GEACHTE REDACTIE

Tom Schalken gebruikt zijn column over de uitspraak van het Medisch Tuchtcollege in de zaak-Chabot (Forum, 4 april) om aan het eind even zijn gram te halen....

Harteloos

In een bespreking in Medisch Contact heb ik het mede door hem geschreven boekje Als de dood voor het leven harteloos genoemd. Schalken stelt nu de retorische vraag wie eigenlijk hartelozer is: 'de psychiater die na twee maanden voor de pijn van zijn eigen dilemma bezwijkt, of de psychiater die de moeilijke weg durft te gaan van zeven jaar therapie met zijn patiënt'.

Ik heb echter in mijn bespreking niet gezegd dat een psychiater altijd op het dringend doodsverlangen van een patiënt in zou moeten gaan. Ik heb integendeel uitdrukkelijk betoogd dat ook een 'autonome' patiënt niet het laatste woord heeft.

Weigering kan ook respect uitdrukken. Volgens Schalken en zijn mede-auteurs mag een arts echter nooit tegemoet komen aan de doodswens van een patiënt, tenzij deze stervende is.

Ook dat standpunt heb ik niet harteloos genoemd, noch heb ik het verworpen. Ik meen alleen dat de keuze tussen dit standpunt en de - door het Tuchtcollege onderschreven - opvatting dat een psychiater in uitzonderlijke gevallen een patiënt mag helpen zich te doden, gebaseerd moet zijn op een afweging van twee gevaren.

Als je - hoe behoedzaam ook - ruimte schept, zul je misschien wel eens bij vergissing mensen die nog een reëel levensperspectief hebben, dat perspectief ontnemen. Als je een absoluut verbod invoert, zul je, even onomkeerbaar, soms mensen veroordelen tot een uitzichtloos lijden, of een harde en eenzame dood.

Natuurlijk heeft de arts dat uitzichtloos lijden niet veroorzaakt. Maar zolang de toegang tot euthanatica (terecht) alleen via de arts verkregen kan worden, kan hij niet doen alsof hij daarvoor geen verantwoordelijkheid heeft.

HAARLEM Govert den Hartogh

PBO

Een droevige mislukking. Zo noemt Harry van Seumeren de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (PBO) in de Volkskrant van 25 maart.

Een treurige misvatting, want de bewering dat de PBO mislukt is, raakt kant noch wal. In de sectoren die produkt- en bedrijfschappen in het leven hebben geroepen, zijn deze niet zelden een onmisbaar onderdeel van de bedrijfstak. Immers: in de schappen organiseren sectoren zich beter, werken ondernemers en werknemers op economisch en sociaal terrein concreet samen, en treedt een bedrijfstak of produktgroep als één geheel naar buiten.

Misschien is de PBO niet het grote regenscherm voor het hele bedrijfsleven, waaraan in de jaren vijfig werd gedacht. Maar het is wel de paraplu voor een groot aantal bedrijfstakken, met name in het midden- en kleinbedrijf.

Juist kleinere bedrijven (en 80 procent in het midden- en kleinbedrijf is klein), die vaak geen lid zijn van een belangenvereniging en niet adequaat kunnen reageren op zaken die hun bestaan raken, hebben baat bij de collectieve belangenbehartiging van de PBO. Het is ook een paraplu met toekomst, zeker gezien de deregulering van de overheid en de komst van het verenigd Europa.

De PBO is een onmisbaar instrument. Of, zoals iemand ooit zo mooi gezegd heeft: 'Een bedrijfstak zonder bedrijfschap, is als een auto zonder stuur.'

ZOETERMEER

S.J.B.M. de Boer

Bedrijfschap Horeca

Chickens

In Achter de Komma (de Volkskrant, 3 april) wordt een interview in Quote aangehaald. Cor Stutterheim, bestuurlid van CMG, meldt hierin een Ierse vrouw te hebben. 'Die hebben een mooie uitdrukking', aldus Stutterheim, 'don't count your chickens before they are hedged.'

Oplettende lezertjes weten dat er in Ierland veel oude volksgebruiken voortleven, en wellicht is hedging chickens daar één van. Het kan ook een zeer recente innovatie aan de beurs van Dublin zijn waarmee de risico's van kippen - welke dat ook mogen zijn - kunnen worden afgedekt.

Toch denk ik dat mevrouw Stutterheim haar kippen niet indekt, noch ze de heg injaagt om ze te tellen, maar daarmee wacht tot they are hatched.

AMSTERDAM

H.L.J. van den Brink

Meer over