Gastcolumn

Gastcolumn Marc Oosterhout: partijen zijn er niet voor de eeuwigheid

Politieke partijen mogen zich wel eens afvragen wat ze nog toevoegen. Soms is samenwerking de betere optie, betoogt gastcolumnist Marc Oosterhout.

Alexander Pechtold (D66), Sybrand Buma (CDA), Gert-Jan Segers (ChristenUnie), Henk Krol (50Plus), Emile Roemer (SP), Jesse Klaver (GroenLinks) en Lodewijk Asscher (PvdA) nemen deel aan het noordelijk lijsttrekkersdebat in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen. Beeld anp
Alexander Pechtold (D66), Sybrand Buma (CDA), Gert-Jan Segers (ChristenUnie), Henk Krol (50Plus), Emile Roemer (SP), Jesse Klaver (GroenLinks) en Lodewijk Asscher (PvdA) nemen deel aan het noordelijk lijsttrekkersdebat in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen.Beeld anp

De Nederlandse democratie is een zooitje, betoogde journalist Rutger Bregman in 2014. Daarmee doelde Bregman niet op ons democratisch systeem. Meer dan 90 procent van de Nederlanders vindt de democratie een goede bestuursvorm. Nee, Bregman doelde met het zooitje op het onoverzichtelijke politieke landschap. Politieke partijen onderscheiden zich nog nauwelijks van elkaar. Dat maakt kiezen heel lastig. De politieke arena lijkt een bord vol doorgekookte groenten. We herkennen nog wel wortels, sperziebonen en spruiten, maar de groenten smaken allemaal hetzelfde. En lekker is het niet.

Kiezersonderzoek laat inderdaad zien dat kiezers sinds het midden van de jaren tachtig het gevoel hebben dat het niet uitmaakt waar je op stemt. In 2012 noemde 43 procent van de kiezers zichzelf zwevend. En maar liefst 47 procent van de VVD-stemmers besloot op de dag zelf op de VVD te stemmen. Zo fragiel is de positie van grootste partij in het parlement. 'De kiezers doen maar wat. Die pakken elke trein die voorbij komt en er een beetje leuk uitziet', sprak Hans van Mierlo in een van zijn laatste interviews. Alsof het de schuld van de kiezer is, dat hij het niet meer weet.

De bomen, het bos

Maar geef de kiezer eens ongelijk. Verkiezingsprogramma's zijn nagenoeg inwisselbaar. En door de versplintering van het politieke landschap, de genuanceerde standpunten op kleine deelgebieden en de complexe coalities al dan niet met gedoogpartners of 'vrienden van het kabinet' zoals het Rutte het graag noemt, is het voor de kiezer steeds lastiger om het verschil tussen de partijen waar te nemen. En masse storten we ons op de Stemwijzer. Maar ook dat helpt niet. De uitkomst van de stemwijzer sluit heel vaak niet aan bij de verwachting van de kiezer. Als je denkt dat GroenLinks jouw partij is en je komt uit bij Denk of de ChristenUnie dan slaat de twijfel alsnog toe. Je gevoel en de werkelijkheid liggen te ver uit elkaar. Cognitieve dissonantie, noemen we dat. Daar houden kiezers niet van.

De oplossing ligt niet bij de kiezer of de Stemwijzer, maar bij de politieke partijen zelf. In de eerste plaats is een politiek veld van 31 partijen veel te veel. Ik denk dat de drempel om mee te kunnen doen omhoog zou moeten. Maar belangrijker, veel politieke partijen missen een heldere raison d'être. En als ze deze raison d'être wel scherp hebben, dan blijken veel partijen sterk op elkaar te lijken. Wat is het verschil tussen GeenPeil, Forum voor de Democratie, VNL en PVV. Weet u het? Ik niet. Maar dat geldt natuurlijk ook voor PvdA, SP, GroenLinks en misschien zelfs D66. Ik bedoel, als een partij als D66 die staat voor de vrijheid van het individu haar verkiezingsprogramma 'samen sterk-kansen voor iedereen' noemt, dan begrijp ik dat kiezers het verschil tussen PvdA en D66 niet meer zien.

Waarom zijn wij er?

Is het dan zo verschrikkelijk moeilijk om deze raison d'être scherp te krijgen? Helemaal niet. De partijen hoeven feitelijk maar een vraag te beantwoorden: waarom zijn wij er? Daarbij is het belangrijk dat deze raison d'être een antwoord geeft op een maatschappelijke behoefte. Ofwel: de raison d'être moet relevant zijn voor de kiezer.

Om een vergelijking te maken met een andere wereld: V&D had wellicht een heldere raison d'être, maar deze bleek niet meer aan te sluiten bij de behoefte van het winkelend publiek. Een scenario wat ook C&A, Blokker en Bart Smit lijken te volgen. Ze zijn niet meer relevant. Zo is het in de politiek ook. Elke partij zou zich keer op keer moeten afvragen of hun raison d'être nog wel relevant is. Partijen zijn er niet voor de eeuwigheid. Daarbij is het overigens raadzaam om ook te kijken naar het concurrentieveld. Ofwel jezelf als partij de vraag te stellen wat je nog toevoegt. Soms blijkt samenwerking dan een veel betere optie om je doel te bereiken.

In het huidige politieke krachtenveld kan het bijvoorbeeld veel beter zijn dat de Linkse partijen nadrukkelijk samenwerken als een links blok. Een een blok tegen de verrechtsing van de samenleving. Ik denk dat de vereende krachten van D66, GroenLinks, PvdA en SP in het huidige tijdsgewricht meer zal brengen dan een strijd van elke partij afzonderlijk. De partijen zijn inmiddels behoorlijk inwisselbaar geraakt. Dat is jammer, maar je kunt er ook kracht uit putten. Het zou misschien wel dé manier kunnen zijn om een progressieve meerderheid te realiseren.

Een heldere raison d'être. Daar gaat het om. Als politieke partijen een heldere reden van bestaan naar voren brengen dan zullen kiezers veel makkelijker voor een partij kiezen. En samenwerking kan daarin een heel krachtig mechanisme zijn. Het zou zomaar eens kunnen dat het vertrouwen in de politiek er een enorme sprong voorwaarts mee maakt. Dat alleen al zou een weldaad zijn voor onze democratie.

Marc Oosterhout is reclameman en deze maand gastcolumnist van Volkskrant.nl.

Meer over