Galicië kleeft en plakt nog na van N-13

De Galicische vissers klagen. De schipbreuk van de tanker Prestige heeft de kustwateren doods gemaakt. Maanden later spoelen nog dagelijks nieuwe olievlekken aan....

In de haven van O Grove is het geklaag niet van de lucht. Alle vissers die binnendruppelen melden een magere vangst, vooral de mariscadores, de vissers van schelp- en schaaldieren. 'Ik zie elke dag meer dode schaaldieren in de ría en steeds minder vis op de afslag', zegt een schipper in het veilinggebouw van O Grove.

O Grove is de belangrijkste vissersplaats in de Ría de Arousa, de grootste zeearm van Galicië die een wereldnaam heeft als kweekvijver van mariscos. Bijna een half jaar lang heeft de visserij aan de hele kust van Galicië stilgelegen door een verbod na de olieramp met de tanker Prestige. Maar nu de boten weer het water op mogen en de marisqueros hun netten kunnen legen, is de vrolijkheid niet teruggekomen.

De luidste klagers zijn de mannen en vrouwen die achter de nécoras, kleine krabben, aanzitten. De seizoensopening is bijzonder teleurstellend. De een komt met acht kilo thuis, de ander met zes.

De dag van de ramp wordt in Galicië kortweg N-13 genoemd. Op 13 november vorig jaar sloeg de tanker Prestige lek voor de Costa da Morte, de Kust des Doods. Drie dagen later spoelde de eerste olie aan, en op de 19e brak de Prestige in tweeën en zonk, 270 kilometer buiten de kust van Galicië. Het was het begin van de grootste milieuramp in de Spaanse geschiedenis.

Ruim 45 duizend ton olie stroomde de zee in en besmeurde een strook van 2100 kilometer kust, van Galicië tot en met Baskenland, en uiteindelijk ook nog eens vijfhonderd kilometer van de Franse kust. De ramp werd gevolgd door een complete chaos. De centrale regering in Madrid en de locale regering van Galicië ondernamen niets, verstrekten slechts dagelijks communiqués dat het allemaal wel meeviel. Het duurde meer dan twee weken eer schoonmaakploegen en -middelen naar het getroffen gebied werden gestuurd.

Voor het eerst in de geschiedenis kwamen de Galiciërs massaal in opstand tegen de autoriteiten. De organisatie Nunca Mais (Nooit Meer) organiseerde demonstraties waaraan honderdduizenden Galiciërs deelnamen. Manuel Fraga, de premier van de deelstaat Galicië, trok zich niets van de protesten aan en omschreef de demonstranten hautain als hooligans.

Afgelopen vrijdag waren de demonstranten weer terug in de hoofdstad Santiago, en weer was Fraga het doelwit. Het was de Dag van Galicië, ook wel de Dag van het Vaderland genoemd, en voor dit jaarlijkse festijn van plaatselijk nationalisme, had Fraga een opmerkelijke provocatie tevoorschijn getoverd: hij hing de gouden medaille van Galicië om de nek van Francisco Alvarez-Cascos, minister van Verkeer.

Cascos was verantwoordelijk voor de beslissing om de lekgeslagen Prestige niet naar een haven te slepen, maar zo ver mogelijk uit de kust, waardoor de olie zo'n ongekend groot gebied kon vervuilen. Cascos had zijn beslissing genomen zonder het jachtpartijtje waaraan hij deelnam te onderbreken. De hoogbejaarde Fraga, de enige politieke overlevende van de Franco-dictatuur die eveneens geen reden zag te stoppen met het afschieten van herten, hing vrijdag zijn partijgenoot Cascos de hoogste onderscheiding om vanwege diens verdiensten voor Galicië.

De situatie is praktisch normaal, zei de Spaanse vice-premier Rajoy vorige week. Rajoy maakte zich tijdens de rampweken tot de meest gehate man van Galicië door dagelijks te melden dat de situatie praktisch normaal was, terwijl de olie in steeds nieuwe golven op de kust werd geworpen. Het hele visgebied is weer open, de stranden zijn zo goed als schoon, en het toerisme ondervindt geen enkele schade van de ramp, aldus Rajoy donderdag.

Op vrijwel hetzelfde moment voeren twee vissersboten uit Ribadeio en Figueras uit om te proberen een olievlek te blokkeren die dreigde de Ría de Arousa binnen te drijven. Schoonmakers zijn, acht maanden na de ramp, nog altijd aan het werk op stranden in Finisterre, Arteixo, Razo-Baldaiop en Muxia.

De meeste stranden in Galicië liggen er mooi bij, maar soms is dat het resultaat van een spoedoperatie. Het Silgas-strand in Sanxenxo is sinds een paar dagen weer open, maar het mooie zand is er aangevoerd door vrachtwagens vanuit Portugal. Het kilometerlange strand tussen Sanxenxo en O Grove oogt ook schoon. 'Maar', zegt een gepensioneerde visser, 'als de wind verkeerd waait zitten we hier steeds met olieresten.'

Keren de sporen van de ramp hardnekkig terug in het noorden van Spanje, voor de kust ligt nog steeds een tijdbom. De twee stukken van de Prestige, op een diepte van bijna vier kilometer, bevatten nog de helft van de lading. En ondanks pogingen alle gaten te dichten, blijven ze lekken. Maar dat mag geen naam hebben, zei vice-premier Rajoy een paar maanden geleden. Er lekt hooguit een ton olie per dag uit.

De oliemaatschappij Repsol begint in augustus met de eerste proeven van het zelfbedachte systeem om de olie uit het wrak te halen. Het idee is enkele gaten in de wand van de twee wrakstukken te boren en daar ventielen in te plaatsen. Via die ventielen moet de olie in zakken van zo'n tweehonderd ton stromen die door de zwaartekracht vanzelf boven water komen.

Nog nooit is geprobeerd olie uit een zo diep gelegen wrak te pompen. Het systeem van Repsol is eveneens een primeur, en het succes van de operatie is geenszins gegarandeerd. Het is niet uitgesloten dat er onder nog een ongeluk plaatsvindt, verklaarde Rajoy. En wanneer de vice-premier, voor wie alles doorgaans praktisch normaal is, een dergelijk waarschuwing lanceert, houdt Galicië opnieuw de adem in.

Meer over