Geachte redactie Pensioendebat

De brieven blijven binnenstromen over het artikel 'Hoezo oud en zielig?' van Yvonne Hofs in Vonk van afgelopen zaterdag. 'Eindelijk het goed beargumenteerde tegengeluid van de jongere generatie' tegenover 'Een aantal ouderen voelt zich opgejaagd, aangeschoten wild'.

Chapeau

Het artikel van Yvonne Hofs is geweldig geschreven, onderzoeksjournalistiek om een puntje aan te zuigen, feiten op een rij met daarbij ook nog duiding in prachtig proza. Vanzelfsprekend zal dit weer veel Dammen, Krollen en Rooyen en boze brieven opleveren. In het debat komen, naast veel onzinnige en pathetische, ook mooie zaken naar boven, zoals nu blijkt. Chapeau en dank.

Jan Wim Franken (47), Amsterdam

Kostenpost

Yvonne Hofs beschuldigt ouderen die kritiek uiten op ingrepen in pensioenen van 'schaamteloos egoïsme'. De kortingen zijn eenvoudig terecht. 'Iedereen die zich ook maar een beetje in de pensioenproblematiek verdiept, zou dat in moeten zien' schrijft zij. Wie er anders over denkt is volgens haar verwijtbaar 'onwetend'. Ik heb me in pensioenen verdiept en daarover gepubliceerd. Dat ik het op bepaalde punten niet met Hofs eens ben kan dus niet enkel aan mijn onwetendheid liggen. Maar hoe kan ik in debat gaan met iemand die geen ruimte laat voor verschil van inzicht? Hofs schrijft een open brief aan boze ouderen, maar laat geen millimeter ruimte voor weerwoord. Zij heeft alle feiten aan haar kant, boze ouderen wentelen zich slechts in drogredenen en onwetendheid. Op die voorwaarden debatteer ik niet. Wel wil ik iets zeggen over de toon waarop Hofs en anderen over en tot ouderen spreken.

Die toon is het afgelopen jaar harder en bij tijd en wijle ook onbeschoft geworden. Ouderen worden, anders dan de banken, niet gerekend tot de actoren die 'systeemrelevant' zijn. Zij worden eerder neergezet als storend en overbodig, een oplopende kostenpost, boze, onwetende en egoïstische klagers. Henk Krol wordt door Hofs afgeserveerd. Heeft hij dan helemaal niks steekhoudends te zeggen? Zij richt zich tot ouderen, maar zet ze tegelijkertijd weg als gesprekspartner.

Een aantal ouderen voelt zich opgejaagd, aangeschoten wild. Hoe komt dat? Door onwetendheid? Zal kennisname van Hofs ontkrachting van drogredenen hen geruststellen? Of zullen ze in de dwingende toon ervan veeleer een signaal van volgende stappen horen? De machthebber die vol goede bedoelingen begint, stuit op mensen die de verwezenlijking ervan in de weg staan. Als die mensen geen macht hebben, dat wil zeggen niet systeemrelevant zijn, negeert hij ze aanvankelijk. Als ze dan nog hinderlijk blijven, worden ze apart gezet en verwaarloosd of geëlimineerd. Is Hofs onwetend van deze bekende ontwikkelingsgang van goede bedoelingen tot tirannie?

De boosheid van ouderen is vaak niet met sluitende argumenten onderbouwd. Daarin heeft Hofs gelijk. Maar ook de toon van het debat doet ertoe. Die maakt dat een groeiend aantal ouderen zich onveilig voelt.

(Misschien ten overvloede: ook jongere generaties gaan mij ter harte. Over moeilijkheden van twintigers verscheen dit jaar Jongeren welkom dat ik samen met twintiger Emilie Röell schreef.)

Herman van Gunsteren, Amsterdam, oud-hoogleraar politieke theorieën universiteit Leiden (geb. 1940)

Elektrisch

Zowel mijn man als ik (beiden 70 jaar) zijn het volledig eens met wat in dit stuk uitgelegd wordt. Dit thema zou ook eens op tv besproken moeten worden. De armoede onder 60-plussers valt mijns inziens enorm mee. Wij komen net uit Italië terug van een drieweekse vakantie in een huurcamper. De campings langs de kust en rond het Gardameer zaten overvol met voor 80 procent Nederlanders in caravans en campers die vaak ook nog een elektrisch aangedreven fiets bij zich hadden.

Gisteren gefietst langs de Maas, daar reed toch zeker voor 100 duizend euro aan elektrische fietsen. Natuurlijk zijn er nog steeds ouderen die alleen maar AOW hebben en elk dubbeltje moeten omkeren. Maar gelukkig zijn dat er niet veel meer.

In de vakantie hebben wij hierover met elkaar gesproken in verband met onze (klein)kinderen. Zowel onze eigen kinderen (44, 43 en 41 jaar) als hun partners hebben een universitaire opleiding en een goede baan.

Wat ons de meeste zorgen baart, zijn de financiële gevolgen van de aflossingsvrije hypotheken. Veel ouderen hebben zo'n hypotheek (wij ook) en door de waardedaling van de huizen blijven hun kinderen met de schulden van de ouders zitten. De 60-plussers zouden de hypotheek dus moeten aflossen.

Henny Buisman

Correctie

Geen boze reactie maar wel een correctie bij drogreden 2. Voor ambtenaren gold in de jaren zestig dat al voor je 25ste jaar premie werd ingehouden. Op je 25ste werd gevraagd of je het gespaarde bedrag wilde ontvangen of wilde gebruiken voor het inkopen van dienstjaren. Velen hebben toen diensttijd íngekocht. Voor ambtenaren die voor hun 65ste stopten werd het aantal dienstjaren naar verhouding gekort. Dus geen 70 procent van het laatstverdiende loon, maar bijvoorbeeld slechts 60 procent.

Han van der Krogt

Te stellig

Yvonne Hofs schrijft dat de boze 60-plussers pas vanaf hun 25ste zijn gaan bijdragen aan hun pensioen en dat hun bewering dat ze 40, 45 of 47 jaar premie hebben betaald 'pertinent onjuist' is. Hofs haalt twee dingen door elkaar: intreden in een pensioenfonds en het betalen van premie.

Ik kreeg op mijn 25ste een brief van mijn werkgever dat ik moest toetreden tot het ABP. Er werd mij medegedeeld dat ik de jaren die ik had gewerkt kon inkopen (à 10 gulden per maand). Ik heb dus in feite vanaf mijn 20ste jaar premie betaald, terwijl ik in het pensioenfonds mocht op mijn 25ste. We kregen zelfs nog gratis onze militaire diensttijd erbij, wat voor velen een à twee jaar extra pensioen opleverde. Dat mocht ook wel want voor 1,10-1,75 gulden per dag werken in een systeem dat de meesten niet aansprak, was grove uitbuiting. Studie en maatschappelijke carrière moesten worden uitgesteld.

Verder mag Hofs het loochenen, maar ik heb echt 47,9 dienstjaren. Ik kan dat aantonen met brieven.

Haar stuk is dus niet slecht, maar soms te stellig.

J.M.A. Franse

Samen

Goed stuk van Yvonne Hofs gericht aan de boze 60-plussers. Eindelijk is daar het goed beargumenteerde tegengeluid van de jongere generatie. Het gaat uiteindelijk niet om de tegenstelling tussen oud en jong, maar om het feit dat we het samen moeten doen en dan moeten we de nieuwe generatie wel de ruimte en de mogelijkheden geven om het te kunnen doen. Dus ouderen, stop met zeuren en denk aan de toekomst!

Jaap Lampe (bijna 57), Amstelveen

60-plusechtparen

Het geklaag over de kosten voor jongeren die voor ouderen betalen keert steeds terug in het betoog van Yvon-ne Hofs. Alsof de huidige 60-plussers vroeger niet financieel voor oudere generaties moesten bijspringen, iets waarover wij overigens nooit hebben geklaagd, zoals nu wel gebeurt.

Wat Yvonne Hofs vooral vergeet te melden is dat het overgrote deel van de 60-plusechtparen het moet

doen met één pensioenuitkering (soms een klein aanvullend pensioentje) voornamelijk omdat er destijds geen kinderopvangmogelijk- heid bestond en de vrouw noodgedwongen thuisbleef.

Ook blijft het niet onbelangrijke feit onderbelicht dat de jongere van nu zich lang genoeg kan voorbereiden op de nog verre toekomst, iets wat vooral de jongere 60-plusser niet meer kan. Deze laatste groep mag plotseling een paar jaar langer doorwerken en als dit om wat voor reden dan ook niet meer mogelijk is, lopen zij op jaarbasis een kleine 10 duizend euro netto mis! Als de kostwinner ook nog eens na 1950 is geboren, ontvangen zij geen partnerpensioen meer voor de jongere echtgenote.

Dit waren slechts een paar feiten die aangeven dat het verhaal van Hofs verre van compleet is.

Rien van der Laan, Nieuw-Vennep

Hard werken

Met instemming heb ik, 65-jarige gepensioneerde man, het artikel van Yvonne Hofs over de zeurende 60-plussers gelezen. Met name erg gelachen om de passage over het zogenaamde harde werken (met de handen een kanaal graven).

Sinds ik met pensioen ben, krijg ik ook steeds, weliswaar goed bedoeld, te horen: geniet er maar van, je hebt er hard genoeg voor gewerkt. Ik heb gedurende veertig jaar met heel veel plezier gewerkt, altijd was er werk voorhanden en ik heb nooit de druk ervaren die voor de nu nog werkenden geldt: steeds maar bereikbaar zijn via je iPad, de onzekerheid over je baan, et cetera.

Kortom, ik vind dat mensen zoals ik heel goed een bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van de huidige problemen. Wij van de naoorlogse generatie hebben steeds de wind in de rug gehad, laten we nu de mensen die na ons komen ook wat rugwind geven.

Sjaak Ruiter, Amsterdam

Werken en hard werken

Kan het zijn dat het onderscheid tussen 'hard werken' en 'werken' niet zozeer de aard van het werk betreft, maar de omstandigheden waaronder werd gewerkt? Te denken valt aan de 40-urige werkweek, minder vakantiedagen, geen atv-dagen et cetera gedurende de jaren vijftig van de vorige eeuw, nog afgezien van de noodzakelijk geachte loonmatiging ten behoeve van de wederopbouw van Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Het zijn de 80-plussers die hierover kunnen meepraten.

M. Maresch, Nijmegen

Slimme meid

Ik ben 73 jaar en heb 25 jaar gewerkt in de detailhandel met een werkweek van gemiddeld meer dan 25 uur. Mijn pensioen bedraagt 40 euro bruto per maand! In een deel van de jaren van mijn pensioenopbouw werden destijds gehuwde parttime werkende vrouwen nog uitgesloten van pensioenopbouw. Dit is overigens achteraf met terugwerkende kracht deels gerepareerd. Ik had de slimme meid die op haar toekomst is voorbereid moeten worden. Maar helaas. Mijn pensioen is tot op heden nog niet gekort!

T. Schrijvers, Landgraaf

Rijk en arm

Na het lezen van het artikel van Yvonne Hofs en vooral door de reacties in de krant van maandag, blijkt dat de pensioenproblematiek door velen nog steeds wordt geframed als een conflict tussen jong en oud.

Hofs laat echter kennis achterwege die zij sinds 1 december 2009 bezit. Zij interviewt in de Volkskrant van die datum de juriste en pensioendeskundige Emilie Schols die constateert dat werknemers die veel verdienen niet alleen in absolute zin, maar ook in procenten meer pensioen opbouwen. '98 procent van de Nederlandse pensioenfondsen trekt een vast bedrag af van het jaarloon. Over dat bedrag, meestal tussen de 10- en 20 duizend euro, bouwt de werknemer geen pensioen op. Die zogenoemde franchise is voor alle deelnemers van het fonds gelijk, ongeacht hun salaris. Indien de franchise bijvoorbeeld 14 duizend euro is, bouwt iemand die 30 duizend euro verdient pensioen op over 16 duizend euro van dat inkomen. Als de werknemers een volledig pensioen heeft van 70 procent, krijgt hij dus 11.200 euro pensioen, oftewel 37 procent van zijn loon. Zijn collega die 60 duizend euro verdient, bouwt pensioen op over 46 duizend euro. Een volledig pensioen is dan 32 duizend euro, wat neerkomt op 53 procent van zijn salaris.'

Hofs constateert dat het systeem na de invoering van de vaste AOW-aftrek, de franchise, denivellerend werkt en vraagt waarom dat zo erg is. 'Onder lage inkomens zijn vrouwen, allochtonen en gehandicapten oververtegenwoordigd. Deze groepen worden indirect gediscrimineerd door dit systeem.'

Ik vrees dat daar intussen een hoop zzp'ers en werknemers met flexcontracten bij kunnen worden opgeteld. Misschien was dat in 2009 nog niet het geval, maar nu ontwikkelt het pensioenprobleem zich onmiskenbaar in de richting van een conflict tussen 'rijk' en 'arm' binnen de generaties. Hervormingen van de arbeidsmarkt zullen daar nog aan bijdragen.

Joris Cammelbeeck, Naarden

oud-redacteur de Volkskrant

undefined

Meer over