GEACHTE REDACTIE

Al tijden erger ik me aan de eenzijdigheid waarmee de problematiek van de varkenspest wordt weergegeven. Het armetierig leven van de varkens zelf schijnt bijzaak te zijn; de discussie gaat meer over het wel en wee der boeren, de mestproblematiek en onze economie....

Dierenliefde

Het lijkt alsof er geen interesse bestaat voor kennis van de biologie en psyche van het varken, een aantoonbaar sociaal, intelligent en gevoelig dier dat veel te lijden heeft onder de dieronvriendelijke wijze van vleesproductie. Onze dierenliefde houdt kennelijk op bij onze eigen huisdieren.

Onze dierenliefde viert hoogtij in de cocoonwinkels. Deze liggen vol dieren: dieren op serviezen, truien, schilderijtjes, anzichtkaarten, sleutelhangers en niet te vergeten de knuffels: lieve, slimme, ontroerende Babebiggetjes, nostalgische farm-animals, beertjes, en konijntjes met menselijke uitdrukkingen, want we trekken graag vergelijkingen met figuren uit de romantische dierenwereld.

Volwassenen kopen het dure verzamelspul nog liever dan kinderen, die net zo lief voor het snelle, powerspeelgoed kiezen. Voor het welzijn van levende varkens en andere landbouwhuisdieren zouden we volgens de varkensboeren echter geen cent over hebben. Deze dieren spreken niet tot de verbeelding. En hun leed negeren we door een simpele knop in ons bewustzijn om te draaien, voordat ze ons belasten met schaamte- en schuldgevoel.

We zijn roofdieren met sentimentele momenten, maar die uiten we liever in kinderwinkels voor volwassenen, dan dat we consequent diervriendelijk scharrelvlees eisen. Wanneer worden we volwassen? Laten de scharrelboeren daar vooral niet op wachten. Beter kunnen we haast maken met het uitdelen van Babe-stickertjes bij elk lapje scharrelvlees. Wat zal de vraag groeien.

NIJMEGEN

Anne-Marie Karremans

Klonen

Na het nieuws over het schaap Dolly - nog maar enkele maanden geleden - sloten wetenschappers, politici en mediavertegenwoordigers unaniem de rijen. Het klonen van mensen zou voor altijd verboden moeten blijven. Geen wetenschapper zou het ooit in zijn hoofd halen om ook maar een poging te wagen de 'Boys from Brasil' (een rij Hitler-kloontjes) werkelijkheid te doen worden.

Twee maanden later blijkt echter hoe ver wetenschappers al zijn voortgeschreden in het klonen van mensen. Het nieuws meldt met enige euforie dat het mogelijk is geworden om embryo's, ontstaan bij reageerbuisbevruchting, eerst te testen op de aanwezigheid van genetische afwijkingen. De provincie Groningen heeft de primeur en we mogen blij zijn voor de ouders dat hun kind een ernstige erfelijke ziekte bespaard is gebleven.

Feitelijk ligt het klonen aan de basis van dit resultaat en dat stemt wat minder tot euforie. Integendeel. De onderzoekers hebben kunstmatig een eeneiige tweeling gecreëerd. De cellen die zijn weggenomen van het oorspronkelijke embryo hebben namelijk het vermogen om in hun natuurlijke omgeving uit te groeien tot een kind.

Zowel het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA als de Gezondheidsraad bevestigen dat er in dat geval sprake is van een nieuw

(pre-)embryo. Eén van de prille embryo's wordt getest op de aanwezigheid van de erfelijke afwijking en gaat bij het onderzoek verloren. Het andere embryo wordt in de baarmoeder geplaatst want de genen waren in orde bevonden. Van een kunstmatige eeneiige tweeling is het nog maar een kleine stap tot de synthese van een eeneiige veelling.

Niemand wenst jonge ouders een kind met een ernstige erfelijke ziekte toe. Dat er dan gekozen wordt voor een weg waarbij altijd embryo's gedood worden, is betreurenswaardig. De dood mag niet de basis worden van ons medisch handelen. Het zou minder gewetenswroeging geven als een paar met een genetisch risico afziet van kinderen of kiest voor adoptie.

NIEUWKUIJKIr. H.A.P. Cruts

Conclusie

Terwijl Jan Blokker (de Volkskrant, 13 mei) aan de hand van een proefschrift van cultuursocioloog Rohde liet zien dat het hoog tijd werd de universiteit weer te bevolken met mensen die kunnen nadenken, kon je in diezelfde krant lezen: 'De meeste verkeersongelukken met kinderen op de fiets gebeuren tussen vijf uur 's middags en acht uur 's avonds op dagen dat zij naar school gaan. Tot deze opvallende (sic!) conclusie komt traumatoloog prof. dr. H. ten Duis van het Academisch Ziekenhuis Groningen. In het weekeinde en op woensdag, wanneer scholieren een vrije middag hebben, zijn kinderen tussen vier en vijftien jaar veel minder vaak betrokken bij ongevallen.'

In plaats van dat de veilig-verkeer-professor de conclusie trekt dat mensen dan minder op hun fiets zitten, juist omdat ze niet naar school hoeven en dat de kans op ongelukken om die reden veel minder is, zegt-ie: 'Het heeft waarschijnlijk met vermoeidheid te maken. Het zet je in elk geval tot nadenken.'

It is me what. . .

LONNEKER Paul ter Heyne

Meer over