Geachte redactie

Ten onrechte verboden

De Haarlemse rechtbank vindt dat het Don Bosco College in Volendam een leerlinge mag verbieden een hoofddoek te dragen. De redenering is dat dit een uiting is van een niet-katholieke religie, en dat de school recht heeft op haar eigen identiteit. Dat is waar, maar de rechter negeert veel zwaardere en meer relevante argumenten.

In het katholieke Volendam is er geen gevaar voor de (toch al zwakke) religieuze identiteit van de school. De leerlingen hebben zelf geen moeite met hoofddoekjes. Het is ook raar dat baarden wel zijn toegestaan. Die zijn immers verplicht voor orthodoxe joden en moslims (en net als hoofddoekjes ook populair bij anderen).

Een hoofddoek is voor veel vrouwen een geloofsvereiste. En in Volendam is er in de wijde omtrek maar één school: het Don Bosco College. In de praktijk kan de uitspraak van de rechter gaan betekenen dat, net als in Antwerpen, meisjes niet meer naar school zullen gaan.

De vrijheid van godsdienst van katholieken in Volendam wordt dus door een hoofddoekje niet aangetast, maar die van de leerlinge wel. Ook discrimineert een hoofddoekverbod op school in de praktijk, omdat er wel eisen worden opgelegd aan moslims, maar niet aan anderen. En in dit geval is de maatregel zelfs openlijk discriminerend geformuleerd ('hoofddoek niet toegestaan').

Het legitimeren van een hoofddoekverbod maakt het makkelijker om elders hoofddoeken te verbieden. De rechter negeert zo ook nog eens de kwetsbare positie van moslims in dit land, en zet een gevaarlijk precedent. Hopelijk zal het Hof in hoger beroep anders oordelen.

Michael Blok, Amsterdam, lid van Platform Stop Racisme en Uitsluiting

Lotingstress

Na het lezen van het artikel over lotingstress in Amsterdam kon ik met moeite een glimlach onderdrukken. Dat kinderen teleurgesteld zijn dat ze niet bij een vriend of vriendin in de klas of op school komen, kan ik me goed voorstellen.

Maar dat ouders moeten huilen als hun prins of prinses wordt uitgeloot voor de droomschool van hun keuze, kan ik nauwelijks geloven. Wat een verdriet. Blijkt het leven toch niet zo maakbaar als gedacht. Zelfs niet in Amsterdam. Rare jongens die Amsterdammers.

Lieuwe Rozema, Groningen

Verkrachters

Toen ik las dat tegen zes wezens die een meisje langdurig en tot bloedens toe hadden verkracht, twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk, was geëist, moest ik bijna huilen van machteloze woede.

Netto zes maanden voor een vergrijp waar maximaal twaalf jaar voor staat. Zoveel minachting voor de menselijke waardigheid van het slachtoffer overtreft haast de minachting van de daders. En wat ook treurig is: de Volkskrant, waarop je je hoop zou willen vestigen als het om rechtvaardigheid en gerechtigheid gaat, laat het afweten.

Zij biedt alleen een podium aan hen die alsmaar papegaaien: 'Straffen helpt niet.' Ik kan u echter verzekeren: dit arme meisje en haar familie zouden er heel veel baat bij hebben.

L.M.C. van de Weygaert, Doornenburg

Andere visie op SNV

Als er bij SNV missstanden zijn geconstateerd, dan moeten die worden aangepakt, dat lijkt mij duidelijk. In het stuk van Mariano Slutzky (Opinie& Debat, 31 maart) staan onder de kop 'corruptie SNV' echter beschrijvingen van gewone SNV-ers in het veld die niet onder deze noemer thuishoren.

Ik heb tien jaar als partner van een SNV-er doorgebracht in Tsjaad, Niger en Bolivia en ik heb een andere kijk op de zaak dan Slutzky. Los van het feit dat wij begonnen in een huis zonder water en elektriciteit op 300 kilometer afstand van de dichtstbijzijnde telefoon, klopt het dat een aantal ontwikkelingswerkers even luxe woonden als hun lokale collega's met vergelijkbare salarissen. De doelgroep zou het overigens vreemd hebben gevonden als ze zich primitief hadden gehuisvest.

Het lijkt erop dat Slutzky zich niet erg ver de binnenlanden heeft gewaagd. Hij stoorde zich aan de aanwezige four wheel drives, maar deze waren (en zijn) hard nodig gezien de staat van de wegen waarover ze moeten rijden en de toestand in de gebieden waar ze heen moeten. Dit in tegenstelling tot dergelijke auto's in Nederland die nooit van het asfalt af komen.

De lokale bevolking met een redelijk inkomen had veelal ook huispersoneel. Het personeel in dienst van ontwikkelingswerkers betekende inkomsten en werkgelegenheid in vele families. Ze werkten liever voor de buitenlanders omdat ze vaak beter betaald kregen en nog op tijd ook. De huishoudelijke taken - zonder hulp van allerlei apparatuur - namen ook veel meer tijd in beslag dan in Nederland en daarom was lokaal personeel dan ook welkom.

Niks om je voor te schamen, lijkt mij. Bovendien zijn ontwikkelingswerkers daar aanwezig om hun werk te doen en dat gaat veel effectiever als de woon- en levensomstandigheden naar behoren zijn.

Daaronder valt ook het functioneren van eventuele meegereisde partners (en kinderen). Als die het niet naar hun zin hebben, functioneert ook de uitgezonden ontwikkelingswerker niet. Dat SNV-ers geen belasting betalen, is overigens al twintig jaar niet meer zo.

Als je naar een ontwikkelingsland vertrekt, is het niet moeilijk om veel van je vooroordelen bevestigd te zien. Als je de moeite neemt om wat beter te kijken, zie je dat niet alles is wat het lijkt en dat het toch wat genuanceerder ligt.

Guus Meeuwsen, Goirle

Werelderfgoedlijst

Leuk om te lezen dat mijn voormalige woonplaats, Wilhelminaoord, is opgenomen als locatie voor de werelderfgoedlijst. Ook terecht. Prachtige geschiedenis, mooie gebouwen, zeer uniek.

Frederiksoord en Wilhelminaoord liggen echter niet in Veenhuizen, zoals tweemaal in het stuk (V, 6 april) staat. Deze voormalige koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid liggen daar wel meer dan 60 kilometer vandaan. De koloniën Frederiksoord en Wilhelminaoord boden huisvesting, werk, scholing en een verzorgde oude dag voor arme sloebers uit de Randstad. Veenhuizen was de strafkolonie. Ik kijk uit naar een mooi stuk over de Maatschappij van Weldadigheid, zodra de voormalige koloniën op de werelderfgoedlijst komen.

Jeannet Bekhof, Den Haag

undefined

Meer over