Ganzen? Knallen maar

Als de ganzen weg zijn, blijven er kale weilanden achter, tot ergernis van de boer. Daarom mag sinds kort weer op deze dieren worden gejaagd....

Woensdagochtend is het stil in de natuur van de Oostvaarderplassen bij Lelystad. Totdat de brandganzen overvliegen met hun keffend geluid. Eén gans neemt de kop, de andere gaan in een V-vorm erachteraan.

Zo vliegen ze in de slip stream van de voorganger. Dat bespaart energie. De koppositie wordt afwisselend door de sterkste vliegers ingenomen. Soms lijken de vogels ineens een lijnvorm te prefereren, waarna de formatie weer breed en vormeloos uitwaaiert.

Op de grond zetten Hans Peeters en Kees de Pater van Vogelbescherming Nederland hun statief met telelens uit. Na enig turen ontdekken ze een groepje van 200 tot 250 brandganzen met hun lichte kop en zwarte hals. Vredig rukken de vogels het gras uit de grond, op een steenworp afstand grazen runderen en herten.

Aan de uithoeken staat een gans op wacht. 'Geen luxe', zegt De Pater. 'Sinds er in de Oostvaardersplassen twee zeearenden zijn gesignaleerd, moeten de ganzen oppassen. Merkt de wachtloper zo'n zeearend op dan zijn de wilde ganzen gevlogen.'

Het is dit winterse schouwspel waarvan Vogelbescherming meer liefhebbers wil laten genieten. 'Ganzen zijn onbekend onder Nederlanders', zegt Hans Peeters. 'Je hoeft niet veel moeite te doen om ze te leren kennen. Het zijn grote vogels die snel opvallen.'

Met de campagne Tour de Gans wil Vogelbescherming Nederlandse burgers passie voor de ganzen bijbrengen. In een woensdag verschenen brochure (zie www.vogelbescherming.nl) staan tien geschikte ganzenkijkplekken vermeld, zoals het Lauwersmeer, Waterland bij Amsterdam, Gelderse Poort (de Bijland), Saeftinghe (Westerschelde) en langs het IJsselmeer bij Workumerwaard.

Wat voor Noord-Amerika eens de bizons op de prairie waren, zijn de ganzen nu nog steeds voor Nederland, zegt ganzenexpert dr. Bart Ebbinge van Alterra. Nederland is dan ook de aantrekkelijkste plaats voor ganzen in Europa, misschien op het oude Rusland met zijn toendra's na.

Toch is Ebbinge verontrust. Keert het succes zich niet tegen de ganzen en hoe lang zal Nederland nog een toplocatie blijven voor anderhalf miljoen overwinterende exemplaren van deze soorten?

Bij de politiek bespeurt hij een afnemende animo omdat deze vogels de boeren dwars zitten en schadevergoeding handenvol geld kost. Vogelbescherming wil het grote publiek naar ganzenkijkplaatsen lokken, maar echt nadenken over de toekomst is er volgens Ebbinge bij hen niet bij. 'Bedreigde dieren liggen beter in die doelgroep.'

In die wereld van tegenstrijdigheden heeft Ebbinge een plan ontwikkeld, waarbij ganzengebieden worden geselecteerd. Als er gebieden zijn waar de ganzen zich mogen volvreten, is het logisch dat er ook een pendant is.

In Ebbinges visie betekent dit dat er ook no go-areas voor ganzen moeten komen. In die laatste gebieden mogen ze wat hem betreft dan ook worden geschoten. Wil dit alles slagen, dan moeten er eerst foerageergebieden worden aangewezen.

En daar zit nu net de pijn, want minister Veerman van Landbouw en Natuurbeheer wil daar pas eind 2004 aan geloven. In die tussenliggende periode mogen de ganzen nog worden verjaagd en geschoten, zo liet de minister eind vorige week weten.

Ganzen kiezen Nederland in de eerste plaats vanwege het vele water. 'IJsselmeer, Friese Meren, Waddenzee, Deltagebied en grote rivieren zijn de slaapplaatsen waar ganzen veilig zijn voor vossen. Er moet ook sappig, eiwitrijkgrasland in de buurt zijn, omdat een kolgans uit Siberië anderhalf pond gras per dag nodig heeft om weer op verhaal te komen. Het klimaat dat Nederland zo gunstig maakt voor de melkveehouderij, is ook voor overwinterende ganzen voordelig.'

Gezien de vraatlust van de dieren vegen boeren alle ganzen op één hoop; ze moeten niets van die 'rotganzen' hebben.

Als de meeste van deze vogels na de winter weer vertrekken, laten ze een kaal weiland achter. Er gaan weken voorbij voordat daar weer gras wil groeien en het eigen vee van stal kan. Bovendien lijken de ganzen steeds vroeger te komen en later te vertrekken.

Omdat Nederland zich internationaal verplicht heeft een goede gastheer te zijn voor trekkende ganzen, kan elke boer die overlast van de vogels heeft, een vergoeding krijgen. Bovendien werd in 1970 de jacht beperkt - na tien uur 's morgens mocht niet meer worden gejaagd - en in 2000 is de ganzenjacht zelfs geheel gesloten.

Een gans leert snel bij. Verzekerd van een lap gras, niet bejaagd worden, dan weet zo'n beest al gauw waar hij moet wezen. Zo kwamen ganzen uit Nordrhein Westfalen in de jaren zeventig precies na tien uur 's morgens naar de Ooipolder in Nederland waar ze malser hapjes vonden dan in Duitsland dat toen al een jachtverbod kende.

Minister Veerman, die trouw de knip opende voor de ganzenschade, zag het ganzenbudget stijgen. Nu moet al 7,6 miljoen worden uitgekeerd. In 1990 was dat 957 duizend euro, in 1996 2,1 miljoen. Dit wordt te gortig, vindt Veerman.

Vanaf 1 december staat daarom de jacht op de grauwe gans, de kolgans en de smient weer open. Om ze te verjagen van schadegevoelige percelen, wel te verstaan.

Ebbinge vreest dat het snel gedaan is met de ganzenstand in Nederland. 'Veerman moet oppassen dat Nederland niet kwijtraakt wat in twintig jaar is opgebouwd. Die kans is groot omdat elke provincie voor zichzelf moet bepalen of ze van de ganzen af wil. Provincies met een sterke jagerslobby zullen scheutig zijn met vergunningen.'

Provincies gaan natuurlijk niet met elkaar overleggen hoe ze dit aanpakken. Laat staan dat ze zich bekommeren om internationale afspraken. Dat is trouwens meer de taak van de centrale overheid. Maar Veermans ambtenaren realiseren zich niet hoe belangrijk de Nederlandse ganzenpopulatie op wereldschaal is, aldus Ebbinge.

Pas eind volgend jaar moeten de provincies tachtigduizend hectare foerageergebied voor ganzenopvang hebben aangewezen. Ebbinge vindt dit de omgekeerde wereld. Eérst moeten deze voedselgebieden worden aangewezen. Dan pas kan er wat hem betreft geknald worden. De Wageningse bioloog wil de ganzensuccesformule behouden, maar laat daarin ook ruimte voor de jacht.

Voor ruim één miljoen ganzen is zo'n zestigduizend hectare grasland nodig. Daar moeten boeren en natuurbeschermingsorganisaties bij gezocht worden. Nu al krijgen zeshonderd 'ganzenboeren' in Friesland, Groningen, Gelderland en Noord-Holland tweehonderd tot driehonderd euro per hectare per jaar als ze ganzen in hun wei laten grazen en ze niet verjagen.

Alterra heeft deze experimentele ganzenopvang onderzocht en was verrast over de veranderde opstelling van de boeren. Nu zijn niet alle ganzen 'rotganzen', maar kennen de boeren kol-, brand-, rietganzen, grauwe ganzen en ook rotganzen. Ze zijn gei¿nteresseerd geraakt in deze trekvogels, die hun weilanden verbinden met de arctische toendra's.

Pas als Nederland is opgedeeld in gebieden waar ganzen niet gestoord worden, moeten er als tegenhanger ook de voor de dieren niet meer begaanbare gebieden worden aangewezen. Daar mag het geweer dus worden opgepoetst om de vogels te schieten. 'Ik ben zelf geen jager, maar als er voldoende exemplaren zijn mag er ook geoogst worden, zoals ze dat in Noord-Amerika noemen.'

Vogelbescherming Nederland is fel tegen de ganzenjacht. 'Het voedselaanbod bepaalt hoe groot de populatie ganzen kan zijn. Die is nu vrij stabiel en dat betekent dat Nederland deze aantallen aan kan', zegt Hans Peeters van Vogelbescherming. 'Ebbinge wil eerder ingrijpen omdat de boeren dit willen.'

Ebbinge vindt echter dat Vogelbescherming het jachtverbod uitdraagt zonder analyse en op basis van louter emotie. 'Natuurbeschermers bekommeren zich liever om bedreigde vogels dan om soorten waar het goed mee gaat. Als het dan met de aantallen uit de hand loopt, is er ook niet nagedacht hoe het verder moet. Dan kan succes je grootste vijand worden', legt Ebbinge

uit.

Het politiek correcte standpunt van Vogelbescherming leidt ertoe dat er ook geen discussie over de effecten van de jacht gevoerd kan worden, stelt Ebbinge. 'Veerman bekijkt het probleem nu alleen vanuit de optiek van ganzenschade voor boeren. Uitsluitend waar schade is, wordt iets geregeld. Maar er moet ook ganzenbeleid zijn voor plekken waar ze wel zitten maar geen schade aanrichten, zoals in de uiterwaarden van de grote rivieren.'

Meer over