GEACHTE REDACTIE

'Kan het Schotser', schrijft u in ISDN (de Volkskrant, 16 mei) over de woonplaats van Alan Warner, de auteur van Morvern Callar, 'geboren en getogen op Oban'....

Oban

Schotser kan wellicht nog wel, je kunt bijvoorbeeld geboren zijn op Staffa, Ulva, Iona en Rona, eilanden voor de Schotse westkust.

Maar schever kan het zeker niet, want Oban is een toeristenstadje en geen eiland. En daar ben je niet op, maar in geboren.

HULSBERG Rob Dijksman

Getuige

'Het Boze oog van de deskundige' (Vervolg, 17 mei) maakt pijnlijk duidelijk hoe gebrekkig de regelgeving voor de getuige-deskundige in Nederland (nog) is. Het wordt hoog tijd dat forensisch psychologen/psychiaters en juristen om de tafel gaan zitten om normen te ontwikkelen waaraan de getuige-deskundige en zijn/haar werk dient te voldoen.

In de Verenigde Staten wordt gewerkt met de zogenoemde Daubert-standaard voor de toelaatbaarheid van psychologische meetinstrumenten in de rechtszaal. Het U.S. Supreme Court heeft in 1993 geoordeeld dat alleen aantoonbaar empirisch gevalideerde methoden door de rechter geaccepteerd worden.

De getuige-deskundige dient in zijn rapportage over de betrokkene aan te geven op basis van welke gegevens hij tot zijn conclusies gekomen is; alleen het vermelden van die conclusies is onvoldoende. Gebruik van de klinische blik en de daarop gebaseerde conclusies voldoen geenszins aan deze eisen. De klinische blik is notoir onbetrouwbaar en mag niet door de rechter geaccepteerd worden.

Naast een pleidooi voor normen ten aanzien van het gebruik van wetenschappelijk gevalideerde meetinstrumenten willen wij ook pleiten voor eisen ten aanzien van de opleiding en ervaring van getuige-deskundigen. De gedragswetenschapper die als getuige-deskundige in een strafzaak optreedt dient niet alleen een vakbekwame psycholoog, pedagoog of psychiater te zijn, maar dient ook specifieke forensische expertise in huis te hebben. Hij moet kennis en ervaring hebben op het gebied van onder andere de relatie tussen psychiatrische problematiek en delictgedrag en de inschatting van delictrisico. Meer aandacht voor forensische onderwerpen in de (postdoctorale) beroepsopleidingen tot klinisch psycholoog en psychiater is dringend gewenst.

Tenslotte is het van belang dat een specifieke beroepsethiek voor de getuige-deskundige wordt ontwikkeld naast de reeds bestaande beroepsethische codes voor de verschillende gedragswetenschappelijke disciplines. Hierin zou bijvoorbeeld omschreven kunnen worden dat de deskundige zich dient te onthouden van juridische conclusies en beslissingen, omdat die aan de rechter zijn voorbehouden. Ook zou de deskundige objectief en professioneel moeten optreden in die zin dat hij open en eerlijk aangeeft waar de beperkingen van zijn oordelen liggen.

De psycholoog die in de in het artikel aangehaalde zaken, optrad als getuige-deskundige heeft grove steken laten vallen. Hij baseerde zijn oordelen uitsluitend op zijn klinische blik en ging op de stoel van de rechter zitten door een 'schuldig' uit te spreken. Hier is geen sprake van objectief en professioneel handelen geweest, hetgeen niet alleen de beroepsgroep in diskrediet heeft gebracht maar ook ernstige emotionele schade bij de door hem onderzochten heeft veroorzaakt.

UTRECHT dr. C. de Ruiter

mr. drs. M. Hildebrand

Dr. Henri van der Hoevenkliniek

Jubileum

Met enige verbazing las ik de column van Stefan Sanders (Vervolg, 17 mei) over het koperen jubileum van Janmaat als lid van de Tweede Kamer. Die verbazing betreft niet de beschouwing die hij eraan wijdt, maar het feit dat hij het bericht uit NRC Handelsblad voor zoete koek aanneemt, terwijl enig simpel rekenwerk laat zien dat dit onjuist is.

Ga maar na: In september 1982 is Janmaat voor het eerst in de Tweede Kamer gekozen; bij de verkiezingen van mei 1986 verloor hij die zetel weer. In september 1989 werd hij opnieuw gekozen en in mei 1994 kreeg hij er zelfs een paar zetels bij.

Al met al kom ik dan uit op elf jaar en vier maanden lidmaatschap van de Tweede Kamer voor Janmaat. Bij NRC Handelsblad waren ze dus niet een week te laat, zoals hij schrijft, maar ruim een jaar te vroeg met de melding van zijn koperen jubileum.

AMSTERDAMJan Koning

Frequentie

Mij trof het bericht (Wetenschap, 17 mei) 'Telefonerende muis ontwikkelt kanker'. De auteur noemt GSM; de frequentie bedraagt 900 mHz, zeg bijna 1 Hertz

Als dat waarheid zou zijn, zou GSM niet werken (of antennes worden onaantrekkelijk lang), en bovendien zouden de muizen in kwestie daar geen, of anders, last van hebben. De auteur bedoelt natuurlijk MHz, dat ligt een miljard keer hoger in frequentie. U begrijpt nu de opmerking over de antenne, die zou dan pakweg 5 miljard cm worden.

EINDHOVEN Guido Tent

Meer over