Geachte redactie

Patty

In het artikel over de praktijken van advocaat Bram Moszkowicz (Ten eerste, 6 oktober) wordt ene Patty Brard aangeduid als tv-diva. Wilt u dat nooit meer doen?

R.A.Maertens, Apeldoorn

Besnijden

In Vonk van 6 oktober komt Said El Haji tot de ontdekking dat hij schade heeft ondervonden als gevolg van zijn besnijdenis. Zijn behoefte aan afzondering komt niet voort uit individualisme, zoals hijzelf altijd dacht, maar uit de verwijdering van zijn voorhuid, weet hij nu dankzij zijn moeder.

Negen maanden geleden schreef hij nog (O&D, 14 januari) dat het besnijdenisritueel voor hem geen betekenis had, maar dat hij er ook geen last van had gehad. Zijn eigen zoon zou hij om de eerste reden niet besnijden.

Inmiddels heeft hij meer argumenten gevonden om voorstanders van jongensbesnijdenis aan te vallen: 'Onder nabestaanden van de Holocaust wordt voorhuidsbesnijdenis zelfs gezien als wraak op Hitlers poging om de joden uit te moorden.'

De Holocaust erbij halen. Dat moet een joodse schrijver proberen! En dan de plank nog misslaan ook.

Overigens is het jodendom niet wraakzuchtig, mijnheer El Haji. Wel wordt iedere mislukte uitroeiingspoging gevierd. Een bekend joods grapje luidt: 'They tried to kill us, we survived; let's eat!'

Ook de gelijkstelling van joden en moslims snijdt geen hout. Alhoewel beide geloven jongensbesnijdenis kennen, is de praktijk inhoudelijk aanzienlijk anders:

Bij joden vindt de besnijdenis plaats op de 8ste dag na de geboorte. Bij moslims gebeurt dit meestal als het kind 5-, 6- of 7 jaar oud is.

Bij joden is de jongensbesnijdenis te herleiden naar de Thora. De verplichting om zonen te besnijden staat niet in de Koran.

Binnen het traditionele jodendom mag alleen een moheel, iemand die daartoe speciaal is opgeleid en protocollen volgt, de besnijdenis verrichten. Binnen de islam gelden ten aanzien van de uitvoerder geen strikte regels.

Ongeacht of El Haji nu last heeft van zijn besnijdenis, is het onnodig om anderen met oneigenlijke argumenten voor zijn karretje te spannen om uit te leggen waarom hij in januari nog geen last had van zijn besneden piemel en in oktober wel.

David Serphos, Amstelveen

Haren

Als er nou iemand is in Nederland die niet kan snappen wat er in Haren is gebeurd dan is het wel Job Cohen en uitgerekend hij wordt voorzitter van de commissie die het moet gaan uitvinden. Ze hadden beter Hero kunnen nemen.

M. Krijnen, Amsterdam

Ontslag

Wie gaat kijken op de website van het CBS: Gedwongen ontslag via UWV, kantonrechter of door faillissement en Verloop Files zal tot de conclusie moeten komen dat het recent korter worden van een aantal files nauwelijks te maken heeft met het onlangs geasfalteerde Nederland, maar recht evenredig is met de afname van het aantal werknemers dat niet meer met de auto naar het werk gaat.

A.J. da Costa, Den Haag

Aperte leugen

In 'De held moet weer terug' (Vonk, 29 september) vertolkt Martin Sommer zijn verlangen naar de terugkeer van vaderlandse helden.

Tot zijn ongenoegen is dit culturele houvast hem afgenomen door recente historische nuanceringen die hij gemakshalve maar bestempelt als 'inquisitiegeschiedenis'. Zijn lezing van ons WRR-boek Nationale identiteit en meervoudig verleden blinkt uit door onzorgvuldigheid die hij legitiem acht door de frase 'alles een beetje scherp samen te vatten'.

Zo laat hij de lezer geloven dat Karel de Grote volgens ons zou moeten verdwijnen uit het geschiedenisonderwijs, wat in werkelijkheid nergens in ons boek wordt gesuggereerd. Evenmin beweren wij, zoals hij ons in de mond legt, dat geschiedenis ook maar een mening is. Dit is een aperte leugen.

Wel wijzen we erop dat natiestaten geen onveranderlijke fenomenen zijn. Op p.37 schrijven wij: 'Hoewel natiestaten geen permanente of onvermijdelijke historische verschijnselen zijn, maar culturele constructies die op enig moment zijn ontstaan en zich sindsdien voortdurend hebben aangepast, kunnen 'objectieve' elementen zoals etnische en linguïstische factoren niet genegeerd worden.'

Natiestaten (en nationale identiteiten) zijn constructies die geenszins toevallig of vrijblijvend zijn. Ze vervulden (en vervullen) functies in een veranderende samenleving. Historici onderzoeken die functies. Voor die analyse - en actuele voorbeelden te over: van Bataafse mythe tot Tweede Wereldoorlog - kan het geen kwaad dat het geschiedenisonderwijs zowel historische kennis overdraagt als inzicht biedt in kennisclaims die soms op mythen zijn gebaseerd. Dan kan ieder voor zich beoordelen wat te denken van Sommers verlangen sommige vaderlandse helden weer op een voetstuk te plaatsen.

Sommer kent de feiten niet of hij verzint ze voor het gemak. Dat is funest voor een zinvolle discussie.

Maria Grever, Kees Ribbens Amsterdam

undefined

Meer over