Gates' heilige oorlog

'Ik ben bereid alles waarvoor ik heb gewerkt op het spel te zetten' De zaak VS versus Microsoft belooft een geruchtmakend juridisch steekspel te worden....

HEEL LANG heeft Bill Gates zich in politiek Washington gedragen als een outsider. Met president Clinton golfde hij een paar keer en de uitnodiging van vice-president Gore voor een symposium over Internet kon hij niet afslaan.

Voor de oprichter en eigenaar van Microsoft, het bedrijf in Redmond, Washington, dat een leidende rol speelt in de Amerikaanse groei, was 'de politiek' tot een paar jaar geleden niet meer dan achtergrondgezoem.

Deze afstandelijke houding heeft Gates de afgelopen maanden noodgedwongen laten varen. Republikeinse Congresleden werden onlangs getrakteerd op gratis computerprogramma's en Microsoft is in een paar maanden tijd een belangrijke donateur van campagnevoerende politici geworden. Speelde het bedrijf in de verkiezingscampagne van '91-'92 geen rol, in de campagne van dit jaar staat Microsoft bovenaan de lijst van geldgevers in de computerindustrie.

Toplobbyisten zijn ingeschakeld om het Congres en de media te bewerken en Gates zelf gebruikt zijn 'star-power' om de betrekkingen met invloedrijke senatoren te verbeteren. Naar goed Washingtons gebruik heeft hij al geleerd zich ter wille van de televisie kort en krachtig uit te drukken.

'Wat de overheid van ons eist is onzinnig. Aan Coca-Cola wordt toch ook niet gevraagd om in iedere krat ook drie blikjes Pepsi te stoppen', snoof Gates verontwaardigd toen het ministerie van Justitie en 20 staten zijn bedrijf hadden aangeklaagd wegens ongeoorloofde handelspraktijken.

Deze processen onder leiding van de 61-jarige rechter Thomas Penfield Jackson in Washington DC beloven een gedenkwaardig spektakel te worden. Nog niet eerder is de anti-monopoliewetgeving van de VS toegepast op de computerindustrie en getest in de rechtszaal. Want de VS versus Microsoft wordt niet alleen in de rechtszaal uitgevochten, maar ook in het Congres en voor wat letterlijk vertaald 'de rechtbank van de publieke opinie' wordt genoemd.

Ogenschijnlijk is de inzet van het conflict tussen de staat en het kroonjuweel van de Amerikaanse industrie overzichtelijk. Microsoft heeft een zeer dominante positie op de markt van computerbesturingsprogramma's opgebouwd. Op zich vormt dat monopolie voor de anti-trust-juristen van de regering en de staten geen probleem. Het gaat erom hoe Microsoft dat monopolie gebruikt, of misbruikt, om de concurrentie uit te schakelen.

Volgens het ministerie van Justitie en 20 staten voert Microsoft een heilige oorlog, een 'jihad' volgens onderschepte E-mail van Gates en zijn naaste medewerkers. De overheden beschuldigen Microsoft ervan met de integratie van het algemene computerbesturingsprogramma Windows 98 en het programma MS Explorer de hele computerindustrie naar zijn hand te zetten.

'We kunnen niet toleren dat Microsoft met illegale, anti-competitieve praktijken zijn rivalen vernietigt en iedere vorm van concurrentie wil vermijden', aldus onder-minister van Justitie voor anti-trust-zaken Joel Klein. Harde taal, die associaties oproept met de speeches, waarmee zijn verre voorgangers Standard Oil, American Tobacco, AT & T en IBM aanpakten.

Maar Klein voegde daar meteen aan toe dat hij niet uit is op de opsplitsing van Microsoft, in navolging van de olie-, tabak- en telefoongiganten die in 1905, 1911 en 1982 werden opgedeeld in nieuwe, kleinere bedrijven. Had Klein gezegd dat het opbreken van de monopolie-positie van Microsoft zijn doel was dan verkeerde hij nu in grote politieke en juridische problemen.

Iedereen in Washington begrijpt dat Microsoft een motor is van de Amerikaanse economie. 30 procent van de groei vindt plaats in de high-tech-sector waarvan Microsoft de leider is. Stoeien met Microsoft staat, althans in de beeldvorming, gelijk aan stoeien met de economische groei. En daarvan worden veel mensen zeer nerveus.

President Clinton zou zeker hebben ingegrepen als het ministerie van Justitie niet uiterst zorgvuldig te werk was gegaan in de voorbereiding van de rechtszaken. De president en zijn beoogde opvolger Gore hebben er ook voor gewaakt zich al te nadrukkelijk te associëren met de activiteiten van Klein. Als het misgaat kan de onder-minister naar ander werk uitzien.

Klein heeft onder politieke druk een aanvankelijk plan om Windows 98 van de markt te weren, laten varen en vervolgens de klachten zeer specifiek gemaakt. Hij (en de ministers van justitie van de 20 staten) wil dat Microsoft Windows 98 openstelt voor producten van concurrenten. Dat zou betekenen dat computermakers met Windows 98, waarin MS Explorer is opgenomen, ook de Internet-browsers van Netscape en het besturingsprogramma Java van Sun Microsystems zou moeten installeren. In licentie-contracten tracht Microsoft juist het tegenovergestelde te bereiken: computermakers wordt het verboden Internet-browers van Netscape te installeren.

In aanklachten van het ministerie van Justitie en de staten wordt nadrukkelijk geëist dat Windows 98 wordt losgekoppeld van de Internet-browsers. 'Die moeten apart worden aangeboden zodat Microsoft niet als enige de grenswacht van Internet wordt', aldus Klein. Klein wil dat de computermakers en de consumenten zelf beslissen welke browser zij willen gebruiken en hij wil voorkomen dat deze keus al in de fabriek wordt gemaakt door Microsoft.

Microsoft formuleert de inzet van de processen veel breder en politieker. Mag de overheid zich bemoeien met een onderneming die opereert aan het front van de technologische vernieuwing?

Groeien, groot zijn en vernieuwen zijn synoniem aan Microsoft, redeneert Gates. Wij moeten onze doelen kunnen bereiken zonder overheidsinterventies. Als wij niet vrijelijk kunnen groeien en innoveren, gaan wij onherroepelijk ten onder, aldus Gates. Groeien is nodig om de middelen en de fondsen te verwerven voor onderzoek en ontwikkeling.

Op de campus van Microsoft in Redmond zijn teams bezig met het ontwikkelen van Windows 2004. Er wordt hard gewerkt aan nieuwe vindingen om het gebruik van computers drastisch te vereenvoudingen. Na de eeuwwisseling moeten computers kunnen kijken, luisteren en reageren op stemcommando's. Microsoft wil deze vindingen op het terrein van kunstmatige intelligentie zonder overheidsbemoeienis kunnen integreren in de besturingsprogramma's.

'Het is buitengewoon frustrerend dat de overheid zegt dat we wel technologisch mogen vernieuwen, maar dat we die vindingen niet mogen opnemen in het besturingsprogramma en bovendien van ons eist dat we de producten van onze concurrenten ook meenemen. Dit is on-Amerikaans. Dit is volledig in strijd met Amerikaanse waarden zoals vrijheid en vernieuwing', fulmineert Gates. Dat zijn uitspraken die bestemd zijn voor de oren van rechter Thomas Penfield Jackson, de publieke opinie en het Congres. Amerikanen staan in het algemeen huiverig tegenover al te grote, al te rijke ondernemingen en 'businesstycoons' en die opinies weerklinken in het Congres.

Met name in de Senaat wordt tussen de voor- en tegenstanders van Microsoft stevig gediscussieerd over de vraag of de overheden zich moeten bemoeien met de software-industrie. De scheidslijnen lopen dwars door de partijen heen. Republikeinen én Democraten uit Washington verdedigen Gates, terwijl Republikeinen en Democraten uit de staten luisteren naar de concurrentie die Gates afschildert als een bloeddorstige gorilla, een gewetenloze superkapitalist en een 19-de eeuwse 'robber baron'.

Het is de vraag of rechter Jackson een filosofisch debat over de rol van de overheid in de software-industrie zal toelaten. Jackson is een door president Reagan benoemde Republikein, die over het algemeen de lijn van de overheid volgt. Hij maakte zich in Redmond niet erg geliefd toen hij met behulp van een technicus van de rechtbank aantoonde dat Windows 95 en MS Explorer met een paar clicken van de muis van elkaar te scheiden zijn. Volgens Microsoft was dat een goedkope truc, omdat de rechter in feite niets méér deed dan het verwijderen van een ikoon van de desktop.

Met zulke simpele handgrepen zal de zaak van de VS versus Microsoft niet worden beslist. De meeste experts verwachten zelfs dat Microsoft de processen zal winnen. Dat denken ook de meeste kranten, die overigens de overheid royaal steunen.

Volgens professor E. Kovacic, anti-trust-expert van de George Mason Universiteit, wacht de overheid een hele zware taak om in de rechtszaal te bewijzen dat Microsoft zich heeft misdragen.

'Sinds 1970 geeft de wet bedrijven als IBM aanzienlijke vrijheid waar het gaat om het vaststellen van prijzen, het ontwikkelen van producten en het kiezen van promotie-strategiën', aldus Kovacic in Business Week.

Zeker is in ieder geval dat de processen lang zullen duren - de zaak van de staat tegen IBM begon in 1969 en liep dood in 1982 - en dat Microsoft alles op alles zal zetten om als winnaar te voorschijn te komen. 'Ik ben bereid alles waar ik 23 jaar lang voor heb gewerkt op het spel te zetten', bromde Gates, die zijn imago niet alleen met een nieuwe bril en goedzittende pakken, maar ook met filantropisch werk drastisch aan het verbeteren is.

Meer over