgangstaal

Volgens F.V. de Weijer (de Volkskrant, 6 januari) vergist Dirk-Jan van Baar zich als hij beweert dat het Engels de lingua franca is van Europa. Helaas vergist De Weijer zich op zijn beurt als hij dit beargumenteert met het feit dat het Duits 'de omgangstaal (is) van circa honderd miljoen mensen - de grootste Europese taalgroep' en met 'het toenemend belang van Duits in het Europese zakenleven'.

Een lingua franca is geen omgangstaal, maar een taal die dienst doet als verkeerstaal over een groot gebied met verschillende talen. Zo was het Latijn in de middeleeuwen de lingua franca van Europa en is het Swahili de lingua franca van Oost-Afrika. Met omgangstaal heeft dat niets van doen. De grootte van een land of bevolkingsgroep bepaalt dus niet per definitie wat de lingua franca is. Aangezien het Engels als Europese handelstaal nu veel meer gebruikt wordt dan het Duits, is het Engels 'de' lingua franca van Europa. Punt voor Van Baar.

Dat het Duits momenteel als handelstaal aan belang zou winnen, is ook geen geldig argument. Ook al zouden Duitse zakenlieden er tegenwoordig op gesteld zijn hun correspondentie in het Duits te voeren, dan nog wordt de status van het Engels als lingua franca hierdoor niet aangetast.

Andere talen laten meedingen naar de status van de Europese lingua franca is onverstandig, want onpraktisch. Het doorkruist het streven naar doelmatige communicatie tussen landen. Het is een heel plezierige omstandigheid dat we met het Engels in een groot deel van de wereld terecht kunnen.

AMSTERDAM Michel Couzijn

Verzoening

De vereniging van Indië-veteranen heeft een aanklacht ingediend tegen Poncke Princen wegens het plegen van oorlogsmisdaden. Medestanders van Princen hebben vervolgens de Indië-veteranen aangeklaagd.

Tegelijkertijd woedt er een oorlog in het voormalige Joegoslavië en, hoe moeilijk ook, we hopen met zijn allen op vrede in dat gebied. Die hoop neemt met het voortslepen van het conflict af. Het stelt mij zeer teleur te horen dat veteranen zo'n 45 jaar na dato hun wrok koesteren door een rechtszaak aan te willen spannen tegen een oude man. Mijn hoop dat Bosniërs en Serviërs ooit nog samen kunnen leven, is hierdoor verloren gegaan. Als mannen die toen zo goed wisten wat hun plicht was, nu niet in staat zijn tot verzoening, zie ik geen toekomst voor de Joegoslaven.

ROTTERDAM M.D. van de Velde

Nationalisme

Gerry van de List (Forum, 6 januari) kan gerust zijn. Er zijn in ons land al heel wat 'warme gevoelens van nationale saamhorigheid'. Zij richten zich op onze verzorgingsstaat en koesteren de gedachte dat 'wij met z'n allen' die met verheven gevoelens van solidariteit en met keihard werken hebben opgebouwd. We zijn trots op 'onze' verzorgingsstaat, die we als uniek in de wereld beschouwen en die ons gevoel van superioriteit tegenover andere naties heeft versterkt. Ik noem die gevoelens 'verzorgingsstaatnationalisme'. Het richt zich tegen degenen die de verzorgingsstaat bedreigen en dan vooral tegen degenen die er wel van 'profiteren' maar aan de opbouw ervan niet hebben bijgedragen. Zij horen dus niet tot 'ons volk'.

Dit verzorgingsstaatnationalisme lijkt op het klassieke nationalisme. Een betrekkelijk klein verschil is dat bij het klassieke nationalisme de superioriteit van de natie uitgedrukt werd met 'God met ons' en dat dit bij het verzorgingsstaatnationalisme gebeurt met 'Eigen volk eerst'.

UTRECHT Johan S. Wijne

Meer over