Geachte redactie

Mijn 88-jarige moeder is een van die 230 duizend dementerenden (Voorpagina, 20 september). Zij wordt behoorlijk verzorgd in een kleinschalig beschermd woonproject, al kan het natuurlijk altijd nog veel beter....

Haar totale ontluistering jaagt mij echter de stuipen op het lijf en ik wil er alles aan doen om zo’n degradatieproces te ontlopen.

Mijn oproep aan de politiek is dan ook: stap over uw (christelijke) schaduw heen en geef mij mijn Drionpil. De maatschappelijke gevolgen zijn uiterst gunstig. De druk op de zorg neemt wezenlijk af. De AOW-leeftijd hoeft niet meer omhoog. Dat laatste is een zegen, want we worden wel ouder. De jaren die er aan de voorkant afgesnoept dreigen te worden, zijn beter dan die er aan de achterkant bijkomen. Gun mij daarom alstublieft mijn zelfbeschikkingsrecht.

Transplantatie
Het aantal dementen zal de komende jaren dramatisch stijgen en daarmee de kosten voor hun verzorging. Ook ontstaat er personeelstekort in de verzorgingshuizen. Voor mantelzorgers dreigen gezondheidsproblemen, want de zorg zal voor velen te zwaar blijken.

Ik maak me daar zorgen over. Daarom stel ik het volgende voor, voor wie het treurige einde van langzaam verdwijnen in dementie geen optie is. Stel alles dat in het lijf bruikbaar is beschikbaar voor transplantatie. In ruil daarvoor garandeert een medisch instituut een zorgvuldig, humaan levenseinde. Goed voor de schatkist, minder zorg voor de overbelaste verzorgers en een geruststelling voor de direct betrokkenen.

As time goes by
Wordt het werk in de zorg slecht betaald omdat iedereen het kan? Deze vraag stelde iemand tijdens een gesprek over salarissen in de zorg. De vraag was niet als belediging bedoeld, maar werd gesteld vanuit totale onwetendheid.

Mevrouw Jansen is 80 jaar. Ze is gevallen en ligt roepend om hulp op de grond. Ze houdt mijn hand vast, er zit poep aan. Huilend vraagt ze waar haar man is. Hij is vorige maand overleden. Ze waren zestig jaar getrouwd. Ik help haar op bed en ga naast haar zitten. De tranen biggelen over haar wangen. ‘Ik mis m’n man zo, hij was mijn alles.’ Ik sla een arm om haar heen, hier heb ik geen passend antwoord op. Ik maak haar handen schoon.

Ik zing As time goes by. Ze lacht even. ‘Mijn man was gek op die film, hij zei altijd dat ik op Ingrid Bergman leek. Waar is mijn man eigenlijk?’ In de kamer naast ons schreeuwt Meneer Polak: ‘De Duitsers staan in mijn kamer! Ze slaan mijn piano stuk.’

Play it Sam.

Meer over