Garderobe

Zoek je Mary Wollstonecraft op in de Katholieke Encyclopaedie (1933), dan vind je daar dat ze leefde van 1759 tot 1797, dat ze gehuwd was met William Godwin, en dat hun dochter Mary de vrouw werd van de dichter Shelley....

Ik kwam over Mary Wollstonecraft te spreken met Monique Bullinga, die een essaybundel voorbereidt waarmee 10 september 1997 Mary's tweehonderdste sterfdag zal worden herdacht met bijdragen over haar leven en werk. Een detail dat me na het gesprek bijbleef, was Bullinga's anekdote over Horace Walpole: die noemde Wollstonecraft 'een hyena in petticoat'. Dat gebeurde vaker. Als mannelijke critici de geschriften van een vrouw niet meer de baas konden, gingen ze lollig doen over het uiterlijk van die vrouwen, of ze hingen haar boek in de klerenkast.

Zo kun je in levensberichten over Antoinette Bourignon, een zeventiende-eeuwse Jomanda die haar vele quasi-mystieke boeken in Nederland publiceerde, lezen dat ze 'uitgesproken lelijk' of 'misvormd' was. 'Ze was zo lelijk', schrijft Collin de Plancy in 1844, 'dat men bij haar geboorte overwoog haar als monster te smoren.' Ervan afgezien dat een heer zoiets niet schrijft: waar het om gaat is dat zulke mededelingen bedoeld zijn om het geschreven werk bij voorbaat belachelijk te maken.

Mary Wollstonecraft was - ik heb een portret van haar opgezocht - best een dame met wie ik ongehuwd had willen samenwonen. Met 'hyena' zal Walpole dus wel niet op haar uiterlijk, maar op haar werk en daarmee op haar intelligentie en opvattingen gedoeld hebben. Geleerdheid was erger dan lelijkheid, althans voor vrouwen. In de negentiende eeuw werden ze 'blauwkousen' genoemd: vrouwen die liever een boek vasthielden dan een waaier, liever bladerden dan babbelden.

Marie Lafarge heeft die mentaliteit begrepen en te kijk gezet in haar autobiografie. Ze belandde in de gevangenis op verdenking van gifmoord op haar man, een moord die geïnspireerd zou zijn door de overdaad aan romans die Lafarge gelezen had. Toen ze in de gevangenis om het werk van Byron vroeg om wat te lezen te hebben, werd dat geweigerd; in plaats daarvan kreeg ze een 'schilderachtig reisverslag uit Zwitserland'. Lafarge: 'Misschien hebben ze me dit boek gestuurd omdat ik vrouw ben en daarom boeken nodig heb die binnen het bereik liggen van een jurk die kan denken.'

Ik heb net zo lang gezocht tot ik een portret vond van Marie Lafarge voordat ze, waarschijnlijk onschuldig, veroordeeld werd. Ik wilde dat zien omdat ik de uitspraken wilde verifiëren van een aantal mannen die haar uiterlijk beschreven hebben tijdens en na haar proces. 'Ik zou haar zonder aarzelen veroordeeld hebben', schrijft er een, 'alleen al bij het zien van haar gezicht.' Ze heeft immers 'gif in haar ogen en een misdaad op het voorhoofd'. Het kan aan mij liggen, maar op het portret dat gemaakt werd toen Lafarge nog niet verdacht werd, zie je niets van dat gif noch het teken van Kaïn.

Petticoat, jurk, blauwkous: we moeten nog één kledingstuk aan de garderobe toevoegen. Want het was duidelijk waar de ellende begon. 'Tot laat in de nacht blijven lezen', schreef baronesse Staffe in 1900, 'daardoor wordt rond de ogen dat verschrikkelijke netwerk van rimpeltjes veroorzaakt dat het meest aardige gezichtje misvormt.'

Geleerde, feministische en criminele vrouwen: we kunnen haar samen ophangen op één knaapje: als rimpelrok.

Ed Schilders

Meer over